RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/707239 / JE RK 26-1060
Datum uitspraak: 21 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
per briefadres in [plaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de oma] ,
oma moederszijde, pleegmoeder,
hierna te noemen: de oma,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [naam] namens de gecertificeerde instelling;
- de oma.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij de oma.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 juli 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 23 juli 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 juli 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 23 juli 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft ter zitting het verzoek als volgt aangevuld.
Het is vanwege de (on)bereikbaarheid van de moeder nog niet gelukt een kennismaking tussen de moeder en de jeugdbeschermer te laten plaatsvinden. De jeugdbeschermer zal daarom aansluiten tijdens het begeleide contactmoment tussen de moeder en [minderjarige] . De moeder is zorgmijdend. Door de jeugdbeschermer en door de hulp vanuit Jeugdformaat kan de moeder geholpen worden met een aanmelding voor de noodzakelijke hulpverlening. De moeder staat hier echter nog niet voor open.
De contactmomenten met [minderjarige] worden begeleid door Jeugdformaat, om zo meer structuur hierin aan te brengen. Vanwege de spanning over de vraag of het contact met de moeder doorgaat of niet, plast [minderjarige] in zijn bed. Met de oma zijn afspraken gemaakt dat de moeder, buiten de geplande contactmomenten, niet in de woning van de oma komt. Tijdens het laatste contactmoment met [minderjarige] is de moeder, zonder bericht, niet verschenen.
4. De standpunten
De oma heeft tijdens de zitting desgevraagd ingestemd met het verzochte. De oma maakt zich veel zorgen over de moeder. Zij heeft hulp nodig, maar de moeder wil deze hulp zelf niet. De oma, maar ook de moeder, merken dat de spanning en het bedplassen van [minderjarige] samenhangt met de contactmomenten met de moeder. Vanwege de onvoorspelbaarheid van het contact brengt de oma [minderjarige] pas kort van tevoren op de hoogte dat een contactmoment met de moeder die dag plaats zal vinden. Zo wordt hij zo min mogelijk teleurgesteld. De oma wilde de jeugdbeschermer nog op de hoogte brengen over nieuws van de vader van [minderjarige] . Hij is in beeld en wil [minderjarige] graag leren kennen. De oma is daar blij mee en de vader lijkt betrouwbaar.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
Daartoe overweegt de kinderrechter het volgende.
[minderjarige] heeft in zijn leven veel meegemaakt en groeide bij de moeder op in een fysiek- en emotioneel onveilige en instabiele thuissituatie. Bij de moeder is sprake van individuele problematiek en middelengebruik. In de afgelopen periode is intensieve hulpverlening ingezet via het Leger des Heils, Veilig Thuis en de politie.
Ondanks deze inzet blijft de situatie van de moeder instabiel en zijn er weinig verbeteringen zichtbaar. Haar problematiek blijft op de voorgrond staan. De moeder is regelmatig niet bereikbaar, komt afspraken niet structureel na en er is sprake van instabiliteit op het gebied van wonen en functioneren.
Jeugdformaat is betrokken om de contactmomenten tussen de moeder en [minderjarige] te begeleiden en hier structuur in aan te brengen. Het is verdrietig dat gebleken is dat de contactmomenten spanning bij [minderjarige] op kunnen roepen.
Naar het oordeel van de kinderrechter is de moeder -gelet op het bovenstaande- niet in staat om zelfstandig de ernstige zorgen rondom de ontwikkeling van [minderjarige] met hulp in het vrijwillig kader weg te nemen. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer voor de verzochte duur is nog noodzakelijk om de belangen van [minderjarige] voorop te stellen en om de nodige hulpverlening in te zetten en voort te zetten. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat het de moeder lukt om toch de hulpverlening aan te nemen, waardoor de situatie verbetert. Dit is niet alleen in haar belang, maar ook in dat van [minderjarige] .
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
Daartoe overweegt de kinderrechter dat een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder op dit moment niet verantwoord is, vanwege de bovengenoemde zorgen en het ontbreken van structurele opvoedvaardigheden en voorspelbaarheid. Bij de oma heeft [minderjarige] een stabiele en veilige omgeving. Hier krijgt hij meer rust, structuur en basisveiligheid. Naar het oordeel van de kinderrechter is het dan ook noodzakelijk dat de plaatsing bij de oma wordt voortgezet. De komende periode zal de netwerkpleegzorgplaatsing verder worden gescreend en zullen de contactmomenten met de moeder worden gemonitord. Verder zal -nu tijdens de zitting door de oma is verteld dat de vader van [minderjarige] in beeld is- onderzocht moeten worden of en in welke vorm het contact met de vader tot stand kan komen. Hierbij is het belang en het tempo van [minderjarige] leidend.
De beslissing tot de verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 23 juli 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 23 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.E. Klopper als griffier, en op schrift gesteld op 28 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.