[eiseres] Braga, V-nummer: [V-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. E. Sahin),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder(gemachtigde: mr. Y. Verheugd).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres. 1.1. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 13 mei 2026 niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de aanvraag.1.2. De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 23 juli 2026 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn met kennisgeving vooraf niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. 1.3. Eiseres heeft een verzoek om een voorlopige voorziening (NL26.28282) ingediend. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is.
Heeft eiseres nog procesbelang?
3. Verweerder heeft in het bericht van 7 juli 2026 aan de rechtbank laten weten dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiseres met een bericht in het digitale dossier verzocht om hierop te reageren. De gemachtigde van eiseres heeft hier op 15 juli 2026 op gereageerd.
Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, er in beginsel vanuit mag worden gegaan dat hij geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De vreemdeling heeft in dat geval geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep over het besluit op zijn asielaanvraag. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde heeft en dus nog steeds prijs stelt op de door hem gezochte bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde nog contact heeft met de vreemdeling over de voortgang van de procedure en de keuzes die daarin moeten worden gemaakt.
Gelet op deze rechtspraak en het feit dat de gemachtigde van eiseres op
15 juli 2026 de rechtbank heeft laten weten niet meer in contact te staan met eiseres, neemt de rechtbank aan dat eiseres kennelijk geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiseres heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
Conclusie
4. Het beroep is niet-ontvankelijk.
5. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
6. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van N. Đukić, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.