ECLI:NL:RBDHA:2026:23527

ECLI:NL:RBDHA:2026:23527

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-08-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer NL25.55193
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

afwijzing art 9 Vw document; duurzame relatie niet aannemelijk gemaakt, geen schending 8 EVRM of hoorplicht, beroep ogg

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.55193

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),

en

(gemachtigde: mr. J.L.A.F van Halteren).

Procesverloop

Bij besluit van 6 augustus 2025 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

Bij besluit van 23 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit kennelijk ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 29 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben voorafgaand aan de zitting gemeld dat zij niet op de zitting zullen verschijnen.

Overwegingen

(Totstandkoming van) het bestreden besluit

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Oezbeekse nationaliteit. Hij is Nederland op een onbekende datum ingereisd. Op 15 juli 2025 heeft eiser de nu voorliggende aanvraag ingediend. Hij heeft in dat kader gesteld dat hij een relatie heeft met [naam] , een vrouw met de Italiaanse nationaliteit (hierna: referente).

Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een duurzame relatie heeft met referente. Eiser kan daarom niet worden aangemerkt als ongehuwde partner van een Unieburger als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) en komt daarom niet in aanmerking voor het gevraagde verblijfsdocument. Volgens verweerder is weigering van het verblijfsdocument niet in strijd met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verweerder heeft eiser in bezwaar niet gehoord. Het bezwaar is kennelijk ongegrond verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

Procesbelang

2. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat eiser geen procesbelang heeft bij zijn beroep omdat hij inmiddels in het bezit is gesteld van een Spaanse vergunning voor verblijf als werkende derdelander. De rechtbank volgt verweerder niet in dat standpunt. Bij de vraag naar het procesbelang gaat het erom of het doel dat de indiener van het beroep voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor hem van feitelijke betekenis is. In geschillen over de verlening van een verblijfsrecht, terwijl de vreemdeling reeds rechtmatig verblijf heeft op grond van een hem verleende verblijfsvergunning, is procesbelang in beginsel gegeven, als de te verlenen verblijfsvergunning andere rechtsgevolgen of een eerdere ingangsdatum heeft dan de al verleende vergunning en de vreemdeling daardoor in een gunstiger positie zou kunnen geraken. Zie daarvoor onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1788. Nu het in dit geval gaat om een Spaanse verblijfsvergunning en het bovendien niet duidelijk is per wanneer en voor welke periode deze vergunning is verleend en wat de rechtsgevolgen daarvan zijn, anders dan dat eiser op dit moment rechtmatig in Spanje mag verblijven, kan niet worden uitgesloten dat eiser in een gunstiger positie zou kunnen komen indien het gevraagde EU-verblijfsdocument, waar deze procedure over gaat, aan hem wordt verstrekt. Eiser heeft daarom procesbelang bij de beoordeling van zijn beroep.

Duurzame relatie

3. Eiser betoogt dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een duurzame relatie met referente. Hij woont immers meer dan zes maanden met haar samen en heeft zich buiten zijn schuld om nog niet kunnen inschrijven in de Basisregistratie personen (Brp). De relatie bestaat sinds begin 2025. Verweerder heeft ten onrechte geen nadere informatie bij eiser opgevraagd over de relatie, terwijl dat wel gebruikelijk is in dit soort zaken. Het is eiser ook onduidelijk welke stukken hij had moeten overleggen ter onderbouwing van zijn relatie.

Op grond van artikel 8.7, eerste lid, van het Vb, voor zover van belang, is paragraaf 2. EG/EER van het Vb van toepassing op vreemdelingen die de nationaliteit bezitten van een staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en die zich naar Nederland begeven of in Nederland verblijven. Op grond van het vierde lid, voor zover hier van belang, is deze paragraaf eveneens van toepassing op de ongehuwde partner die een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid naar Nederland begeleidt of zich bij hem in Nederland voegt en die een deugdelijk bewezen duurzame relatie met die vreemdeling heeft.

In paragraaf B10/2.2.4.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000, zoals het beleid luidde ten tijde van belang, staat dat verweerder in aanvulling op artikel 8.7, vierde lid, van het Vb aanneemt dat een Unieburger en de ongehuwde partner een duurzame relatie hebben, als zij voorafgaand aan het moment van de aanvraag of op het moment van beslissen gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voerden waarbij in ieder geval gedurende die termijn feitelijk is samengewoond. Verweerder kan op grond van de persoonlijke omstandigheden van het geval een relatie als duurzaam aanmerken als de Unieburger en de ongehuwde partner nog geen zes maanden feitelijk hebben samengewoond en gedurende tenminste zes maanden een duurzame relatie onderhouden.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een duurzame relatie tussen hem en referente. Het is aan eiser, die de aanvraag voor een verblijfsdocument heeft ingediend, om het bestaan van een duurzame relatie aannemelijk te maken. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn aanvraag een relatieverklaring overgelegd. Verweerder heeft zich hierover op het standpunt kunnen stellen dat dit stuk onvoldoende is om aan te nemen dat eiser en referente een duurzame relatie hebben. De relatieverklaring is namelijk niet objectief verifieerbaar en bovendien volgt daaruit dat de relatie pas bestaat sinds 25 mei 2025, wat betekent dat de relatie nog geen zes maanden duurde toen de aanvraag werd ingediend en op het moment van beslissen. De stelling van eiser dat hij al sinds begin 2025 een relatie heeft met referente, heeft verweerder niet hoeven volgen, omdat deze stelling geenszins is onderbouwd. Eiser heeft nagelaten objectieve bewijsstukken te overleggen ter onderbouwing van zijn relatie en het gestelde samenwonen. Dat hij zich buiten zijn schuld niet heeft kunnen inschrijven in de Brp, zoals hij stelt, laat onverlet dat hij de relatie en het samenwonen ook op andere wijze had kunnen onderbouwen. Dat verweerder eiser niet heeft gevraagd om zijn aanvraag aan te vullen klopt op zichzelf, maar dat neemt niet weg dat het op de weg van eiser had gelegen om zijn aanvraag met stukken te onderbouwen. De rechtbank volgt niet dat het eiser niet duidelijk was welke stukken hij had kunnen verstrekken. Op het aanvraagformulier staat duidelijk vermeld (pagina’s 7 en 8) welke stukken verweerder van een aanvrager verlangt. Voor zover eiser stelt dat hij inmiddels meer dan zes maanden samenwoont met referente, kan hem dat niet baten. De rechtbank toetst het bestreden besluit aan de hand van de toen, dus op 23 oktober 2025, geldende feiten en omstandigheden (ex tunc toets). Toen het bestreden besluit werd genomen, waren er nog geen zes maanden verstreken sinds 25 mei 2025, de datum die op de relatieverklaring is genoemd als startdatum van de relatie. Bovendien heeft eiser ook in beroep de relatie niet nader met stukken onderbouwd.

Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen ongehuwde partner is van een Unieburger, als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, van het Vb. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel 8 EVRM

4. Eiser betoogt dat het besluit in strijd is met artikel 8 van het EVRM omdat tussen hem en referente sprake is van beschermenswaardig familieleven. Hij stelt daartoe dat hij een vaste, duurzame, exclusieve relatie heeft met referente.

Onder verwijzing naar wat hiervoor onder 3.2 is overwogen over het ontbreken van bewijs voor de gestelde relatie, oordeelt de rechtbank dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat tussen eiser en referente geen familieleven bestaat als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Er is dan ook geen grond voor de conclusie dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 8 van het EVRM.

De beroepsgrond slaagt niet.

Horen

5. Eiser betoogt dat verweerder hem had moeten horen in bezwaar.

De wettelijke plicht om een vreemdeling in de bezwaarfase te horen volgt uit artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Van horen kan worden afgezien om een aantal redenen, die uitputtend zijn beschreven in artikel 7:3 van de Awb. Verweerder mag op grond van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb van het horen in bezwaar afzien, als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat het in bezwaar aangevoerde niet tot een ander standpunt kan leiden dan in het primaire besluit is vervat. De rechtbank wijst hierbij op de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918.

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval aan die maatstaf is voldaan. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat er redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk was dat het bezwaar niet kon leiden tot een ander standpunt dan in het primaire besluit vervat. Daarbij is van belang dat eiser in bezwaar geen nieuwe stukken had overgelegd ter onderbouwing van zijn gestelde relatie. Er was ook geen sprake van een situatie waarin ondanks kenbaar gedane inspanningen niet aan onderbouwende stukken kon worden gekomen. Verder heeft eiser in bezwaar niet gevraagd om te worden gehoord. Verweerder heeft onder deze omstandigheden geen aanleiding hoeven zien om eiser te horen in bezwaar.

De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. C.L. Rademakers - Heins, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.E. Bos

Griffier

  • mr. C.L. Rademakers - Heins

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand