RECHTBANK DEN HAAG
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/709423 / FA RK 26-7416
Datum beschikking: 23 juli 2026
Beschikking naar aanleiding van het op 20 juli 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. M.S.C. Leistra te Zoetermeer.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 18 juli 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een brief van de officier van justitie van 20 juli 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 juli 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, [naam 2];
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat het verzoek dient te worden afgewezen, omdat er geen sprake is van verzet. Betrokkene wil vrijwillig op de afdeling verblijven, omdat hij erkent dat hij hulpverlening nodig heeft. Mocht het onverhoopt nodig zijn dan kan door de instelling altijd een nieuwe crisismaatregel worden aangevraagd.
De arts heeft ter zitting aangegeven dat betrokkene een blanco psychiatrische geschiedenis heeft. Op de afdeling wordt veel lijdensdruk en financiële druk bij betrokkene gezien. Hij heeft medicatie gekregen om hem rustiger te krijgen, maar er wordt nog steeds angst en paniek waargenomen. Het plan is om te starten met antidepressivum om er uiteindelijk voor te zorgen dat de angst en paniek minder worden. Daarvoor is het belangrijk dat betrokkene nog opgenomen is, omdat bij de start van een antidepressivum de klachten mogelijk eerst verergeren. Op dit moment neemt betrokkene de medicatie vrijwillig en geeft hij aan op de afdeling te willen blijven, dus is er wat betreft de arts geen reden voor een verplichte opname.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene voldoende bereidheid heeft getoond om de behandeling in een vrijwillig kader voort te zetten. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene ter zitting heeft verklaard dat hij inziet dat hij hulp nodig heeft en open staat voor behandeling in een ambulant kader. Voorts heeft de arts ter zitting verklaard dat voortzetting van het verblijf van betrokkene in de accommodatie op vrijwillige basis mogelijk is. Daarom zal de rechtbank het verzoek afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek.