ECLI:NL:RBDHA:2026:23382

ECLI:NL:RBDHA:2026:23382

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-08-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer NL26.21117
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

artikel 3 EVRM, onvoldoende doorgevraagd door verweerder

Uitspraak

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 7 april 2026 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Geen zitting

2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank dit uit.

Waar gaat deze zaak over?

3. Eiser stelt de Iraakse nationaliteit te hebben en op [geboortedatum] 2003 te zijn geboren. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser stelt dat verweerder niet de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen en gehouden is dit alsnog te doen. Bij de beoordeling van de asielaanvraag is verweerder gehouden zich te houden aan het EVRM-toetsingskader, waaruit volgt dat op verweerder een autonome en actieve onderzoeksplicht rust. Eiser verwijst in dit kader naar het Jawo-arrest. Eiser stelt dat verweerder op geen enkele wijze heeft doorgevraagd, nadat eiser heeft aangegeven dat hij bij terugkeer naar Irak verwacht te worden gedood. Verweerder heeft een passieve houding aangehouden en handelt in strijd met artikel 3 EVRM. Tot slot wenst eiser gehoord te worden om zijn gronden nader toe te lichten.

5. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat ten aanzien van Duitsland kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

6. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat verweerder niet voldoende heeft doorgevraagd naar de door eiser aangegeven situatie. Daarbij merkt de rechtbank op dat eiser in zijn aanmeldgehoor op de vraag wat zijn bezwaren tegen overdracht zijn, heeft verklaard dat hij niet terug wil naar Duitsland omdat dan sprake zou zijn van terugkeer naar Irak, waarna hij verwacht gedood te worden. Als hem wordt gevraagd of hij al zijn bezwaren kenbaar heeft gemaakt, antwoordt eiser bevestigend. Verweerder heeft eiser vervolgens in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Daarvan heeft eiser geen gebruik van gemaakt. Bovendien heeft eiser correcties en aanvullingen op het gehoor kunnen indienen, maar hij heeft daarvan ook geen gebruik gemaakt. De rechtbank stelt vast dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden bij zijn beoordeling heeft betrokken en daarmee zorgvuldig heeft gehandeld. Daarbij weegt de rechtbank mee dat verweerder in het voornemen en in het bestreden besluit uiteen heeft gezet dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zich niet aan de internationale regels houdt. De Duitse autoriteiten zijn gebonden aan de verplichting om eiser niet uit te zetten als dat strijdig zou zijn met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Mocht eiser problemen ervaren, dan ligt het op zijn weg om daarover te klagen bij de Duitse autoriteiten. Niet is gebleken dat klagen of het vragen van hulp bij de Duitse autoriteiten voor eiser niet mogelijk zal zijn.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.

8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, rechter, in aanwezigheid van M. Ramdihal, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Smeets

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand