RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.39277
mede namens haar minderjarige kinderen:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009, en
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018.
(gemachtigde: mr. F.S. Boedhoe),
en
(gemachtigde: mr. L.F.D. Drenthe).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Venezolaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 3] 1990. De minister heeft met het bestreden besluit van 22 juli 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ze heeft op 3 maart en 12 maart 2026 aanvullende stukken ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 29 juli 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. De gemachtigde van eiseres heeft zich een dag voor de zitting afgemeld. Eiseres is zonder bericht van verhindering niet verschenen. Nu deze zaak reeds twee keer is aangehouden op verzoek van de gemachtigde van eiseres en zij ditmaal niet om aanhouding heeft verzocht, is de rechtbank overgegaan tot de inhoudelijke behandeling van het beroep.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiseres is samen met haar kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2], en haar neef [naam] naar Nederland gereisd. Eiseres heeft Venezuela verlaten omdat zij vreest voor haar leven en dat van haar kinderen. In maart 2022 is [naam] bij eiseres en haar kinderen in huis komen wonen omdat [naam] thuis problemen had in verband met zijn homoseksuele geaardheid. Vanaf dat moment werden eiseres en haar kinderen lastiggevallen. De vader en twee broers van [naam] kwamen vaak langs het huis van eiseres rijden en zij dreigden haar dochter [minderjarige 1] mee te nemen. Ze hebben [minderjarige 1] bij haar school ook daadwerkelijk proberen mee te nemen. Eiseres is bij de politie geweest maar zij wilden haar niet helpen omdat zij Wayuu is.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst; en
- problemen met familie vanwege het opvangen van LHBTI neefje, [naam] .
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De problemen die eiseres zou hebben met de familie vanwege het opvangen van [naam] acht de minister niet geloofwaardig. Eiseres heeft haar verklaringen namelijk niet onderbouwd met objectieve documenten die het asielmotief volledig onderbouwen. Het asielmotief is ook niet alsnog geloofwaardig omdat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Ze heeft namelijk wisselend verklaard over hoe de vader van [naam] achter de geaardheid van zijn zoon kwam en over de incidenten op school waarbij haar dochter betrokken was. Verder heeft eiseres vaag verklaard over de gepoogde aangifte na het incident op school en summier verklaard over de vader van [naam]. Tot slot heeft eiseres niet inzichtelijk gemaakt dat de familie eiseres daadwerkelijk wil vermoorden.
Het geloofwaardig geachte asielmotief maakt niet dat eiseres kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Eiseres heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Venezuela een reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Vw.
Waarom is eiseres het hier niet mee eens
5. Waarom eiseres het hier niet mee eens is zal de rechtbank hierna bespreken.
Het oordeel van de rechtbank
Hoe is de vader van [naam] achter de geaardheid van zijn zoon gekomen?
6. Eiseres betwist dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over de manier waarop de vader van [naam] achter de geaardheid van zijn zoon is gekomen. De rechtbank deelt het standpunt van de minister dat eiseres hierover wel degelijk tegenstrijdig heeft verklaard. Eiseres heeft namelijk tijdens het nader gehoor enerzijds verklaard dat de vader van [naam] een video-opname van zijn zoon heeft gezien waaruit bleek dat hij homoseksueel was en dat hij [naam] daarna bijna heeft geslagen en heeft gezegd dat hij hem niet accepteerde en dat hij niet ‘zo’n kind’ wilde. Verderop in het gehoor wordt eiseres er mee geconfronteerd dat [naam] zelf tijdens zijn gehoor heeft verklaard dat hij zijn vader zelf heeft verteld dat hij homoseksueel is. Eiseres geeft dan aan dat de vader van [naam] de video-opname heeft gezien, maar niets heeft gezegd tegen [naam] en heeft gewacht tot [naam] er zelf mee zou komen. In beroep stelt eiseres dat de vader van [naam] de video-opname van [naam] heeft gezien, in reactie daarop een gat in de muur heeft geslagen, maar niets tegen [naam] zelf heeft gezegd. Wel zou de vader van [naam] later bij anderen hebben aangegeven dat hij zijn zoon niet accepteerde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres hiermee ook in beroep geen duidelijke uitleg kunnen geven voor de tegenstrijdige verklaringen die zij tijdens het gehoor heeft afgelegd. Nog altijd is niet duidelijk of de vader van [naam] weet dat [naam] homoseksueel is omdat [naam] dit zelf aan hem heeft verteld of omdat hij een video-opname van [naam] heeft gezien.
De incidenten op de school van [minderjarige 1] en de poging tot aangifte
7. De rechtbank deelt het standpunt van de minister dat eiseres ook wisselend heeft verklaard over de incidenten op de school van haar dochter [minderjarige 1]. Tijdens het nader gehoor heeft eiseres in eerste instantie verklaard dat in mei 2022 op school een poging is gedaan om haar dochter te ontvoeren en dat haar dochter daarna is gestopt met naar school gaan. Later verklaart eiseres dat zij in juli 2022 heeft geprobeerd om aangifte te doen bij de politie, nadat er op school een incident had plaatsgevonden. Nadat eiseres er mee geconfronteerd wordt dat ze eerder de maand mei heeft genoemd, geeft zij aan dat er twee incidenten op school zijn geweest. Op de vraag waarom eiseres niet eerder heeft verklaard over twee incidenten geeft zij aan dat ze dit niet weet. De rechtbank deelt het standpunt van de minister dat dit geen verschoonbare reden is en dat van eiseres verwacht mag worden dat zij consistent verklaart over de problemen van haar dochter aangezien de problemen van haar gezin de kern van het asielrelaas betreft.
Het standpunt in beroep dat geen, danwel onvoldoende, rekening is gehouden met stress die eiseres tijdens het gehoor ervaarde, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Bovendien blijkt uit het rapport van het gehoor niet dat eiseres zich tijdens het gehoor niet goed voelde of dat zij vanwege stress niet in staat was om goed te verklaren.
Eiseres stelt in beroep dat zij na het eerste incident geen aangifte heeft gedaan omdat zij in de veronderstelling verkeerde dat het bij een mislukte poging zou blijven en zij de situatie niet verder wilde laten escaleren. Na het tweede incident was het voor eiseres duidelijk dat de familie niet zou opgeven en toen heeft zij aangifte gedaan bij de politie.
De rechtbank deelt het standpunt van de minister dat niet wordt ingezien waarom eiseres niet al bij het eerste incident aangifte heeft gedaan. Eiseres heeft in het gehoor verklaard dat het eerste incident praktisch bijna gelijk was aan het tweede incident. Ook heeft eiseres niet gemotiveerd waarom zij dacht dat het bij het eerste incident zou blijven.
De vader van [naam]
8. De minister is van oordeel dat eiseres summier heeft verklaard over de vader van [naam]. Eiseres stelt dat zij geen interesse in hem had en dat zij daarom niet (veel) over hem gesproken heeft. Er was volgens eiseres geen reden om iemand ter sprake te brengen die je niet mag en waar je niet in geïnteresseerd bent.
Tijdens het nader gehoor is aan eiseres gevraagd wat voor werk de vader van [naam] doet, of hij überhaupt werk heeft, of hij beroepsmatig of anderszins weleens in contact komt met de Venezolaanse autoriteiten en of hij beschikt over connecties in Venezuela. Eiseres kan op geen van deze vragen een antwoord geven. Dit terwijl eiseres heeft verklaard dat zij een goede band had met de moeder van [naam], [naam] een poos bij eiseres in huis heeft gewoond en zij samen zijn gevlucht. De rechtbank is het met de minister eens dat het afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de gestelde problemen van eiseres dat zij zo weinig weet over, en niet geïnformeerd heeft naar, de man voor wie zij vreest en door wie zij stelt Venezuela te hebben moeten verlaten.
Wil de familie eiseres daadwerkelijk vermoorden?
9. Volgens de minister heeft eiseres niet inzichtelijk gemaakt dat de familie eiseres daadwerkelijk wil vermoorden. Eiseres wijst in beroep op haar verklaringen over de bedreigingen die zij heeft ontvangen en de twee pogingen die zijn gedaan om [minderjarige 1] te ontvoeren. De incidenten werden erger en werden geleidelijk uitgebreid. Eiseres had geen andere keuze dan te vertrekken.
Naar het oordeel van de rechtbank gaat eiseres zowel in haar zienswijze als in de gronden van beroep niet in op de daadwerkelijke vraag die voorligt. Waaruit blijkt dat de vader van [naam] eiseres en haar kinderen wil vermoorden? [naam] is in maart 2022 bij eiseres komen wonen en ze zijn pas eind september 2022 vertrokken uit Venezuela. In de tussenliggende periode was bekend waar eiseres en haar kinderen verbleven. Naast dat er afval is gedumpt bij het huis zijn er geen incidenten geweest. Met betrekking tot de twee gestelde pogingen tot ontvoering verwijst de rechtbank naar wat zij hierover onder 7. heeft overwogen.
De ingediende aanvullende stukken
10. Met betrekking tot de aanvullende stukken die op 3 en 12 maart 2026 zijn overgelegd overweegt de rechtbank dat niet duidelijk is of en hoe deze stukken betrekking hebben op de zaak van eiseres. Er is geen toelichting meegestuurd en nu zowel eiseres als haar gemachtigde niet ter zitting zijn verschenen heeft de rechtbank ook niet kunnen navragen hoe zij deze stukken moet betrekken bij de zaak van eiseres.
Conclusie en gevolgen
11. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht het standpunt heeft ingenomen dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.
De minister heeft de aanvraag daarom terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach - de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Timmerman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.