Scheiding
Beschikking op het op 16 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.A. Ray te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. van de Burgwal te Amersfoort.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het bericht van 19 december 2024, met bijlagen, van de vrouw;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek tevens inhoudende aanvullende verzoeken;
- het bericht van 16 juni 2025 van de man;
- het bericht van 9 april 2026 van de man;
- het bericht van 3 juni 2026, met bijlagen, van de man, tevens houdende een wijziging van de zelfstandige verzoeken;
- het bericht van 10 juni 2026, met bijlagen, van de man;
- de berichten van 12 juni 2026, met bijlagen, van de vrouw.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken, maar hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Op 23 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vrouw met haar advocaat;
- de man met zijn advocaat.
Door de advocaat van de man is op de zitting een nader stuk overgelegd.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2015 te [plaats] .
- Zij zijn de ouders van de volgende kinderen:
- de jong-meerderjarige [de jong-meerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2005
te [geboorteplaats 1] ;
- de jong-meerderjarige [de jong-meerderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008
te [geboorteplaats 1] ;
- de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2010
te [geboorteplaats 1] ;
- de minderjarige [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 4] 2017
te [geboorteplaats 2] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen uit.
- Beide partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
- opname van het door partijen getekende ouderschapsplan in de beschikking;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de man eveneens de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:
- opname van het door partijen getekende ouderschapsplan in de beschikking;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de man,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Echtscheiding
Aan de wettelijke vereisten is voldaan. Zowel de vrouw als de man heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De verzoeken tot echtscheiding zullen daarom als op de wet gegrond worden toegewezen.
Opname ouderschapsplan
Partijen zijn in de loop van de procedure een ouderschapsplan overeengekomen en hebben beiden verzocht de door hen getroffen onderlinge regeling, vastgelegd in het ouderschapsplan, in de beschikking op te nemen. Het verzoek zal als op de wet gegrond worden toegewezen.
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn op [datum] 2015 met elkaar gehuwd. Nu niet is gesteld of gebleken dat partijen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, moet gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 BW (tekst tot [geboortedatum 2] 2018) worden aangenomen dat tussen hen een algehele gemeenschap van goederen bestaat. Uitgangspunt bij verdeling van de gemeenschap is een verdeling tussen partijen bij helfte.
Peildatum
De rechtbank stelt voorop dat als peildatum voor het vaststellen van de omvang van de gemeenschap het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding geldt, dat is 16 december 2024. Als peildatum voor de waardering van de te verdelen goederen geldt de datum van feitelijke verdeling, tenzij partijen anders overeenkomen of op basis van de redelijkheid en billijkheid daarvan dient te worden afgeweken.
Omvang
Door partijen zijn de volgende bestanddelen naar voren gebracht:
Vergoedingsrechten
De man stelt een tweetal vergoedingsrechten op de gemeenschap te hebben. De rechtbank zal de verzoeken ten aanzien van deze vergoedingsrechten eerst bespreken, voordat zal worden ingegaan op de afzonderlijke vermogensbestanddelen.
Investering van € 85.000,- in de echtelijke woning
De man stelt dat hij in december 2014 (van zijn vader) onder uitsluitingsclausule ontvangen gelden, te weten € 85.000,-, in de echtelijke woning heeft geïnvesteerd. Dit bedrag valt niet in de gemeenschap. Het bedrag van € 85.000,- heeft de man destijds overgemaakt naar de spaarrekening bij Heineken van de vrouw, vanwege de hogere rentevergoeding en deze gelden zijn vervolgens geïnvesteerd in de echtelijke woning. De man heeft daarom een vergoedingsrecht op de gemeenschap waarvan de hoogte met inachtneming van de beleggingsleer moet worden berekend. Ten tijde van de investering in 2016 is de woning getaxeerd op € 1.060.000,-. In 2024 is de woning getaxeerd op € 1.950.000,-. Dit bekent dat de man een vergoedingsrecht van (85.000/1.060.000 x 1.950.000 =) € 156.367,93 op de gemeenschap heeft, die verrekend dient te worden met de afwikkeling van de woning, aldus de man.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De rechtbank stelt voorop dat de man als productie 9 een kopie van een door de man (de ontvanger) en zijn vader (de schenker) op 22 december 2014 ondertekende schenkingsovereenkomst heeft overgelegd (‘Schenking van geld met zachte uitsluitingsclausule’) en als productie 10 een bankafschrift waaruit blijkt dat de man op
22 december 2014 een bedrag van € 85.000,- met de omschrijving ‘verruimde schenkingsvrijstelling’ van de schenker heeft ontvangen. Anders dan de vrouw betoogt, heeft de rechtbank geen reden om aan te nemen dat de schenkingsovereenkomst pas later is opgemaakt of anderszins aan de authenticiteit van de schenkingsovereenkomst te twijfelen. Dat deze overeenkomst niet is opgenomen in een notariële akte is niet relevant. Ook de omstandigheid dat de vrouw, zoals zij stelt, niet met deze overeenkomst bekend was, is niet van belang.
In deze schenkingsovereenkomst is bij het zevende bullet point – voor zover hier relevant –de volgende uitsluitingsclausule opgenomen:
‘ - Deze schenking, de opbrengsten daarvan en alles wat hiervoor in de plaats treedt, zullen buiten iedere huidige of toekomstige goederengemeenschap vallen waarin de ontvanger getrouwd is of zal trouwen en zullen ook niet kunnen worden betrokken in enig verrekenbedrag uit huwelijkse voorwaarden.
- De waarde van hetgeen wordt verkregen mag wel in de verrekening of verdeling worden betrokken indien het huwelijk van de ontvanger door overlijden wordt ontbonden.
- Deze uitsluitingsclausule geldt niet voor het gedeelte dat wordt verteerd (‘opgemaakt’) gedurende de periode dat de ontvanger gehuwd is en ook zal er geen vergoedingsrecht ontstaan ten gevolge van deze verteringen, tenzij uit een regeling tussen de ontvanger en diens echtgenoot het tegendeel voortvloeit.’
Uit deze schenkingsoverkomst volgt dat deze schenking, de opbrengsten daarvan en alles wat hiervoor in de plaats treedt buiten de gemeenschap valt, maar dat de uitsluitingsclausule niet geldt voor het gedeelte dat wordt verteerd tijdens het huwelijk en dat er dan ook geen vergoedingsrecht voor de man ontstaat. Anders gezegd: de man heeft ten aanzien van de geschonken gelden alleen een vergoedingsrecht op de gemeenschap voor zover deze gelden niet zijn verteerd.
De rechtbank stelt vast dat uit het door de man overgelegde bankafschrift van 31 december 2014 (productie 23, laatste pagina) blijkt dat de man enkele dagen na ontvangst van de schenking een deel, te weten een bedrag van € 10.048,40, op 29 december 2014 naar de notaris heeft overgemaakt. Uit de omschrijving van de overboeking blijkt dat met dit bedrag de eerste termijn van de koopsom van de kavel voor de nog te bouwen woning in [plaats] is betaald. Omdat hiermee vaststaat dat het bedrag van € 10.048,40 geïnvesteerd is in de (bouw van de) echtelijke woning, komt de man in ieder geval een vergoedingsrecht toe voor dit deel van de schenking. Nu partijen ten tijde van de overboeking van voornoemd bedrag naar de notaris nog niet met elkaar gehuwd waren, wordt de hoogte van dat vergoedingsrecht bepaald aan de hand van hetgeen door partijen is opgenomen in het samenlevingscontract. Op basis van artikel 2 lid 2 van het samenlevingscontract heeft de man een nominaal vergoedingsrecht. Dit betekent dat de man in ieder geval een nominaal vergoedingsrecht van € 10.048,40 heeft.
Tussen partijen is niet in geschil dat het restant van de schenking, te weten een bedrag van € 75.000,-, via de vrouw naar de spaarrekening van de vrouw bij Heineken is overgemaakt, omdat op die rekening een hoge rente werd verkregen. Partijen zijn het er daarbij over eens dat op deze rekening ook spaargeld van de vrouw stond en dat de man daarnaast ook nog andere bedragen naar voornoemde rekening heeft overgemaakt. Met andere woorden, er stond reeds geld op de spaarrekening bij Heineken voordat het bedrag van € 75.000,- door de man op voornoemde rekening werd gestort en daarnaast zijn er daarna nog aanvullende stortingen gedaan. Tot slot staat niet ter discussie dat vanaf de spaarrekening bij Heineken verschillende investeringen van ruim € 140.000,- in de echtelijke woning zijn gedaan.
Hoewel vaststaat dat vanuit de spaarrekening bij Heineken investeringen in de echtelijke woning zijn gedaan, kan de rechtbank niet vaststellen of hiervoor de door de man ontvangen schenking is gebruikt. Op de rekening stond immers meer dan alleen het bedrag dat de man door schenking heeft ontvangen en de rechtbank heeft geen inzicht in de exacte geldstromen van en naar de spaarrekening bij Heineken. Het enkele feit dat de schenking, zoals in de schenkingsovereenkomst is te lezen, gedaan is ten behoeve van de eigen woning, betekent niet automatisch dat de schenking ook daadwerkelijk is aangewend voor investeringen in de echtelijke woning. Bovendien blijkt uit de schenkingsovereenkomst dat de schenking ook verteerd kon worden (en dat er als gevolg van deze verteringen geen vergoedingsrecht zou ontstaan). Omdat de rechtbank, zoals hiervoor overwogen, niet kan vaststellen of het overige deel van € 75.000,- van de schenking is geïnvesteerd of verteerd, kan zij evenmin vaststellen dat sprake is van een vergoedingsrecht voor dit deel van de schenking.
Alles afwegende komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de man uitsluitend een vergoedingsrecht van € 10.048,40 heeft, dat bij de verkoop van de echtelijke woning dient te worden afgewikkeld. Het meer of anders verzochte wijst de rechtbank af.
Ontvangen rente ter hoogte van € 90.005,24
De man stelt verder dat hij een vergoedingsrecht van € 90.005,24 heeft en voert daartoe het volgende aan. De ouders van de man hebben de man vanaf 1989 tot en met 1994 jaarlijks schenkingen onder schuldigerkenning gedaan, die zijn vastgelegd in notariële akten. Na de scheiding van de ouders van de man is de vader van de man hier in de periode tussen 2010 en 2023 mee doorgegaan. In de notariële akten zijn rentepercentages overeengekomen en de rentebedragen zijn vanaf de eerste schenking in 1989 jaarlijks betaald. De rentebetalingen vanaf 2004 tot en met 2023 vallen buiten de gemeenschap. De door de man ontvangen rentebetalingen bedragen over de jaren 2004 tot en met 2023 in totaal € 90.005,24. Volgens de man zijn deze gelden nog in de gemeenschap aanwezig en heeft hij daarom een vergoedingsrecht op de gemeenschap. Dit vergoedingsrecht moet worden verrekend met afwikkeling van de banksaldi van partijen, aldus de man.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Naar het oordeel van de rechtbank staat voldoende vast dat de ouders van de man en (later) de vader van de man bij notariële akten van schuldigerkenning uit vrijgevigheid (schenking op papier) aan de man bedragen schuldig hebben erkend. In de periode van 2004 tot en met 2023 heeft de man hiervoor bedragen ten titel van rente ontvangen.
Ten aanzien van de door de man vóór het huwelijk ontvangen rentebedragen, kan de rechtbank - in het licht van de gemotiveerde betwisting van de vrouw – niet vaststellen dat deze in de huwelijksgemeenschap zijn gevloeid. De man heeft immers niet inzichtelijk gemaakt dat de bedragen die zijn verkregen uit de jaarlijkse rentebetalingen ten tijde van het aangaan van het huwelijk nog aanwezig waren.
Wat betreft de jaarlijkse rentebedragen die de man gedurende het huwelijk heeft ontvangen, overweegt de rechtbank als volgt. In de schuldigerkenningen vanaf 2014 is een uitsluitingsclausule (bepaling 6) opgenomen die bepaalt dat schenkingen die tijdens het huwelijk zijn gedaan, evenals de vruchten daarvan, buiten de gemeenschap blijven, mits deze bedragen niet zijn verteerd. De rechtbank kan niet vaststellen of de ontvangen rentebetalingen zijn verteerd of nog in de gemeenschap aanwezig zijn. De rechtbank heeft immers geen zicht op de exacte geldstromen. Omdat de man zich beroept op het rechtsgevolg van de uitsluitingsclausule en de vrouw gemotiveerd heeft betwist dat de ontvangen rentebetalingen nog in de gemeenschap aanwezig zijn, is het aan de man om aan te tonen dat aan de voorwaarden van de uitsluitingsclausule is voldaan. Dit heeft de man echter nagelaten. Om deze reden wijst de rechtbank het verzoek ten aanzien van het door de man verzochte vergoedingsrecht ter hoogte van € 90.005,24 af.
Ad a) de echtelijke woning te [adres] , met de daarop rustende hypothecaire geldlening bij ABN AMRO en de daaraan verpande kapitaalrekening eigen woning bij Nationale Nederlanden
Partijen zijn het erover eens dat de woning verkocht moet worden. Zij hebben afgesproken dat de man vóór 15 juli 2026 werkzaamheden aan de woning op zich zal nemen, waaronder in ieder geval de reparatie van het fonteintje en de badkamerverlichting. Voor het overige zullen partijen de adviezen van de makelaar volgen. De afspraken ten aanzien van eventuele reparaties lenen zich niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich hieraan zullen houden.
Zoals op de zitting besproken zal de rechtbank ten aanzien van de echtelijke woning de wijze van verdeling conform het in het dictum op te nemen spoorboekje vaststellen.
Ad b) de inboedel
Partijen zijn ten aanzien van de inboedel overeengekomen dat het schilderij van Casper Faassen aan de vrouw zal toekomen. Ten aanzien van alle overige inboedelgoederen zijn partijen overeengekomen dat zij deze in onderling overleg bij helfte zullen delen. De rechtbank zal aldus beslissen. Voor het geval het partijen niet lukt om de overige inboedelgoederen in onderling overleg bij helfte te verdelen, zal de rechtbank bepalen dat die verdeling zal plaatsvinden doordat partijen om de beurt een item uit de inboedel kiezen. Omdat aan de vrouw het schilderij van Casper Faassen zal toekomen, acht de rechtbank het redelijk dat de man het eerste item kiest.
Ad c) de auto’s
Partijen zijn het erover eens dat de vrouw de Lexus met kenteken [kenteken 1] krijgt toegedeeld en de man de Toyota met kenteken [kenteken 2] , waarbij de man wegens overbedeling een bedrag van € 2.700,- aan de vrouw dient te voldoen.
De man heeft na de peildatum de kosten van de wegenbelasting en verzekering van beide auto’s voldaan. Daarnaast heeft de vrouw volgens de man de onderhoudskosten van de Lexus – de auto die zij sinds de peildatum in haar bezit heeft – van de gezamenlijke rekening betaald. De man heeft echter alle kosten ten aanzien van de Toyota – de auto die hij sinds de peildatum in zijn bezit heeft – uit eigen middelen betaald. Om deze reden verzoekt de man te bepalen dat de vrouw alle kosten ten aanzien van de Lexus vanaf de peildatum als eigen kosten dient te voldoen. Volgens de man belopen deze kosten € 2.773,12.
De rechtbank is van oordeel dat de vrouw deze kosten aan de man dient te voldoen, omdat niet in geschil is dat de man deze kosten na de peildatum ten behoeve van de vrouw uit eigen middelen heeft voldaan.
De rechtbank zal op grond van het voorgaande in redelijkheid de Lexus aan de vrouw toedelen en de Toyota aan de man, zonder nadere verrekening.
Wat betreft de Jeep zijn partijen het erover eens dat deze wordt verkocht en dat de opbrengst bij helfte tussen partijen wordt gedeeld. De rechtbank zal overeenkomstig beslissen.
Ad d) de boot
Partijen zijn het erover eens dat de man de mogelijkheid zal krijgen om te bezien of hij de boot kan overnemen. Hierbij hebben zij afgesproken dat de man de boot binnen één week na de zitting door botenservice Tatje laat taxeren, waarna de man vervolgens binnen één week aan de vrouw laat weten of hij de boot zal overnemen. In dat geval dient de man de helft van de waarde van de boot aan de vrouw te voldoen. In het geval de man de boot niet overneemt, zullen partijen de boot voor 1 augustus 2026 via Marktplaats verkopen. Partijen zijn het erover eens dat in dat geval ieder de helft van de verkoopopbrengst toekomt. De rechtbank zal conform de overeenstemming van partijen beslissen.
Ad e) de bank- en spaarrekeningen
Door partijen zijn de volgende bank- en spaarrekeningen genoemd:
Partijen hebben ten aanzien van de gezamenlijke rekening ( [bankrekening 1] ) afgesproken dat deze voortaan als kindrekening zal dienen. Derhalve behoeft ten aanzien van deze bankrekening niets meer te worden beslist.
Het bestaan van de bankrekening bij ABN AMRO ( [bankrekening 3] ) is tussen partijen in geschil; de man stelt dat hij die bankrekening niet kent en niet heeft. Tegenover de betwisting van de man is niet gebleken dat de man gerechtigd is tot een saldo op die bankrekening en dat saldo dus tot de gemeenschap behoort.
Ten aanzien van de overige bank- en spaarrekeningen zijn partijen overeengekomen dat de saldi van die rekeningen op de peildatum (16 december 2024) bij helfte zullen worden gedeeld, waarbij ieder van partijen de bank- en spaarrekening zal voortzetten die op zijn of haar naam staat. De rechtbank zal conform de overeenstemming van partijen beslissen.
- verzoek inzage bankgegevens vrouw
De man wenst inzage in de bankafschriften van de vrouw, zowel op de peildatum als over de zes maanden voorafgaand. Volgens de man heeft de vrouw namelijk kosten gemaakt die aan te merken zijn als privékosten, zoals een boete verbonden aan de woning die de vrouw had aangekocht en advocaatkosten. Hierdoor zou de vrouw mogelijkerwijs de gemeenschap hebben benadeeld. De vrouw betwist dit.
De rechtbank overweegt als volgt. De vrouw heeft op de zitting toegezegd dat zij aan de man een verklaring zal overleggen, waaruit blijkt dat geen sprake is van een boete verbonden aan de woning die de vrouw had aangekocht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de man derhalve onvoldoende belang bij de verzochte bescheiden. Voor zover de man heeft bedoeld heeft te stellen dat hij een vordering heeft op de vrouw wegens benadeling, overweegt de rechtbank dat hij die stelling niet heeft onderbouwd. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de man afwijzen.
Ad f) de lijfrentepolis bij Brand New Day
Ten aanzien van de lijfrentepolis bij Brand New Day met een waarde op de peildatum van € 26.918,- zijn partijen overeengekomen dat deze polis gesplitst zal worden. In verband met de verdere uitvoering van deze afspraak zal de vrouw bij Brand New Day een pensioenrekening op haar naam openen. De rechtbank zal conform de overeenstemming van partijen beslissen.
Ad g) de activa en schulden van de [eenmanszaak]
De rechtbank stelt voorop dat een eenmanszaak geen goed is dat in de wettelijke gemeenschap van goederen valt en als zodanig ook niet kan worden verdeeld. Een eenmanszaak heeft – in tegenstelling tot een vennootschap onder firma – geen afgescheiden vermogen. De op de peildatum aanwezige activa en schulden vallen in de wettelijke gemeenschap van goederen. De goederen die worden gebruikt voor de exploitatie van de eenmanszaak vallen dan ook in beginsel in de wettelijke gemeenschap van goederen. Schulden die verband houden met de exploitatie van de eenmanszaak zijn in beginsel verhaalbaar op de wettelijke gemeenschap van goederen.
Partijen zijn het erover eens dat de man de eenmanszaak onder de naam [eenmanszaak] zal voortzetten. Hierbij zijn partijen het volgende overeengekomen. De man zal voor 1 augustus 2026 de jaarcijfers van de eenmanszaak over de jaren 2022 tot en met 2024 aan de vrouw overleggen. Vervolgens zal de man aan de vrouw drie onafhankelijke boekhouders voorstellen die bereid en in staat zijn de activa en de schulden van de eenmanszaak te waarderen, waaruit de vrouw er vervolgens één kiest. De door de vrouw gekozen boekhouder dient vervolgens de activa en schulden van de eenmanszaak per de peildatum te waarderen, waarbij de bankrekening bij KNAB en de fiscale oudedagsreserve worden betrokken. Zodra partijen het advies van de boekhouder hebben ontvangen, dienen partijen aldus af te rekenen dat de man de helft van de waarde van de activa minus de schulden per de peildatum aan de vrouw voldoet. Schulden zijn geen goederen en kunnen daarom niet worden verdeeld. Omdat partijen zijn overeengekomen dat de man de schulden van de eenmanszaak zal voldoen, zal de rechtbank bepalen dat de activa van de eenmanszaak aan de man worden toegedeeld, waarbij de man de schulden van de eenmanszaak als eigen schulden voor zijn rekening zal nemen, onder de verplichting de helft van het verschil tussen de waarde van de activa en de schulden aan de vrouw te betalen.
Pensioen
De man heeft verzocht te bepalen dat de door partijen opgebouwde pensioenrechten dienen te worden verevend conform hetgeen bepaald is in de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding.
De rechtbank overweegt dat ingevolge artikel 1:155 BW na echtscheiding recht bestaat op pensioenverevening van gedurende het huwelijk opgebouwde pensioenrechten overeenkomstig de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding, tenzij de echtgenoten op de wijze voorzien in deze wet de toepasselijkheid daarvan hebben uitgesloten. Van een dergelijke uitsluiting is in dit geval niet gebleken. Nu de verevening van de door partijen opgebouwde pensioenrechten reeds voortvloeit uit de wet, zal de rechtbank het verzoek van de man bij gebrek aan belang afwijzen.
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2015 te [plaats] ;
*
neemt op de door partijen getroffen onderlinge regelingen, zoals neergelegd in het (in kopie) aan deze beschikking gehechte ouderschapsplan;
*
stelt de (wijze van de) verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
1. met betrekking tot de woning te [adres] met de daarop rustende hypothecaire geldlening bij ABN AMRO en de daaraan verpande kapitaalverzekering eigen woning bij Nationale Nederlanden:
- de woning wordt verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
2. bepaalt ten aanzien van de inboedel dat:
- het schilderij van Casper Faassen aan de vrouw wordt toegedeeld;
- partijen de overige inboedelgoederen in onderling overleg bij helfte zullen verdelen;
- in het geval het partijen niet lukt de overige inboedelgoederen in onderling overleg te verdelen, partijen om de beurt een item uit de inboedel zullen kiezen, waarbij de man het eerste item zal kiezen;
3. bepaalt ten aanzien van de auto’s dat:
- de Lexus met kenteken [kenteken 1] aan de vrouw wordt toegedeeld en de Toyota met kenteken [kenteken 2] aan de man wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening;
- de Jeep wordt verkocht en de opbrengst bij helfte tussen partijen gedeeld;
4. bepaalt ten aanzien van de boot dat:
- de man binnen één week na de zitting de boot door botenservice Tatje laat taxeren, waarna de man binnen één week aan de vrouw laat weten of hij de boot wenst over te nemen;
- in het geval de man de boot wenst over te nemen, dient de man de helft van de taxatiewaarde van de boot aan de vrouw te voldoen;
- in het geval de man de boot niet wenst over te nemen, zal de boot door partijen worden verkocht en komt aan ieder der partijen de helft van verkoopopbrengst toe;
5. bepaalt dat ieder der partijen de op zijn/haar naam staande bank- en spaarrekeningen zal voortzetten, onder verdeling van de saldi per peildatum bij helfte;
6. bepaalt dat de lijfrentepolis bij Brand New Day met rekeningnummer [rekeningnummer] met een waarde op de peildatum van € 26.918,- wordt gesplitst in twee gelijke delen;
7. deelt de activa van de [eenmanszaak] toe aan de man, waarbij de man de schulden van de eenmanszaak als eigen schulden voor zijn rekening zal nemen, onder de verplichting de helft van het verschil tussen de waarde van de activa en de schulden aan de vrouw te betalen, welke waarde nader vastgesteld dient te worden op de wijze die hiervoor in het lichaam van deze beschikking is opgenomen;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.