Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 15 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J. den Hollander-Fischer te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.A.Y. Jacques te Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het F9-formulier van 13 juli 2026 van de zijde van de vader, met bijlage;
het F9-formulier van 15 juli 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage.
De op 22 juli 2026 geplande behandeling ter zitting heeft niet plaatsgevonden omdat partijen voorafgaand daaraan overeenstemming hebben bereikt.
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats].
[minderjarige] woont bij de moeder.
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
Bij proces-verbaal in kort geding van deze rechtbank van 9 januari 2025 is– voor zover hier aan de orde – bepaald dat:
- de minderjarige, [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024, voorlopig als volgt bij de vader zal verblijven:
- in de even weken: van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur;
- in de oneven weken: iedere zaterdag, van 10.00 uur tot 16.30 uur,
waarbij de vader [minderjarige] bij de moeder ophaalt en weer bij haar terugbrengt.
Verzoek en verweer
De vader heeft aanvankelijk verzocht – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad –:
om de huidige zorgregeling te wijzigen in een zorgregeling, waarbij:
- [minderjarige] na de zomervakantie in de even weken van woensdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader verblijft;
- [minderjarige] in de zomervakantie om de week van donderdag 18.00 uur tot donderdag 18.00 uur de week daarop bij de vader verblijft ingaande in de eerste volle week van de zomervakantie;
- [minderjarige] in tweeweekse vakanties in de even jaren de eerste week bij vader verblijft,
- dan wel een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen zorgregeling op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag dat de moeder zich niet aan de zorgregeling houdt.
De moeder heeft hiertegen geen verweer gevoerd.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 13 juli 2026 de rechtbank bericht dat de ouders overeenstemming hebben bereikt en dat zij verzoeken deze overeenstemming op te nemen in een beschikking.
De advocaat van de moeder heeft bij bericht van 15 juli 2026 de bereikte overeenstemming bevestigd en verzoekt eveneens deze overeenstemming op te nemen in een beschikking.
Beoordeling
Partijen zijn in de loop van de procedure tot overeenstemming gekomen en hebben beiden verzocht de door hen getroffen onderlinge regeling in een beschikking op te nemen.
De ouders zijn het volgende overeengekomen:
De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen, omdat niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet en omdat het nader verzochte niet onrechtmatig en niet ongegrond is. Hetgeen oorspronkelijk meer of anders is verzocht, beschouwt de rechtbank als ingetrokken.
Beslissing
De rechtbank:
*
neemt op de door partijen getroffen onderlinge regelingen, die luiden als volgt:
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.