ECLI:NL:RBDHA:2026:23713

ECLI:NL:RBDHA:2026:23713

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-07-2026
Datum publicatie 23-08-2026
Zaaknummer C/09/688743 / FA RK 25-5471
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Wijziging partneralimentatie. Behoefte vrouw is niet verbleekt. Geen rekening met schulden man vanwege verwijtbaarheid.

Uitspraak

Wijziging partneralimentatie

Beschikking op het op 18 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.B. Peters in Zoetermeer .

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.G. Schnoor in Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 25 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en tolk F. den Hengst, en de man met zijn advocaat. Van de zijde van de vrouw is een nieuwe alimentatie berekening overgelegd. Van de zijde van de man is productie 4 bij het verweerschrift overgelegd.

Feiten

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt – met wijziging van de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 20 februari 2019 – de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie op € 1.000,- per maand te bepalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans op zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

De man voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Ontvankelijkheid

Een rechterlijke beslissing kan worden gewijzigd op de grond dat sprake is van een wijziging van omstandigheden waardoor het aanvankelijk vastgestelde bedrag niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet (artikel 1:401 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Hierna moet zich dus een wijziging in die omstandigheden hebben voorgedaan of er moet sprake zijn van nieuwe omstandigheden waarmee eerder geen rekening had kunnen worden gehouden. Niet iedere wijziging van omstandigheden is voldoende voor een wijzing van de vastgestelde alimentatie. Het moet gaan om een wijziging waardoor het aanvankelijk vastgestelde bedrag niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet.

De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. Tussen partijen is niet in geschil dat het inkomen van de man sinds de beschikking van het gerechtshof Den Haag bijna is verdubbeld. De rechtbank zal daarom de vrouw ontvangen in haar verzoek en hierna overgaan tot een inhoudelijke beoordeling om te onderzoeken of, en zo ja, in hoeverre de wijzigingsgrondslag leidt tot een wijziging van de beschikking uit 2019.

Inhoudelijke beoordeling

Bij de wijziging van de partneralimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport alimentatienormen (het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.

Ingangsdatum

Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 BW een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum. Drie data liggen het meest voor de hand: de datum van het inleidend (zelfstandig)verzoek, de datum waarop de rechter beslist of de datum waarop de omstandigheden intreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn.

De rechtbank zal de partneralimentatie wijzigen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, omdat de man in ieder geval per die datum een hoger inkomen genoot en hij vanaf dat moment rekening had kunnen houden met een te betalen bedrag aan partneralimentatie.

Behoefte

In de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 20 februari 2019 is de behoefte van de vrouw vastgesteld op € 2.800,- netto per maand.

De man stelt dat de behoefte van de vrouw inmiddels is verbleekt.

De rechtbank overweegt als volgt. Met ‘verbleking van de behoefte’ wordt in de jurisprudentie gedoeld op een situatie waarin er tijd is verstreken tussen de echtscheiding en de latere vaststelling van partneralimentatie, waardoor de welstand tijdens het huwelijk minder bepalend zou zijn voor de behoefte. De behoefte zou dan meer moeten worden gerelateerd aan de welstand direct voorafgaand aan de procedure tot vaststelling/wijziging van de alimentatie. De reden daarachter zou zijn dat de lotsverbondenheid, die een grondslag vormt voor de alimentatieverplichting, is afgenomen. Zoals uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt, berust het voortduren van de alimentatieverplichting niet op het voortduren van de lotsverbondenheid. Daarom kan het afnemen van de lotsverbondenheid geen grond zijn voor het beëindigen van de alimentatieverplichting, ook niet in samenhang met andere omstandigheden.

Enkel tijdsverloop na de beëindiging van het huwelijk is niet bepalend voor de vaststelling van de behoefte, maar tijdsverloop kan gelden als een relevante bijkomende omstandigheid. De partneralimentatie is vastgesteld op basis van onder meer de behoefte van de vrouw die is gerelateerd aan het welstandsniveau tijdens het huwelijk en waarbij rekening is gehouden met het toen bekende eigen inkomen van de vrouw. De afgelopen jaren heeft de man wegens het ontbreken van draagkracht geen partneralimentatie betaald. Dat de vrouw zoals de man kennelijk betoogt een ander welstandsniveau heeft gehad dan zij tijdens het huwelijk had, brengt niet zonder meer mee dat zij dús in haar eigen levensonderhoud kon voorzien. Dat haar welstandsniveau mogelijk lager was, is voor een heel belangrijk deel het gevolg van het feit dat aan de zijde van de man geen draagkracht bestond om partneralimentatie te voldoen, niet omdat zij zelf al die tijd zelfstandig in haar behoefte kon voorzien. De man heeft onvoldoende andere omstandigheden naar voren gebracht waardoor het in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn om uit te gaan van een andere behoefte dan op basis van het welstandsniveau tijdens het huwelijk. Gelet op het voorgaande en gelet op vaste jurisprudentie, is de rechtbank van oordeel dat de behoefte van de vrouw niet is verbleekt.

De rechtbank zal daarom, conform de door het gerechtshof Den Haag vastgestelde behoefte, uitgaan van een behoefte van de vrouw van € 2.800,- netto per maand in 2019. Geïndexeerd naar 2025 bedraagt de behoefte van de vrouw € 3.523,- netto per maand

Aanvullende behoefte

Voor de berekening van de aanvullende behoefte van de vrouw moet op de hiervoor genoemde netto behoefte haar huidige netto besteedbaar inkomen (NBI) in mindering worden gebracht.

Het is de rechtbank gebleken dat de vrouw een AOW-uitkering ontvangt. De rechtbank zal daarom, conform de AOW tarieven per 1 januari 2025, rekening houden met een AOW-uitkering van € 1.581,- per maand en vakantiegeld van € 102,- per maand.

De man stelt dat de vrouw ook persoonsgebonden budget ontvangt voor de zorg voor haar gehandicapte zoon. De vrouw betwist dit. Zij geeft aan dat zij al enige tijd haar zoon geen zorg meer kan verlenen gelet op haar leeftijd en gezondheid, waardoor haar zoon niet meer bij haar woont en zij dus ook geen persoonsgebonden budget ontvangt. De rechtbank ziet in de stukken en dat wat op de zitting is besproken geen aanwijzingen om te veronderstellen dat de vrouw nog steeds persoonsgebonden budget ontvangt, zodat de rechtbank dat niet mee zal nemen in de berekening van het NBI van de vrouw.

Gelet op de aanbevelingen uit het rapport houdt de rechtbank niet apart rekening met door de vrouw te ontvangen toeslagen. Rekening houdend met de algemene heffingskorting en de ouderenkorting berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 1.590,- per maand. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.

De aanvullende behoefte van de vrouw bedraagt daarmee (€ 3.523,- minus € 1.590,- =)

€ 1.933,- netto per maand, zijnde € 2.984,- bruto per maand.

Draagkracht man

Bij de berekening van de financiële draagkracht van de man zal de rechtbank uitgaan van een inkomen van € 47.086,- per jaar, zoals blijkt uit zijn jaaropgave 2025. Rekening houdend met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting berekent de rechtbank het NBI van de man op € 3.108,- per maand. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.

De draagkracht van de man bedraagt volgens de formule € 520,- per maand, te weten

60% x [3.108 - (0,3 x 3.108 + 1.310)].

De man voert een draagkrachtverweer en verzoekt rekening te houden met de aflossing op een drietal schulden, te weten € 130,- per maand aan de gemeente [gemeente] , € 353,- per maand aan de Belastingdienst en € 15,- per maand aan studieschuld bij DUO.

De rechtbank overweegt als volgt. Met betrekking tot de aflossing op de schuld aan de gemeente [gemeente] heeft man op de zitting erkend dat deze schuld samenhangt met een veroordeling voor fraude ten aanzien van persoonsgebonden budgetten. De man heeft weliswaar aangegeven dat hij ten onrechte is veroordeeld maar zonder nadere onderbouwing gaat de rechtbank ervan uit dat sprake is van een schuld die verwijtbaar is. De rechtbank zal daarom met de aflossing op deze schuld geen rekening houden.

Met betrekking tot de aflossing op de schuld aan de Belastingdienst heeft de man op de zitting verklaard dat hij onjuiste inkomensgegevens heeft verstrekt aan de Belastingdienst, waardoor hij nu een bedrag aan te veel ontvangen toeslagen moet terugbetalen. De rechtbank oordeelt dat ook deze schuld verwijtbaar is, waardoor de rechtbank ook met de aflossing op deze schuld geen rekening zal houden.

Ten aanzien van de schuld bij DUO overweegt de rechtbank het volgende. Op de zitting heeft de man aangegeven dat deze schuld betrekking heeft op de inburgering van zijn nieuwe huwelijkspartner. De rechtbank acht het onredelijk als aflossingen die de man doet op een schuld die ziet op het inburgeren van zijn nieuwe partner ten koste gaan van zijn draagkracht om te voorzien in het levensonderhoud van zijn ex-partner. De rechtbank zal daarom ook met de aflossing op deze schuld geen rekening zal houden.

De rechtbank zal daarom uitgaan van een draagkracht van de man van € 520,- netto per maand. Gebruteerd komt dit neer op € 828,- per maand.

Conclusie

Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank met ingang van 18 juli 2025 de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie wijzigen naar € 828,- per maand.

De rechtbank zal de partneralimentatie met terugwerkende kracht wijzigen met ingang van 18 juni 2025. Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1165, zal de rechtbank de partneralimentatie verhogen met de jaarlijkse indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW met ingang van 1 januari 2026 tot een bedrag van € 866,- per maand. Met ingang van 1 januari 2027 wordt het laatstgenoemde bedrag van rechtswege verhoogd met de jaarlijkse indexering.

Proceskosten

Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 20 februari 2019 – :

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 18 juli 2025 een partneralimentatie van

€ 828,- per maand en met ingang van 1 januari 2026 € 866,- per maand zal betalen, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.P. de Klerk

Griffier

  • mr. P.M.A. van Oosten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand