Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/707793 / KG ZA 26-702
Vonnis in kort geding van 21 juli 2026
in de zaak van
[de vrouw]
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. M.C. Tijsterman te Hoofddorp ,
tegen:
[de man]
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. mr. T. Hoekx-Audiffred te Laren.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vrouw’ en ‘de man’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties;
- de akte houdende vermeerdering van eis in reconventie, met een productie;
- de mondelinge behandeling van 7 juli 2026;
- de pleitnota van de vrouw, met een productie
De voorzieningenrechter heeft gesproken met [minderjarige 1] en van dit gesprek in hoofdlijnen verslag gedaan op de mondelinge behandeling.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2. De feiten in conventie en in reconventie
Partijen zijn gehuwd geweest. Het huwelijk is ontbonden op [datum] 2024.
Partijen zijn de ouders van
- [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] , [geboorteland] , (hierna [minderjarige 1] );
- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] , [geboorteland] (hierna: [minderjarige 2] ).
Vanuit het drangkader is Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) bij het gezin betrokken.
Partijen hebben op 7 augustus 2022 een overeenkomst gesloten waarin, voor zover relevant, het navolgende is bepaald:
“Partijen zijn overeengekomen dat de vrouw op 8 augustus 2022 zal verhuizen naar de huurwoning (..) te [plaats 1] . De kinderen (..) verhuizen met de vrouw mee. De kinderen zullen worden ingeschreven op het adres van de vrouw in [plaats 1] . De kinderen blijven op hun school ( [schoolnaam 1] ) en crèche (..) te [plaats 2].”
3. Het geschil
in conventie
De vrouw vordert haar vervangende toestemming te verlenen om met ingang van het schooljaar 2026-2027 de kinderen van partijen in te schrijven op de basisschool [schoolnaam 2] in [plaats 1] .
De vrouw stelt dat de school [schoolnaam 2] beter aansluit bij de huidige omstandigheden van de kinderen. De school is dichterbij hun woonomgeving, sociale netwerk, geeft de kinderen meer zelfstandigheid en sluit wat betreft doelstelling en ondersteuning goed aan bij wat de kinderen nodig hebben. Voor beide kinderen speelt daarbij dat zij op de nieuwe school kunnen instromen op hun niveau zonder dat zij binnen hun bestaande klas zichtbaar blijven zitten. De school ligt dichter bij de woonplaats en de kinderen kunnen zelfstandig daar naar toe fietsen. Ook is de school dichter bij de woning van de man. Deze school biedt de kinderen de meeste rust, sociale aansluiting, zelfstandigheid praktische haalbaarheid en passende ondersteuning.
De man voert verweer. Hij voert aan dat er geen sprake is van spoedeisendheid. Er loopt bovendien nog een bodemprocedure waarin op de verzoeken ten aanzien van de hoofdverblijfplaats nog beslist moet worden. Er is ook geen aanleiding voor een schoolwisseling. De kinderen functioneren goed op deze school en de school biedt begeleiding voor wat de kinderen nodig hebben. Medio juni hebben de ouders met de leerkracht van [minderjarige 1] nog een ontwikkelgesprek gevoerd. De moeder heeft eenzijdig gehandeld en de vader niet betrokken bij de keuze van de school Zij heeft zich gericht op slechts één school op één locatie. Er is geen vergelijking gemaakt met een [schooltype] en er zijn geen scholen in de buurt van het adres van de vader bekeken.
In reconventie
De man vordert – uitvoerbaar bij voorraad – om (i) de vrouw te veroordelen in de proceskosten en eventuele nakosten en (ii) te bepalen dat de zorgregeling wordt uitgebreid naar een 50/50 regeling, in die zin dat de omgangsregeling van maandag aanvang school tot maandag aanvang school geldt, waarbij de overdacht derhalve op school plaatsvindt.
De man stelt dat de vrouw een volstrekt overbodige procedure is gestart en dat zij volstrekt eenzijdig heeft gehandeld. Hij heeft van meet af aan gevraagd om een gezamenlijk gesprek voordat er stappen zouden worden ondernomen, waaraan de vrouw niet heeft meegewerkt. Er is een consistent patroon waarin de vrouw onafhankelijk professioneel advies niet opvolgt omdat dit niet tot haar gewenste uitkomst leidt, samenwerkingsprocessen stopzet en eenzijdige procedures in gang zet. Dit brengt steeds financiële kosten voor de man met zich mee. Ten aanzien van de uitbreiding van de zorgregeling stelt de man dat het een goede manier is om te beproeven hoe de omgang zal verlopen als deze wordt uitgebreid. In de bodemprocedure is al meerdere malen gesproken over uitbereiding van de zorgregeling en uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat uitbreiding in het belang van de kinderen is.
De vrouw voert verweer, dat hierna, voor zover nodig zal worden besproken.
4. De beoordeling van het geschil
n conventie en in reconventie
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat de vrouw daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat partijen een overeenkomst hebben gesloten waarin zij hebben bepaald dat de kinderen op de [schooltype] in [plaats 2] zullen blijven ondanks dat zij met de vrouw mee naar [plaats 1] verhuizen. De vraag is of er inmiddels een zodanige wijziging van omstandigheden heeft plaatsgevonden dat de vrouw een spoedeisend belang heeft om de kinderen in te schrijven op een andere school.
De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag ontkennend en legt dit uit als volgt.
Hoewel [minderjarige 1] in het gesprek met de voorzieningenrechter heeft aangegeven graag naar deze nieuwe school te willen gaan, heeft de vrouw onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de keuze voor deze basisschool de enige geschikte is en dat het noodzakelijk is dat dit nu op dit moment moet plaatsvinden. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat de vrouw meerdere basisscholen heeft bekeken. Ook wijkt het schoolsysteem af van het systeem van de huidige school van de kinderen en hebben de kinderen beide extra ondersteuning nodig. De ouders hebben op 18 juni 2026 een voortgangsgesprek gehad met de leerkracht van [minderjarige 1] waarbij afspraken zijn gemaakt over nog een extra jaar groep 7 en verdere afspraken over check-in momenten in het komende schooljaar.
De vrouw stelt nog dat [minderjarige 1] gepest zou worden op haar huidige school maar zij heeft dit onvoldoende aannemelijk gemaakt. De overgelegde stukken duiden hier in elk geval niet op.
Ten aanzien van [minderjarige 2] blijkt uit het verslag van het dyslexieonderzoek van 24 juni 2026 dat hij voldoet aan de criteria voor dyslexie, hij ernstige en hardnekkige achterstand behaalt op lezen en spelling en dat niet uitgesloten kan worden dat de complexe thuissituatie een rol speelt in zijn leerontwikkeling. Voor beide kinderen geldt zodoende dat een eventuele schoolwisseling, wat voor hen een ingrijpende wijziging is, een zorgvuldige afweging vraagt. De als productie 6 overgelegde “tijdlijn overleg en toestemming schoolwisseling” toont dat het hele proces rond de schoolwisseling slechts een maand in beslag heeft genomen waarbij het de ouders niet is gelukt hierover inhoudelijk met elkaar van gedachten te wisselen. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat het belang van de kinderen op dit moment noodzaakt tot een wisseling van school en dat [schoolnaam 2] voor hen de beste keuze zou zijn.
De vordering van de man om te bepalen dat de zorgregeling wordt uitgebreid naar een 50/50 regeling wordt eveneens afgewezen. Hierover loopt een bodemprocedure bij de rechtbank Noord-Holland in welk kader er onlangs een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming is afgegeven. Het ontbreekt naar het oordeel van de voorzieningenrechter aan een voldoende spoedeisend belang om vooruitlopend op de bodemprocedure nu al een beslissing te nemen over uitbreiding van de zorgregeling naar een week-op-week-af regeling.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding af te wijken van het uitgangspunt dat de proceskosten in zaken met een familierechterlijk karkater worden gecompenseerd. De voorzieningenrechter zal bepalen dat partijen zowel in conventie als in reconventie ieder de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
In conventie en in reconventie
wijst af de vordering van de vrouw;
wijst af de vorderingen van de man;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Boone in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026.
HB