Scheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 23 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.Y.M. Renken te Zoeterwoude.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het exploot van betekening van dit verzoekschrift;
- het F9-formulier van 26 februari 2026 van de zijde van de vrouw, met als bijlage een aanvullend verzoekschrift;
- het exploot van betekening van het aanvullend verzoekschrift;
- het F9-formulier van 8 mei 2026 van de zijde van verzoekster, met bijlagen.
Verzoek
Het verzoek strekt, na wijziging, tot echtscheiding en het treffen van nevenvoorzieningen:
- de man te gelasten om binnen 14 dagen na de datum van de mondelinge behandeling in dezen dan wel na de datum van afgifte echtscheidingsbeschikking, aan de vrouw te overhandigen de volledige financiële administratie van partijen, waaronder de bankafschriften van de op zijn naam gestelde bankrekeningen vanaf 1 juli 2025 tot en met heden, alle nog onbetaald gelaten facturen, beschikkingen met betaalsommaties, incassobrieven, etc. onder verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag of gedeelte van de dag dat de man verwijtbaar weigert aan de hierboven omschreven afgifteverplichting te voldoen;
- vast te stellen de verdeling van de tussen partijen bestaande ontbonden gemeenschap van goederen, dan wel de wijze van verdeling, bij voorkeur zoals door de vrouw voorgesteld bij randnummers 5, 6 en 7 van het aanvullend verzoekschrift;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
De overige verzoeken kunnen als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.
Schulden
De vrouw verzoekt te bepalen dat alle schulden die door de man zijn veroorzaakt en zijn ontstaan zonder overleg met de vrouw en als het gaat om schulden die samenhangen met de B.V. van de man, volledig ten laste van de man en/of de vennootschap dienen te komen, zonder dat er een verrekening van die schulden met de vrouw plaatsvindt.
Schulden komen niet voor verdeling in aanmerking omdat een schuld geen goed is zoals bedoeld in artikel 3:182 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Verder is het niet mogelijk om wijzigingen aan te brengen in de aansprakelijkheid van beide (ex-)echtgenoten tegenover schuldeisers zoals dat is geregeld in artikel 1:102 BW.
In de onderlinge verhouding tussen de echtgenoten geldt op grond van artikel 1:100 BW het volgende. Voor zover bij de ontbinding van de gemeenschap de goederen van de gemeenschap niet toereikend zijn om de schulden van de gemeenschap te voldoen, worden deze schulden door beide (ex)echtgenoten voor een gelijk deel gedragen, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid – mede in verband met de aard van de schulden – een andere draagplicht voortvloeit. Als één van de (ex)echtgenoten wordt aangesproken door een schuldeiser en hierdoor meer heeft bijgedragen in de schuld dan het gedeelte dat hem of haar aangaat, dan heeft hij of zij voor dit meerdere op grond van artikel 6:10 BW een regresrecht op de andere (ex)echtgenoot.
Nu de man geen verweer heeft gevoerd tegen het verzoek van de vrouw, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen. Met dien verstande dat de vrouw alsnog kan worden aangesproken door schuldeisers, maar zij in de onderlinge verhouding een regresvordering op de man heeft als zij de schuld(en) voldoet.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1992 te [plaats];
*
bepaalt dat de man binnen 14 dagen na vandaag aan de vrouw dient te overhandigen de volledige financiële administratie van partijen, waaronder de bankafschriften van de op zijn naam gestelde bankrekeningen vanaf 1 juli 2025 tot en met heden, alle nog onbetaald gelaten facturen, beschikkingen met betaalsommaties, incassobrieven, etc. onder verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag of gedeelte van de dag dat de man verwijtbaar weigert aan de hierboven omschreven afgifteverplichting te voldoen;
*
stelt de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
ten aanzien van de echtelijke woning te [plaats], [adres] en de daarop rustende hypothecaire geldlening:
bepaalt dat de woning dient te worden verkocht aan een derde waarbij de volledige hypothecaire geldlening zal worden afgelost en dat de verkoopwinst bij helfte tussen partijen wordt gedeeld;
ten aanzien van de inboedel:
bepaalt dat partijen de inboedel aanwezig in de echtelijke woning met gesloten beurzen bij helfte zullen verdelen;
ten aanzien van de banksaldi:
bepaalt dat partijen de banksaldi per de peildatum bij helfte zullen verdelen;
ten aanzien van de auto Toyota Aygo met kenteken [kenteken]:
bepaalt dat de auto wordt toegedeeld aan de man tegen een waarde van € 2.800,- onder de verplichting om de helft hiervan, te weten € 1.400,- aan de vrouw te voldoen;
ten aanzien van de aandelen in [bedrijfsnaam] B.V.:
bepaalt dat de aandelen aan de man worden toegedeeld, zonder verdere verrekening met de vrouw;
ten aanzien van de schulden:
stelt vast dat in afwijking van de wettelijke uitgangspunten de man de schuld(en) die hij is aangegaan zonder overleg met de vrouw of die samenhangen met [bedrijfsnaam] B.V. als eigen schuld voor zijn rekening neemt, zonder verdere verrekening met de vrouw;
verklaart deze beschikking, met uitzondering van de beslissing met betrekking tot de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad.