RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiseres], v-nummer: [v-nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie.
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.63591
(gemachtigde: mr. I. Özkara),
en
Procesverloop
1. Eiseres heeft op 2 mei 2025 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel ’familie en gezin [referent] (referent)’.
De minister heeft deze aanvraag op 21 augustus 2025 afgewezen, omdat eiseres niet in het bezit is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en zij niet van dit vereiste wordt vrijgesteld. Met het bestreden besluit van 12 december 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
Overwegingen
2. In deze procedure gaat het om de vraag of de minister het mvv-vereiste kan tegenwerpen aan eiseres. Eiseres heeft de Turkse nationaliteit. Volgens eiseres is het mvv-vereiste in strijd met het Turkse associatierecht.
De rechtbank stelt vast dat de gronden van beroep letterlijk een herhaling zijn van wat in bezwaar is aangevoerd. De minister is in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd ingegaan op de gronden van bezwaar van eiseres. Een enkele herhaling in beroep van wat eerder is aangevoerd, zonder daarbij duidelijk te maken op welke onderdelen de minister in zijn motivering tekort is geschoten, kan niet leiden tot enig resultaat. Reeds hierom slaagt de beroepsgrond niet.
Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende. De minister stelt in het bestreden besluit dat referent sinds 1996 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt en daarom geacht wordt de arbeidsmarkt definitief te hebben verlaten. Daarom is referent volgens de minister geen werknemer als bedoeld in Besluit 1/80. Eiseres betwist dit standpunt niet. De minister stelt daarom terecht dat eiseres niet onder het toepassingsbereik van het Turkse associatierecht valt. De vraag of het mvv-vereiste in het geval van eiseres in strijd is met dit recht, is daarom niet relevant. Overigens, ook indien eiseres wel onder het toepassingsbereik van Turkse associatierecht zou vallen dan volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het toepassen van het mvv-vereiste als zelfstandige afwijzingsgrond niet in strijd met het Turkse associatierecht.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.G.C. Lelifeld, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.