ECLI:NL:RBDHA:2026:23612

ECLI:NL:RBDHA:2026:23612

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-04-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer AWB 26/63
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) als Aziatische kok; het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen; verzoeker mag niet naar Nederland komen om in afwachting van de uitkomst van het beroep te werken bij referent.

Uitspraak

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Rijerkerk).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Hij heeft op 12 maart 2025 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het oog op een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) om als kok werkzaamheden te verrichten bij een Aziatisch restaurant genaamd [bedrijf] (referent). Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 30 juli 2025 afgewezen. Verweerder is bij het bestreden besluit van 8 december 2025 bij die afwijzing gebleven.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend (met zaaknummer AWB26/62). Hij heeft daarbij ook dit verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op

23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verzoeker (tevens eigenaar van het restaurant waar verzoeker wenst te werken) deelgenomen. De gemachtigde van verweerder is, bijgestaan door [naam] van het UWV, verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?

2. Verzoeker heeft de Vietnamese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1980. Hij wenst verblijf in Nederland om als kok bij referent te werken. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht verweerder te bevelen hem te behandelen alsof hij in het bezit is van de door hem gevraagde mvv GVVA, zodat hij naar Nederland kan komen om te werken bij referent in afwachting van de uitkomst van het beroep.

3. Verweerder heeft de aanvraag van verzoeker afgewezen. Het UWV heeft negatief geadviseerd op de vraag of verzoeker kan worden toegelaten tot de arbeidsmarkt, omdat verzoeker niet voldoet aan de eisen uit de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Uit het UWV-advies blijkt namelijk dat er voldoende aanbod aanwezig is en dat referent onvoldoende heeft gezocht naar kandidaten uit het prioriteitgenietend aanbod. Daarnaast heeft referent belemmeringen opgeworpen waardoor de arbeidsplaats niet met prioriteitgenietend aanbod kan worden vervuld.

Wat vindt verzoeker in beroep en in zijn verzoek?

4. Verzoeker is het niet eens met het bestreden besluit en voert in zijn beroepsgronden kort gezegd het volgende aan. Referent heeft zich voldoende ingespannen om de vacature te vervullen. Het UWV had daarnaast voorafgaand aan het advies duidelijk moeten maken aan referent waarop zij beoordeelt in het advies. Ook levert het UWV cijfers aan van mensen die de vacature zouden kunnen vervullen, maar deze mensen worden ten onrechte als potentiële kandidaat aangemerkt om de vacature te vervullen. Verder is de impact van de afwijzing groot, referent heeft hierdoor een restaurant moeten sluiten. Ook heeft het UWV de indruk gewekt dat de aanvraag kansrijk was. In zijn verzoekschrift geeft referent aan dat zijn werkdruk als gevolg van de weigering erg hoog is, waardoor hij niet aan zijn gezondheid kan werken. Ook wijst hij er nog eens op dat zijn bedrijven economisch zwaar worden geraakt door de weigering.

Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, verzoeker krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het oordeel in deze zaak een voorlopig karakter heeft en dat dit de rechtbank in de beroepsprocedure niet bindt. Deze spoedprocedure leent zich ook niet voor een diepgaand inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van het besluit.

Zoals ook op zitting is besproken, is de gevraagde voorlopige voorziening verstrekkend. Als de voorlopige voorziening nu wordt toegewezen zal verzoeker Nederland kunnen inreizen, waardoor de feitelijke situatie ontstaat die verzoeker met zijn aanvraag beoogd heeft, terwijl de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. De gevolgen van toewijzing van de voorlopige voorziening zijn dan ook onomkeerbaar. Toewijzing van het verzoek betekent dat verweerder voor een voldongen feit wordt gesteld. Daarom kan alleen in zeer bijzondere omstandigheden aanleiding bestaan om te bepalen dat verweerder een aanvrager tijdens de beroepsprocedure moet behandelen alsof hij in het bezit is van een mvv.

Op zitting is duidelijk geworden dat referent drie restaurants heeft. Hij heeft toegelicht dat één restaurant gesloten is en onder voorbehoud is verkocht. De twee andere restaurants zijn in bedrijf. Eén van die twee restaurants is het restaurant waar verzoeker wil gaan werken.

Dat laatste restaurant is in maart 2025 geopend. Referent heeft toegelicht dat het vooralsnog lukt om dit restaurant draaiende te houden met behulp van zijn echtgenote (die eerst in één van zijn andere restaurants werkte) en van Vietnamese studenten die kunnen helpen in de keuken. Dit kost hem echter veel moeite en energie en hij moet hele lange dagen maken om de boel draaiende te houden. Hij is erg vermoeid en geeft aan dat dit moeilijk is vol te houden. De komst van verzoeker zou veel verlichting brengen, omdat hij ook leidinggevende taken op zich kan nemen.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen sprake is van “zeer bijzondere omstandigheden”, zoals hiervoor bedoeld. Daarbij weegt mee dat de voorzieningenrechter op basis van wat er op zitting is besproken vooralsnog geen reden ziet om aan te nemen dat niet van het UWV-advies zou kunnen worden uitgegaan. De voorzieningenrechter begrijpt dat referent het zwaar heeft met het overeind houden van zijn horecazaken en dat dit hem en zijn echtgenote bijzonder zwaar valt. Dit is – gelet ook op de strenger geworden regelgeving – echter onvoldoende om het verzoek toe te wijzen.

De voorzieningenrechter wijst referent er nog eens op dat het UWV ter zitting heeft aangegeven dat hij als hij dat wil contact kan opnemen met het Servicepunt Aziatische Horeca en dat zij hem kunnen bijstaan met advies over de correcte wervingsinspanningen voor het aantrekken van personeel.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Dat betekent dat verzoeker niet naar Nederland mag komen om in afwachting van de uitkomst van het beroep te werken bij referent.

7. Verzoeker krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.W.H. Schippers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand