Scheiding
Beschikking op het op 11 mei 2020 ingekomen verzoek van:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: M.A. Sobral te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op ene bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Lindhout te ’s-Gravenhage.
Procedure
Bij beschikking van deze rechtbank van 25 juli 2023 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat:
Bij beschikking van 7 oktober 2025 van deze rechtbank is:
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
Beoordeling
De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikkingen is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Uit de stukken is de rechtbank het volgende gebleken. Na de hiervoor genoemde beschikking van 25 juli 2023 zijn de ouders aangemeld voor het traject ‘Ouderschap na Scheiding’ bij Impegno. Uit de eindrapportage van Impegno van 28 november 2024 blijkt dat dit traject is gestagneerd, omdat de vrouw de benodigde contracten weigerde te ondertekenen. De Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) is hierna een onderzoek gestart en heeft de bevindingen neergelegd in een rapport en een daarop gebaseerd advies van 29 april 2025. Zowel in de eindrapportage van Impegno als het raadsrapport is opgenomen dat de vrouw onvoldoende bereidheid toont om [minderjarige] te stimuleren in het contact met de man. De Raad kwam in het raadsrapport tot de conclusie dat het in het belang van [minderjarige] is om contact te hebben met zijn vader, indien daarvoor nog ruimte is.
In de beschikking van 7 oktober 2025 heeft de rechtbank mr. I.J. Pieters als bijzondere curator over [minderjarige] benoemd, om te onderzoeken:
Uit het verslag van de bijzondere curator blijkt het volgende. [minderjarige] is heel duidelijk dat hij op dit moment zijn vader niet wil zien, daar is geen ruimte in. Er is al lange tijd geen fysiek contact geweest en [minderjarige] is teleurgesteld geraakt in zijn vader. [minderjarige] biedt wel ruimte voor sporadisch appcontact met zijn vader. Het zou goed zijn als de man via de schoolapp en het schoolschema de schoolvorderingen van [minderjarige] goed in de gaten houdt en hem af en toe een appje stuurt. [minderjarige] zal daar soms wel en soms niet op reageren. De hoop is dat wanneer [minderjarige] ouder wordt, hij weer belangstelling voor zijn vader gaat ontwikkelen. Op dit moment is de opvoedsituatie voor [minderjarige] goed. Uiteraard zou het goed zijn als de ouders weer op de een of andere manier contact met elkaar zouden krijgen, maar zij staan heel ver van elkaar af en er is al jaren geen contact. Het enige dat de bijzondere curator op dit moment kon doen is het laten schrijven van een brief door de man aan [minderjarige] en deze persoonlijk aan [minderjarige] overhandigen. Als [minderjarige] op enig moment weer belangstelling in zijn vader krijgt ligt daarin een kans om het contact weer op te bouwen.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het verslag van de bijzondere curator blijkt duidelijk dat er op dit moment geen ruimte bij [minderjarige] is voor contact met zijn vader. De rechtbank acht het daarom niet in het belang van [minderjarige] om een zorgregeling met de man vast te stellen. De rechtbank begrijpt dat dit de man verdriet doet, zeker omdat hij -zoals onder meer blijkt uit het raadsrapport- de bereidheid en inzet heeft getoond om in het belang van [minderjarige] te handelen en actief stappen heeft gezet om op een laagdrempelige manier het contact met [minderjarige] te herstellen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek van de man tot vaststelling van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen hem en [minderjarige];
wijst af het meer of anders verzochte.