Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 2 juli 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A. Breetveld te Den Haag,
voorheen mr. M.S. Odink te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.W. Kuiper te Den Haag.
Procedure
Bij beschikking van 20 oktober 2025 van deze rechtbank is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de tandarts-, de kapper-, en artsbezoeken en de proceskosten aangehouden, in afwachting van het verloop van het traject Ouderschapsbemiddeling.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
Gelet op de stukken die partijen over en weer hebben ingediend, acht de rechtbank zich voldoende voorgelicht om de zaak schriftelijk verder af te handelen.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft alles wat bij de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor
zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist.
Opmerking vooraf
Namens de vader zijn op 14 juni 2026 nieuwe verzoeken ingediend met betrekking tot de zorg- c.q. omgangsregeling en de nakoming hiervan. De rechtbank heeft in de beschikking van 20 oktober 2025 al een eindbeslissing gegeven over de zorg/omgangsregeling. Gelet daarop dient een verzoek tot wijziging hiervan, dan wel een vordering tot nakoming van die regeling, te worden gedaan in een nieuwe procedure.
Gezag en de tandarts-, de kapper- en artsbezoeken
De vader heeft verzocht om hem met het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] te belasten. De moeder heeft hiertegen verweer gevoerd. Daarnaast heeft de moeder verzocht om haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 2] te belasten. De vader heeft daartegen verweer gevoerd.
Tijdens de zitting in september 2025 is gebleken dat er tussen de ouders (nog) geen constructieve samenwerkingsbasis was. De rechtbank heeft hen daarom doorverwezen naar een traject ouderschapsbemiddeling teneinde hun onderlinge verstandhouding te verbeteren. Uit de nadien door de beide ouders ingediende informatie blijkt dat de verstandhouding sindsdien alleen maar verder is verslechterd. Over het verloop van de ouderschaps-bemiddeling heeft de rechtbank, na het bericht van de vader uit november 2025 dat zij op dat moment nog op een wachtlijst stonden, van partijen niets meer vernomen. Uit de berichten van de vader en de moeder blijkt dat er al lange tijd geen contact is tussen de vader en de kinderen en dat zij op de wachtlijst staan voor een traject contactherstel. Uit het verslag van het multidisciplinair overleg (MDO) van 9 juni 2026 blijkt dat dit traject contactherstel, gezien de complexiteit van de situatie en de omstandigheden van alle betrokkenen, in eerste instantie individueel met beide ouders wordt opgestart. De rechtbank is van oordeel dat het bij deze stand van zaken, waarin er kennelijk binnen afzienbare tijd geen zicht is op verbetering van de verhoudingen tussen de ouders, in het belang van de kinderen is dat er een eindbeslissing komt over het ouderlijk gezag.
Zoals hiervoor overwogen waren de ouders in september 2025 niet in staat tot een behoorlijke uitoefening van het gezamenlijk gezag en is de situatie er sindsdien niet beter op geworden. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er hiermee een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders en is het niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. Voor [minderjarige 2] geldt dat dit des te meer klemt vanwege zijn complexe zorgbehoefte. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader om hem met het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] te belasten afwijzen en het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 2] te belasten toewijzen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vader om te bepalen dat hij [minderjarige 2] en [minderjarige 1] begeleidt naar de tandarts, de kapper en de arts afwijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de
rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank – met aanvulling in zoverre van de beschikking van 20 oktober 2025 van deze rechtbank – :
*
wijst af het verzoek van de vader ten aanzien van het gezag over [minderjarige 1];
*
bepaalt dat de moeder voortaan wordt belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats];
*
wijst af het verzoek van de vader ten aanzien de tandarts-, de kapper- en artsbezoeken;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.