Rechtbank DEN HAAG
Beschikking van de kinderrechter
Ondertoezichtstelling
[de vader],
[de moeder],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/705808 / JE RK 26-905
Datum uitspraak: 21 juli 2026
in de zaak naar aanleiding van het op 26 mei 2026 ingekomen verzoekschrift van:
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (hierna te noemen: de Raad),
betreffende:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
hierna te noemen: de vader,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze, gemeente Gilze en Rijen.
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.T.C.M. Geurts te ’s-Gravenhage.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.
Het procesverloop
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het verweerschrift, met bijlagen, van de moeder.
Op 7 juli 2026 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld, samen met de verzoeken zoals gedaan in de zaken bekend met zaak- en rekestnummers C/09/669913 en FA RK 24-5289 en C/09/679386 en FA RK 25-658. Daarbij zijn verschenen:
de vader, bijgestaan door zijn advocaat, mr. R.G.J. van Kerkhof;
de moeder, bijgestaan door haar advocaten, mr. W.J. Vroegindeweij en mr. L.T.C.M. Geurts;
[naam 1] namens de Raad;
[naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
Over de verzoeken in de zaken bekend met zaak- en rekestnummers C/09/669913 en FA RK 24-5289 en C/09/679386 en FA RK 25-658 is bij separate beschikking van 21 juli 2026 beslist.
Feiten
De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
[minderjarige] is erkend door de vader.
De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
[minderjarige] verblijft feitelijk bij de moeder.
De moeder heeft de Marokkaanse nationaliteit, de vader heeft de Turkse nationaliteit en [minderjarige] heeft de Marokkaanse en de Turkse nationaliteit.
Verzoek
Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de periode van één jaar. De Raad heeft daartoe het volgende naar voren gebracht. [minderjarige] is een peuter van twee jaar die in zijn korte leven al veel te maken heeft gehad met gevoelens van onveiligheid en onvoorspelbaar contact met zijn vader. Hij is getuige geweest van fysieke en verbale conflicten tussen zijn ouders, waardoor hij en zijn moeder meerdere keren hebben moeten verhuizen naar geheime opvanglocaties. De Raad is bezorgd over de impact hiervan op de ontwikkeling van [minderjarige]. Een en ander kan leiden tot gevoelens van angst in nieuwe situaties of in contact met zijn vader. Bovendien kan het voor [minderjarige] moeilijk zijn om hechtingsrelaties op te bouwen, hetgeen heel belangrijk is voor zijn emotionele ontwikkeling. Het kan ook leiden tot gedragsproblemen. [minderjarige] heeft tijdens het huisbezoek laten zien dat hij geluidjes maakt en contact zoekt. Dit kan normaal zijn voor zijn leeftijd, maar ook duiden op behoefte aan bevestiging en sociale interactie, wat kan wijzen op een gebrek aan emotionele stabiliteit en veilige hechting.
De ouders zijn volgens de Raad niet in staat om te handelen in het belang van [minderjarige]. De Raad houdt zorgen over de dynamiek tussen de ouders. Er zijn zorgen over fysiek en verbaal geweld van de vader richting de moeder, maar tegelijktijdig is de moeder wisselend in het contact met de vader. Het lukt haar niet om uit het contact te blijven. De eigen ervaringen van de moeder in haar jeugd maken mogelijk dat haar vermogen om een veilige omgeving voor [minderjarige] te creëren wordt beïnvloed. Het is daardoor voor haar moeilijk om de benodigde steun, liefde en voorspelbaarheid aan [minderjarige] te bieden.
De vader heeft problemen met zijn emotieregulatie. Hij handelt vanuit zijn eigen behoeftes en frustraties en het lukt hem daarom niet om het belang van [minderjarige] voorop te stellen. Hij creëert daardoor onveilige situaties. Ook heeft de Raad zorgen over het middelengebruik van de vader. Hij blowt en hij gebruikt antidepressiva. De Raad vraagt zich af wat dat doet met zijn emotionele beschikbaarheid. Ook over de moeder bestaan zorgen over haar emotionele beschikbaarheid voor [minderjarige]. De moeder gebruikt een grote hoeveelheid pijn- en slaapmedicatie en antidepressiva. De medicatie en de effecten daarvan worden al geruime tijd niet door een psychiater gemonitord. Er is dus weinig zicht op het functioneren van de moeder. Er zijn ook zorgen over de samenwerking met de hulpverlening. De moeder zegt regelmatig afspraken af.
De Raad ziet aldus risicofactoren op een onveilige hechtingsrelatie met zijn opvoeders voor [minderjarige], waarbij hij niet weet wat hij kan verwachten van zijn ouders in verband met hun persoonlijke problematiek. Zij zijn mogelijk onvoldoende emotioneel beschikbaar voor hem. Er zijn ook zorgen over chronische stress bij [minderjarige], waardoor hij traumaklachten kan ontwikkelen. Een stabiele basis is juist noodzakelijk voor zijn emotionele en sociale groei.
Om voor [minderjarige] de zorgen voor het veilig opgroeien in de context van de scheiding weg te nemen, is het volgende van belang:
[minderjarige] groeit op in een voorspelbare en veilige omgeving, waarbij geen sprake is van fysieke of verbale agressie.
[minderjarige] groeit op met ouders die zijn veiligheid en ontwikkeling voorop stellen.
[minderjarige] heeft voorspelbaar contact met zijn beide ouders.
De moeder is voldoende weerbaar en kan haar grenzen aangeven in het contact met de vader.
De vader leert op een juiste manier met zijn emoties om te gaan.
Er moet meer zicht komen op de eigen problematiek van de ouders, met duidelijke doelen en passende hulp of behandeling. Vanuit de GGZ moet er zicht komen op de impact van het gebruik van medicatie en hoe dit kan worden aangepakt, zodat de ouders in staat zijn om een stabiele en veilige omgeving voor [minderjarige] te bieden. Het is essentieel dat er ook aandacht is voor het middelengebruik van vader.
Van belang is dat er voor nu geen fysiek contact plaatsvindt tussen [minderjarige] en de vader zonder de aanwezigheid van een neutrale professional en dat er met behulp van een neutrale partij duidelijke afspraken worden gemaakt over de omgang tussen [minderjarige] en de vader. Dit dient te worden begeleid en gemonitord door het omgangshuis. Er kan pas sprake zijn van onbegeleide omgangsmomenten als de ouders met behulp van de jeugdbeschermer duidelijke afspraken hebben gemaakt over de omgang tussen de vader en [minderjarige] en de communicatie tussen de ouders, waarbij er geen sprake meer is van conflicten en onveiligheid. Ook moet er meer zicht komen op het functioneren van beide ouders. Van belang is dat er geen sprake meer is van middelgebruik zonder toezicht van een psychiater. Er moet ook meer zicht komen op de sterke wietgeur bij de vader thuis, op zijn functioneren, zijn emotieregulatie en zijn aandeel in partnerrelaties. Er dient gekeken te worden naar een GZZ-traject, bijvoorbeeld via de Waag of een soortgelijke instelling. Voor de moeder is van belang dat zij een individueel GGZ-traject ingaat. Daarbij kan ook aandacht zijn voor onderliggende persoonlijke problematiek en kan zij leren hoe zij in relaties haar grenzen kan aangeven naar een partner om de veiligheid voor [minderjarige] te waarborgen. Er dient ook rekening mee te worden gehouden dat [minderjarige] een groter dan gemiddeld risico loopt op het ontwikkelen van trauma’s en een onveilige hechtingsrelatie. Hier dient mogelijk hulpverlening voor te worden ingezet.
Beide ouders hebben nog stappen te zetten. De moeder heeft een ambivalente houding ten aanzien van de ondersteuning die zij nodig heeft en de vader vindt het moeilijk om zijn eigen aandeel te zien. Het lukt ouders onvoldoende om afspraken te maken met elkaar en zich aan veiligheidsafspraken te houden. De zorgen blijven daardoor bestaan.
Op grond van het voorgaande is een ondertoezichtstelling nodig, omdat er sprake is van een ernstige bedreigde ontwikkeling van [minderjarige], nu hij al langer opgroeit in een instabiele opvoedsituatie. De complexiteit en langdurigheid van de problematiek vraagt om een langere periode van monitoring en het inzetten van juiste hulpverlening. Een snelle verandering is nodig in verband met de jonge leeftijd van [minderjarige].
De vader heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. De moeder daarentegen heeft verweer gevoerd tegen de verzochte ondertoezichtstelling. Zij stelt dat geen sprake is van een ontwikkelingsbedreiging. Vóór het raadsonderzoek zijn er nooit zorgen geweest over de zorg van de moeder voor [minderjarige] en ook het CJG heeft geen zorgelijke signalen gemeld. De moeder is zelf al naar de GGZ geweest voor traumabehandeling, zij wil werken aan de afbouw van haar medicatie en werkt overal aan mee. De moeder ziet wel dat er zorgen zijn over het contact tussen de vader en [minderjarige], maar daarvoor kan omgangsbegeleiding worden opgestart via een omgangshuis. Daar is geen ondertoezichtstelling voor nodig.
Beoordeling
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en op de zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn. Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt.
Er zijn al langere tijd zorgen over de opvoedsituatie van [minderjarige]. De zorgen bestaan onder meer uit de onderlinge relatie tussen de moeder en de vader, die gekenmerkt wordt door spanningen en conflicten. [minderjarige] is getuige geweest van de fysieke en verbale conflicten. Het lukt de moeder niet om de vader op afstand te houden en uit het negatieve contact met de vader te blijven. De moeder maakt bovendien gebruik van veel zware medicijnen, waarbij het gebruik hiervan al langere tijd niet wordt gemonitord door de psychiater. De vader heeft moeite met het regulieren van zijn emoties en handelt met name vanuit zijn eigen behoeftes. De kinderrechter is met de Raad van oordeel dat deze zorgelijke opvoedsituatie een impact heeft op de ontwikkeling van [minderjarige] en dat hij hierdoor een groter risico loopt op het ontwikkelen van trauma’s en een onveilige hechtingsrelatie. Het is van belang dat daar goed zicht op wordt gehouden en dat hulpverlening wordt ingezet voor de ouders en [minderjarige]. Tot nu toe heeft hulp in het vrijwillige kader niet het gewenste effect bereikt. De hulpverlening komt onvoldoende van de grond en beide ouders zijn niet in staat om afspraken te maken en de veiligheid van [minderjarige] voorop te stellen. De moeder zegt mee te werken aan de hulpverlening, maar handelt vervolgens tegen adviezen van de hulpverlening in. Zo is heel duidelijk benoemd in het raadsrapport dat er omgang dient plaats te vinden tussen de vader en [minderjarige] onder begeleiding van een professional. De moeder echter heeft in het weekend voorafgaand aan de zitting nog omgang tussen de vader en [minderjarige] laten plaatsvinden in aanwezigheid van enkel haar broer en haarzelf. Dit is vervolgens niet goed gegaan. Daarnaast is op de zitting door de Raad naar voren gebracht dat de moeder heeft gezegd verschillende afspraken te hebben gemaakt met onder meer hulpverleningsinstanties, maar Veilig Thuis heeft aangegeven dat die afspraken niet gemaakt zijn. De kinderrechter vindt dit zorgelijk, omdat het juist heel belangrijk is dat hulpverlening wordt ingeschakeld. De kinderrechter ziet meerwaarde in de betrokkenheid van een jeugdbeschermer die als professional een beter overzicht heeft van de beschikbare hulpverlening en regie kan voeren daarin. Gelet op de grote zorgen, de complexiteit van de problematiek en de verschillende soorten hulpverlening die nodig zijn voor zowel de ouders als [minderjarige], acht de kinderrechter een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar passend en geboden.
Derhalve zal als volgt worden beslist.
Beslissing
De kinderrechter:
*
stelt [minderjarige] van 21 juli 2026 tot 21 juli 2027 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
*
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.