ECLI:NL:RBDHA:2026:23412

ECLI:NL:RBDHA:2026:23412

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-07-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer C/09/703986 / FA RK 26-4125
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

wijziging zorgregeling, vervangende toestemming inschrijving bassisschool en doorverwijzing UHA

Uitspraak

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 23 april 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C. van der Zalm te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G.V. van der Bom te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:

 het verzoekschrift van de vader met bijlagen;

 het aanvullend verzoek van de vader met bijlagen;

 het bericht van de vader met bijlagen;

 het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen.

Op 23 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

 De vader en de moeder zijn niet gehuwd geweest en hebben nooit in samenlevingsverband samengewoond.

 Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:

 [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] .

 [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

 De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over [minderjarige] .

 Bij beschikking van deze rechtbank van 6 september 2024 is – voor zover hier aan de orde – bepaald dat:

 [minderjarige] bij de vader zal zijn:

 in de oneven weken op donderdag van 18:00 uur tot vrijdag 20:00 uur, waarbij de vader [minderjarige] ophaalt van de opvang en terugbrengt naar de moeder;

 in de oneven weken op zondag van 8:00 uur tot 20:00 uur waarbij de moeder [minderjarige] brengt naar de vader en de vader [minderjarige] terugbrengt naar de moeder;

 in de even weken van vrijdag 8:00 uur tot zondag 20:00 uur waarbij de moeder [minderjarige] brengt naar de vader en de vader [minderjarige] terugbrengt naar de moeder.

 de feestdagen volgens het opgenomen schema worden verdeeld tussen de ouders.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift, zoals dat luidt na aanvulling op 15 juni 2026, strekt tot wijziging van de beschikking van 6 september 2024 van deze rechtbank, in die zin dat de vader verzoekt te bepalen dat voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens:

 [minderjarige] in de oneven week bij de vader en in de even week bij de moeder zal verblijven, waarbij het wisselmoment zal plaatsvinden op de maandagochtend (via de kinderopvang of school), althans de zorgregeling op een zodanige wijze te wijzigen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;

 de (school)vakanties bij helfte tussen partijen worden verdeeld conform het door de vader opgestelde schema (productie 8), waarbij de schoolvakantieperioden van de regio midden worden aangehouden en de overdracht van [minderjarige] in de vakanties zal plaatsvinden op de maandag om 08.00 uur, waarbij de ouder waar [minderjarige] verblijft [minderjarige] bij een wisselmoment naar de andere ouder brengt of, ingeval de vakantie is afgelopen, naar de opvang/school brengt althans een zodanige vakantieregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;

 in aanvulling op de bij beschikking d.d. 6 september 2024 vastgestelde feestdagenregeling te bepalen dat [minderjarige] met het Offerfeest en het Suikerfeest drie aaneengesloten dagen bij de desbetreffende ouder zal verblijven;

 in aanvulling op de bij beschikking d.d. 6 september 2024 vastgestelde feestdagenregeling te bepalen dat de overdracht bij de start van de feestdag plaatsvindt om 08.00 uur en bij het einde van de feestdag(en) om 20.00 uur. Als [minderjarige] de dag na de feestdag bij dezelfde ouder verblijft, blijft [minderjarige] op de feestdag overnachten bij die desbetreffende ouder;

 aan de vader vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de moeder vervangt, om de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] , in te schrijven op de bassischool [school 1] danwel indien [minderjarige] daar niet geplaatst zal worden [minderjarige] in te schrijven op de bassischool [school 2] , voor het schooljaar 2027/2028.

De vader doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden nadien zijn gewijzigd.

De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt tevens zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:

 aan de vrouw vervangende toestemming zal worden verleend, welke de toestemming van de man vervangt, om [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023, in te schrijven op de basisschool [school 3] dan wel, indien [minderjarige] daar niet geplaatst kan worden, in te schrijven op basisschool [school 4] dan wel, indien [minderjarige] daar ook niet geplaatst kan worden, in te schrijven op [school 5] , allen gevestigd te [plaats] .

Beoordeling

De ouders zijn na de beschikking van 6 september 2024 een UHA-traject gestart om aan hun onderlinge communicatie te werken en afspraken te maken over de uitbreiding van de zorgregeling. Dit traject is niet van de grond gekomen en in de tussentijd is er veel gebeurd. De onderlinge communicatie is nog steeds ernstig verstoord. De rechtbank heeft daarom op de zitting besproken dat zij het, net de Raad en de ouders zelf, van belang acht dat de ouders gaan deelnemen aan het traject Ouderschapsbemiddeling en opnieuw te gaan (leren) communiceren in het belang van [minderjarige] . Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject Ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap.

De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is op 26 juni 2026 al per e-mail verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.

De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen, met in ieder geval een concreet advies over de hoofdverblijfplaats, bijzondere curator en het opschorten van de omgang tussen de vader en [minderjarige] . Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.

Op de zitting heeft de vader aangegeven, in afwachting van de uitkomsten van het traject, graag een langere periode met [minderjarige] te zijn in de vorm van een week vakantie. De ouders zijn toen op de zitting overeengekomen dat de vader een week vakantie met [minderjarige] zal hebben in september en in de tweede week van de Kerstvakantie. [minderjarige] zal in de eerste week van de Kerstvakantie bij haar moeder vakantie houden.

De rechtbank zal, zoals op de zitting al met de ouders is besproken, iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling en de vervangende toestemming voor inschrijving op een school pro forma aanhouden tot 15 december 2026 in afwachting van de uitkomst van het traject Ouderschapsbemiddeling.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] :

 bij de vader een aangesloten week vakantie doorbrengt in september 2026 en week 2 van de Kerstvakantie 2026;

 bij de moeder week 1 van de Kerstvakantie 2026 doorbrengt;

stelt vast dat de ouders, te weten:

[de vader] (de vader),

wonende te [adres] ,

en

[de moeder] (de moeder),

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:

Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;

*en de Raad voor de Kinderbescherming (alleen-indien-lus-opgenomen-in-beschikking);

bepaalt dat de ouders de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren over het verloop van voornoemd traject;

bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders;

*bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van deze beschikking, de rapportage en de relevante processtukken die na deze beschikking zijn ingekomen aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;

*verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject na ontvangst van de brief van de rechtbank met de hiervoor genoemde stukken te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en vervangende toestemming inschrijving school aan tot 15 december 2026 pro forma.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R. Warmerdam

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand