Hoofdverblijfplaats en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken,
Beschikking op het op 17 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader],
verzoeker, hierna te noemen: de vader,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.C. van ’t Hek te Dordrecht.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij te Katwijk,
en beschikking op het op 30 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.A.E.C.J.M. Hooft in Gilze, gemeente Gilze en Rijen.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij in Katwijk.
Procedure
in de zaak C/09/679386
Bij beschikking van deze rechtbank van 26 maart 2025 in de zaak C/09/679386 zijn de ouders verwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling. Daarnaast is bepaald dat [minderjarige] voorlopig zijn hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder en dat hij voorlopig contact heeft met de vader elke vrijdag van 13.00 uur tot 15.00 uur in [naam winkelcentrum] of op een in onderling overleg afgesproken locatie, waarbij de moeder [minderjarige] brengt en ophaalt. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken is aangehouden.
Bij beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2025 in de zaak C/09/669913 is bepaald dat, met wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 26 maart 2025 in de zaak C/09/679386, [minderjarige] voorlopig begeleid contact zal hebben met de vader, waarbij de regie over de omstandigheden, duur en frequentie van dat contact bij Veilig Thuis ligt. Daarnaast is de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) verzocht om onderzoek te doen, waarbij in ieder geval antwoord gegeven wordt op de volgende vragen:
Iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken is aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken waaronder nu ook:
in de zaak C/09/669913
de brief van 26 mei 2026 van de Raad, met als bijlage het raadsrapport met kenmerk KZ-1-68Q1IK5;
de brief van 16 januari 2026 van de Raad.
Op 7 juli 2026 zijn de zaken op de zitting van deze rechtbank behandeld, gecombineerd met de behandeling van het verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling, bekend onder zaak- en rekestnummer C/09/705808 en FA RK 26-905. Hierbij zijn verschenen:
de vader, bijgestaan door zijn advocaat, mr. R.G.J. van Kerkhof (als waarnemer en advocaat in de procedure ten aanzien van de ondertoezichtstelling);
de moeder, bijgestaan door haar advocaten, mr. W.J. Vroegindeweij en mr. L.T.C.M. Geurts;
[naam 1] namens de Raad;
[naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
Over het verzoek van de Raad om ondertoezichtstelling van [minderjarige] is bij separate beschikking van 21 juli 2026 beslist en is de ondertoezichtstelling uitgesproken.
Beoordeling
Hoofdverblijfplaats
Aanvankelijk hebben beide ouders verzocht om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem of haar te bepalen. De vader heeft zijn verzoek op de zitting ingetrokken, zodat enkel nog het verzoek van de moeder voorligt. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen, nu in het belang van [minderjarige] wordt geacht dat zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder zal zijn, hetgeen aansluit bij de feitelijke situatie.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Bij beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2025 is onder andere aan de Raad gevraagd onderzoek te doen naar de vraag of het belang van [minderjarige] zich verzet tegen contact met de vader en zo nee, welke regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in zijn belang is. De Raad heeft in zijn rapport het volgende naar voren gebracht.
[minderjarige] is een peuter van twee jaar die in zijn korte leven al veel te maken heeft gehad met gevoelens van onveiligheid en onvoorspelbaar contact met zijn vader. Hij is getuige geweest van fysieke en verbale conflicten van zijn ouders, waardoor hij en zijn moeder meerdere keer hebben moeten verhuizen naar geheime opvanglocaties. De Raad is bezorgd over de impact hiervan op de ontwikkeling van [minderjarige]. Een en ander kan leiden tot gevoelens van angst in nieuwe situaties of in contact met zijn vader. Bovendien kan het voor [minderjarige] moeilijk zijn om hechtingsrelaties op te bouwen, hetgeen heel belangrijk is voor zijn emotionele ontwikkeling. Het kan ook leiden tot gedragsproblemen. [minderjarige] heeft tijdens het huisbezoek laten zien dat hij geluidjes maakt en contact zoekt. Dit kan normaal zijn voor zijn leeftijd, maar ook duiden op behoefte aan bevestiging en sociale interactie, wat kan wijzen op een gebrek aan emotionele stabiliteit en veilige hechting.
De ouders zijn volgen de Raad niet in staat om te handelen in het belang van [minderjarige]. De Raad houdt zorgen over de dynamiek tussen de ouders. Er zijn zorgen over fysiek en verbaal geweld van de vader richting de moeder, maar tegelijktijdig is de moeder wisselend in het contact met de vader. Het lukt haar niet om uit het contact te blijven. De eigen ervaringen van de moeder in haar jeugd maken mogelijk dat haar vermogen om een veilige omgeving voor [minderjarige] te creëren wordt beïnvloed. Het is daardoor voor haar moeilijk om de benodigde steun, liefde en voorspelbaarheid te bieden. Het lukt de ouders niet om een veilige basis te bieden en dat brengt risico’s met zich mee voor [minderjarige] in het ontwikkelen van een veilige gehechtheidsrelatie.
De vader heeft problemen met zijn emotieregulatie. Hij handelt vanuit zijn eigen behoeftes en frustraties en het lukt hem daarom niet om het belang van [minderjarige] voorop te stellen. Hij creëert daardoor onveilige situaties. Ook heeft de Raad zorgen over het middelengebruik van de vader. Hij blowt en hij gebruikt antidepressiva. De Raad vraagt zich af wat dat doet met zijn emotionele beschikbaarheid. Ook over de moeder bestaan zorgen over haar emotionele beschikbaarheid voor [minderjarige]. De moeder gebruikt een grote hoeveelheid pijn- en slaapmedicatie en antidepressiva. De medicatie en de effecten daarvan worden al geruime tijd niet door een psychiater gemonitord. Er is dus weinig zicht op het functioneren van de moeder. Er zijn ook zorgen over de samenwerking met de hulpverlening. De moeder zegt regelmatig afspraken af.
De Raad ziet aldus risicofactoren op een onveilige hechtingsrelatie met zijn opvoeders voor [minderjarige], waarbij hij niet weet wat hij kan verwachten van zijn ouders in verband met hun persoonlijke problematiek. Zij zijn mogelijk onvoldoende emotioneel beschikbaar voor hem. Er zijn ook zorgen over chronische stress bij [minderjarige], waardoor hij traumaklachten kan ontwikkelen. Een stabiele basis is juist noodzakelijk voor zijn emotionele en sociale groei.
Van belang is dat er voor nu geen fysiek contact plaatsvindt tussen [minderjarige] en de vader zonder de aanwezigheid van een neutrale professional. Verder is van belang dat er met behulp van een neutrale partij duidelijke afspraken worden gemaakt over de omgang tussen [minderjarige] en de vader. Dit dient te worden begeleid en gemonitord door het omgangshuis. Er kan pas sprake zijn van onbegeleide omgangsmoment als de ouders met behulp van de jeugdbeschermer duidelijke afspraken hebben gemaakt over de omgang tussen de vader en [minderjarige] en over de communicatie tussen de ouders, waarbij er geen sprake meer is van conflicten en onveiligheid. Ook moet er meer zicht komen op het functioneren van beide ouders. Van belang is dat er geen sprake meer is van middelgebruik zonder toezicht van een psychiater. Er moet ook meer zicht komen op de sterke wietgeur bij de vader thuis, op zijn functioneren, zijn emotieregulatie en zijn aandeel in partnerrelaties. Er dient gekeken te worden naar een GZZ-traject, bijvoorbeeld via de Waag of een soortgelijke instelling. Voor de moeder is van belang dat zij een individueel GGZ-traject ingaat. Daarbij kan ook aandacht zijn voor onderliggende persoonlijke problematiek en kan zij leren hoe zij in relaties haar grenzen kan aangeven naar een partner om de veiligheid voor [minderjarige] te waarborgen. Er dient ook rekening mee te worden gehouden dat [minderjarige] een groter risico loopt op het ontwikkelen van trauma’s en een onveilige hechtingsrelatie. Hier dient mogelijk hulpverlening voor te worden ingezet.
De Raad acht contact tussen de vader en [minderjarige] wel in het belang van [minderjarige]. Deze contacten dienen eerst gemonitord te worden door het omgangshuis, waarbij een professional het contact observeert en monitort. Door ook het contact tussen de ouders te begeleiden en afspraken te maken over de communicatie en de omgang hoopt de Raad meer rust en veiligheid voor [minderjarige] te creëren. De Raad adviseert de beslissing op de definitieve omgangsregeling aan te houden voor een periode van 9 maanden in afwachting van de resultaten van het omgangshuis en de verder geadviseerde hulpverlening aan ouders.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is gebleken dat er sprake is van een zorgelijke opvoedsituatie voor [minderjarige], waarin ouders niet zelf in staat zijn om de juiste hulpverlening in te zetten en de situatie voor [minderjarige] te verbeteren. Bij afzonderlijke beschikking van deze rechtbank van 21 juli 2026 in de zaak C/09/705808 wordt dan ook de ondertoezichtstelling uitgesproken over [minderjarige]. De rechtbank volgt de Raad in zijn advies om de omgang tussen de vader en [minderjarige] onder begeleiding van een professional te laten plaatsvinden. De rechtbank zal daarbij de regie beleggen bij de jeugdbeschermer die in het kader van de ondertoezichtstelling zal worden aangesteld. Daarbij dient de jeugdbeschermer te bezien welke mogelijkheden er zijn om het begeleide contact stap voor stap uit te breiden en zo toe te werken naar onbegeleid contact. De rechtbank zal in deze beschikking een eindbeslissing wijzen en de procedures niet langer aanhouden, zoals ook de wens is van de ouders, om de druk van deze procedures weg te nemen. Van belang is dat de focus komt te liggen op de begeleiding van het contact tussen de vader en [minderjarige] en de in te zetten hulpverlening.
De rechtbank benadrukt daarbij dat het niet de bedoeling is dat de moeder zelf het contact tussen de vader en [minderjarige] faciliteert, zoals voorafgaand aan de zitting nog is gebeurd. Als de vader contact wenst met [minderjarige], dan moet hij dat niet met de moeder bespreken, maar dan moet hij contact opnemen met de jeugdbeschermer om de mogelijkheden te bespreken.
Informatieregeling
De vader heeft verzocht om een informatieregeling te bepalen. De moeder heeft hiertegen verweer gevoerd, omdat zij niet wil dat een verplichting wordt opgelegd die onnodig veel stress oplevert.
De rechtbank overweegt dat uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is gebleken dat de moeder de vader op regelmatige basis informeert. Om die reden heeft de vader geen belang bij zijn verzoek en zal de rechtbank het verzoek afwijzen. Ten overvloede merkt de rechtbank daarbij op dat de vader zelf ook het gezag heeft en zelf informatie kan opvragen waar nodig.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats], zijn hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder;
*
bepaalt dat het contact tussen de vader en [minderjarige] begeleid door een professional zal plaatsvinden, waarbij de regie over de omstandigheden, de duur en de frequentie va dat contact bij de jeugdbeschermer ligt;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.