ECLI:NL:RBDHA:2026:23524

ECLI:NL:RBDHA:2026:23524

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-07-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer C/09/708141 / JE RK 26-1137
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/708141 / JE RK 26-1137

Datum uitspraak: 21 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

'sGravenhage,

hierna te noemen: de Raad,

over

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,

[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 3] ,

hierna ook tezamen te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

volgens het BRP-uittreksel geëmigreerd,

feitelijk verblijvende in [plaats] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 juni 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- [naam 1] namens de Raad;

- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter met toestemming van [de minderjarige 1] samengevat wat [de minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] zijn erkend door de vader.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 3] .

[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] wonen bij hun moeder.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd.

[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] worden belast met de ruzies, de spanningen en de escalaties tussen de ouders. De indruk vanuit zowel school -waar [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] afzonderlijk van elkaar vertellen over de ruzies tussen de ouders-, de hulpverlening en de Raad is dat de thuissituatie onrustig is voor de kinderen. Het lukt de ouders niet goed genoeg om op een passende manier met elkaar te communiceren of om duidelijke afspraken rondom de kinderen te maken en zij worden het niet eens over de omgangsregeling. De ouders vertrouwen elkaar niet als opvoeder en stralen dit uit naar de kinderen. Zo heeft [de minderjarige 1] gevraagd of de scheiding van de ouders zijn schuld was en durfde niet tegen de vader te zeggen dat hij niet naar hem toe wilde. Ook [de minderjarige 2] lijkt klem te zitten tussen de ouders. Daarnaast ervaren de kinderen onduidelijkheid over de verstandhouding tussen de ouders. Zo geven zij de ene keer aan dat de vader is blijven slapen in de woning van de moeder en dat de ouders elkaar kusjes geven. Tegelijkertijd vertellen de kinderen dat de ouders hierna weer tegen elkaar schreeuwen. Op 27 april jl. heeft een heftige escalatie tussen de ouders plaatsgevonden waar de kinderen bij waren. Daarbij komt dat de vader eerder huisverboden gehad. Vanwege een eerdere veroordeling voor bedreiging van de moeder is hij onder toezicht gesteld geweest van de reclassering. Hoewel het positief is dat de moeder openstaat voor alle hulpverlening en in contact is, blijven de ruzies tussen de ouders ondanks de veiligheidsvoorwaarden, veiligheidsafspraken en de inzet van hulpverlening, bestaan. Complicerend daarbij is dat de vader niet meewerkt met de hulpverlening vanuit onder meer Delft Support, wisselend bereikbaar is, weinig inzicht heeft in zijn eigen aandeel in de situatie en de moeder alleen verantwoordelijk houdt.

Al met al worden de kinderen inmiddels belemmerd in hun algemene ontwikkeling. [de minderjarige 1] lijkt vanwege een vol hoofd geen ruimte meer te hebben voor school. Hiernaast heeft hij tijdens het raadsonderzoek verteld dat de vader -ondanks dat het zijn biologische vader is- zijn stiefvader zou zijn. Dit maakt dat hij hier onduidelijkheid over ervaart. Bij [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] is recentelijk een recente gedragsverandering op school gezien. [de minderjarige 2] kan heel erg boos worden en andere leeftijdsgenoten slaan. [de minderjarige 2] zelf ontkent dit hierna. [de minderjarige 3] is onrustig op school, kan niet stilzitten en maakt niets af. Hij kan bewust gemeen doen tegen anderen en kan in zijn emoties of heel verdrietig of heel boos worden. Verder zijn er zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. Op school -en bij de Raad- hebben [de minderjarige 1] en [de minderjarige 3] verteld dat de moeder de kinderen weleens slaat. [de minderjarige 2] heeft bij de school aangegeven dat de kinderen volgens de moeder, als de kinderen verkeerde dingen zouden zeggen tijdens het kindgesprek met de Raad, uit huis werden geplaatst. De moeder ontkent dit. Wel beaamt zij het slaan van de kinderen te gebruiken als dreigement.

In het vrijwillig kader is jarenlang geprobeerd om de zorgen rondom de kinderen weg te nemen. Dit is echter niet gelukt. Daarbij komt dat -hoewel het positief is dat de moeder achter de hulp staat- de vader hulp voor de kinderen niet nodig vindt en hiervoor geen toestemming geeft.

Volgens de Raad is de inzet van de hulpverlening in het vrijwillig kader niet langer toereikend en is een ondertoezichtstelling en daarmee de betrokkenheid van een jeugdbeschermer voor de duur van één jaar noodzakelijk.

4. De standpunten

De moeder heeft ter zitting toegelicht dat zij het helemaal eens is met het verzoek tot een ondertoezichtstelling.

Desgevraagd heeft de gecertificeerde instelling naar voren gebracht dat, indien het verzoek tot een ondertoezichtstelling wordt toegewezen, het instroomteam vanuit de gecertificeerde instelling betrokken zal zijn bij het gezin. Vanuit het instroomteam zal in beginsel een vast aanspreekpunt voor het gezin beschikbaar zijn die de eerste stappen kan zetten in het kader van een ondertoezichtstelling.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.

Daartoe overweegt de kinderrechter dat de ontwikkeling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] ernstig wordt bedreigd. De kinderen groeien al langere tijd op in een situatie waarin de moeizame onderlinge verstandhouding en communicatie van de ouders op de voorgrond staat. De ouders sluiten elkaar als opvoeders van de kinderen uit. [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] krijgen deze spanningen bewust of onbewust mee en zijn ook op 27 april jl. getuige geweest van de hevige confrontatie tussen de ouders. Bovendien ervaren de kinderen onduidelijkheid over de (affectieve) relatie tussen de ouders en zijn er zorgen over de opvoedsituatie van de moeder.

Het is duidelijk dat de kinderen belast worden door de algehele situatie en dat dit een negatieve invloed heeft op hun ontwikkeling. Op school ervaren alle drie de kinderen inmiddels moeilijkheden en bij [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] is recentelijk een zorgelijke gedragsverandering geconstateerd. Ook lijkt [de minderjarige 1] onduidelijkheid te ervaren over de (biologische) rol van de vader. Hoewel de moeder inziet dat de kinderen hulp nodig hebben, staat de vader hier niet voor open. Hij is wisselend in contact en weigert toestemming voor de inzet van de hulpverlening te verlenen. De hulpverlening is in het vrijwillig kader dan ook tot op heden onvoldoende van de grond gekomen en inmiddels onvoldoende toereikend geworden om de zorgen rondom de kinderen weg te nemen.

Naar het oordeel van de kinderrechter is een ondertoezichtstelling dan ook noodzakelijk. De betrokkenheid van een derde, in de vorm van een jeugdbeschermer, is nodig om de situatie voor de kinderen te verbeteren. Een jeugdbeschermer voert de regie en houdt toezicht op het feit dat de hulpverlening daadwerkelijk wordt ingezet en gecontinueerd. Gelet op de forse zorgen en de tijd die nodig zal zijn om de hulpverlening op te starten en daarmee de zorgen over de kinderen weg te nemen, is de verzochte termijn van één jaar passend en geboden. De kinderrechter wijst het verzoek, waartegen geen verweer is gevoerd, dan ook toe zoals verzocht.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 21 juli 2026 tot 21 juli 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.E. Klopper als griffier, en op schrift gesteld op 3 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.E. Klopper als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand