ECLI:NL:RBDHA:2026:23435

ECLI:NL:RBDHA:2026:23435

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-07-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer C/09/705697 / FA RK 26-5120
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorziening; gebruiksrecht woning, zorgregeling, voorlopige kinderalimentatie, afwijzing voorlopige partneralimentatie, UHA

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 21 mei 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J. Celen te Rijswijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D.E. Oud te Krommenie.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het F9-formulier van 6 juli 2026 van de zijde van vrouw.

Op 10 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:

- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres 1] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de man uiterlijk 5 dagen na betekening van de beschikking die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, waarbij de minderjarige kinderen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] twee vaste dagen in de week van 15:00 uur tot 18:00 uur bij de man verblijven, waarbij de man de minderjarigen van school ophaalt en hen uiterlijk om 18:00 uur terugbrengt naar de woning van de vrouw, dan wel een regeling die de rechtbank in goede justitie juist acht;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 25,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van de datum indiening van het verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans een zodanig bedrag als uw rechtbank juist acht;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 25,- per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans een zodanig bedrag als uw rechtbank juist acht;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Tevens verzoekt de man zelfstandig:

Primair

Subsidiair

3. de man verzoekt volledigheidshalve zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren:

subsidiair - te bepalen dat de man voor de duur van de bodemprocedure, bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres 2] en de daartoe behorende inboedel.

te bepalen dat de partij die in de woning blijft tevens per datum van vertrek van de andere partij uit de woning, gehouden is alle kosten verbonden aan het verblijf in de woning te voldoen.

meer subsidiair – Te bepalen dat partijen uitvoering geven aan een birdnestingregeling waarbij zij om de beurt voor de duur van een week in de woning verblijven, met de kinderen;

meest subsidiair – Te bepalen, dat indien de vrouw in de woning verblijft, zonder de man, dat de kinderen tenminste tweemaal per week, op door de man aan te geven dagen en tijden, bij de man verblijven, danwel zodanige regeling als de rechtbank juist acht.

De vrouw voert mondeling verweer tegen de zelfstandige verzoeken, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter komt te dezen rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.

Uitsluitend gebruik echtelijke woning

De vrouw verzoekt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De man heeft, volgens de vrouw, de echtelijke woning in januari 2026 verlaten en verblijft sindsdien bij zijn ouders in Den Haag. De vrouw heeft naar voren gebracht dat er sprake is van psychische druk en psychisch geweld van de man richting haar, waardoor zij niet met de man in de woning kan verblijven. De vrouw wordt door de mangeïsoleerd en wordt beperkt in haar vrijheid. Zij is financieel afhankelijk van de man en de man wenst dat zo te houden om zo controle uit te kunnen oefenen. Het is, volgens de vrouw, dan ook niet haalbaar om de woning weer te gaan delen en zij heeft geen familie in Nederland waar zij terecht kan.

De man stelt zich primair op het standpunt dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar verzoeken om het voorlopig gebruik van de woning en om alimentatie. Er is volgens de man geen sprake van een spoedeisend belang. Bovendien is er door de vrouw nog geen verzoek tot echtscheiding gedaan. De man is van mening dat partijen in staat moeten worden geacht om samen in de woning te verblijven. Als de rechtbank anders oordeelt moet het voorlopig gebruik van de woning juist aan de man worden gegeven. De man stelt dat hij slechts tijdelijk is vertrokken uit de woning om escalatie voor de kinderen te voorkomen. Op het moment dat hij terug de woning in wilde mocht hij er niet meer in en heeft de vrouw de sloten vervangen. De man woont bovendien al veel langer in de woning en kan nergens anders terecht. Daarnaast voldoet hij alle kosten voor de woning. De vrouw heeft geen eigen inkomen, zodat er een risico bestaat op een huurachterstand.

De rechtbank overweegt dat de visie van de man en de vrouw over wat tussen hen is voorgevallen en wat er moet gebeuren zo sterk uiteenloopt dat daarmee voor de rechtbank al duidelijk is dat er veel spanningen zijn tussen de ouders. De man is vertrokken uit de woning vanwege de oplopende spanningen tussen de man en de vrouw en de rechtbank acht het niet in het belang van de kinderen dat zij daar opnieuw onderdeel van worden, doordat de ouders weer samen in de woning gaan verblijven. Daarbij speelt mee dat vader kennelijk een periode in staat is geweest om onderdak voor zichzelf te regelen door bij zijn ouders te verblijven. De rechtbank gaat ervan uit dat dit nog altijd mogelijk is. De rechtbank is niet overtuigd van het betoog van de man dat hij daar nu niet meer terecht kan. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot het uitsluitend gebruik van de woning daarom toewijzen.

Omdat de man de woning al heeft verlaten, ziet de rechtbank geen aanleiding de man een termijn te gunnen om de woning te verlaten.

Het verzoek van de vrouw om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de ander toegewezen.

Voorlopige zorgregeling

De vrouw heeft het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Zij draagt de zorg voor het dagelijks verblijf van de kinderen en brengt hen naar school. De man haalt de kinderen op uit school om 15:00 uur en brengt ze naar de vrouw om 18:00 uur. De vrouw wenst deze afspraak vast te leggen voor twee vaste dagen per week, zodat er duidelijkheid en structuur is.

De man heeft naar voren gebracht dat hij de kinderen nagenoeg dagelijks bij zich heeft tussen 15:00 uur en 18:00 uur. Ze spreken dan buitenhuis af. De man voert aan dat toen partijen samenwoonden hij de dagelijkse zorg had over de kinderen. De man verzoekt daarom om in de beschikking op te nemen dat de kinderen ten minste tweemaal per week voor drie tot vier uren per keer bij de man verblijven. Niet op vaste dagen of tijden, maar afhankelijk van opvangmogelijkheden die de man heeft op dat moment. De man heeft toegelicht dat hij de kinderen nu bijna elke dag ophaalt uit school. Het is voor hem niet makkelijk om de kinderen bij zijn ouders te ontvangen.

Omdat partijen het daarover eens zijn, beslist de rechtbank dat de kinderen (ten minste) tweemaal per week tussen 15:00 uur en 18:00 uur bij de man zullen zijn. Het is belangrijk dat er voorspelbaarheid is voor de kinderen. Daarom zal de rechtbank vastleggen dat de man deze contactmomenten in elk geval op maandag en donderdag plaatsvinden. Partijen kunnen deze dagen in onderling overleg wijzigen en uitbreiden als zij het hierover eens zijn. In onderling overleg kunnen de ouders ook andere afspraken maken, zodat de man de kinderen bijvoorbeeld in het weekend bij zich kan hebben als dat voor hem mogelijk is.

Uniform hulpaanbod (UHA)

Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders en [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.

De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.

Voorlopige kinderalimentatie en voorlopige partneralimentatie

De vrouw verzoekt een kinderalimentatie van € 25,- per kind per maand te bepalen door de man aan haar te voldoen, alsmede een door de man aan haar te betalen partneralimentatie van € 25,- per maand. Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen als uitgangspunt.

Tussen partijen is niet in geschil dat op dit moment de man een uitkering op grond van de Participatiewet ontvangt en de vrouw geen inkomen heeft. Op dit moment wordt de uitkering van de man door partijen bij helfte gedeeld. In deze procedure, gericht op het treffen van een ordemaatregel, zal worden uitgaan van de bestaande situatie en zal dus geen rekening gehouden worden met een eventuele verdiencapaciteit bij zowel de man als bij de vrouw. Omdat de ouders leven van een minimuminkomen uit uitkering, wordt op grond van de Alimentatienormen aan de zijde van de vrouw (de alimentatiegerechtigde) geen draagkracht aangenomen en aan de zijde van de man (de alimentatieplichtige) een minimum draagkracht van € 50,- per maand voor twee of meer kinderen.

Omdat de ouders de uitkering vooralsnog hebben gedeeld en de man bijgedragen heeft met boodschappen, zal de rechtbank de ingangsdatumbepalen op de datum van deze beschikking.

Gelet op het beperkte inkomen van de man en de te betalen kinderalimentatie resteert geen draagkracht voor partneralimentatie. Het daarop gerichte verzoek wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

*

stelt vast dat de ouders, te weten:

[de man] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

en

[de vrouw] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:

- Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;

stelt vast dat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank rapporteert over het verloop van voornoemd traject;

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te (2526 HG) Den Haag aan het adres Vaillantlaan 253, en de man die woning daarom niet mag betreden;

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen:

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1] in Marokko;

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats 1] in Marokko;

- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats 2] ;

bij zich te hebben tweemaal per week op maandag en donderdag tussen 15:00 uur en 18:00 uur;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de datum van de beschikking voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen van € 50 per maand, voor drie kinderen, zijnde € 16,67 per maand, per kind, zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Emmens

Griffier

  • mr. S.J. te Boekhorst

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand