RECHTBANK DEN HAAG
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/709459 / FA RK 26-7441
Datum beschikking: 23 juli 2026
Beschikking naar aanleiding van het op 20 juli 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt],
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1941 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. J.I. Echteld te Gouda.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 juli 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente [plaats] van 17 juli 2026;
- de op 17 juli 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 9 januari 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 juli 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk Arabisch M. Suleman;
- de specialist ouderengeneeskunde van de afdeling, [naam 2];
- de specialist ouderengeneeskunde, [naam 1];
- de verpleegkundige, [naam 3].
Standpunten ter zitting
Cliënt heeft verklaard het liefst naar huis te willen.
De advocaat heeft namens cliënt naar voren gebracht dat cliënt de beschreven gevaren niet herkent of erkent. Cliënt is van mening dat hij weer naar huis kan. Het verzoek dient daarom te worden afgewezen.
De advocaat heeft verder naar voren gebracht dat het bij haar bekend is dat de zoon van cliënt nu de echtgenoot van cliënt aan het ophalen is in [land]. De zoon stemt in met het verzoek, aangezien hij nu niet thuis is om de zorg voor zijn vader te dragen.
De specialist ouderengeneeskunde van de afdeling heeft verklaard dat cliënt dagelijks verbaal verzet vertoont. Cliënt beseft niet dat hij ziek is en wil meestal vanaf een uur of twee de accommodatie verlaten. Cliënt wordt boos wanneer medewerkers hem zeggen dat hij moet blijven. Tijdens de vorige inbewaringstelling in december werd nog de afweging gemaakt of cliënt beter bij zijn zoon kon blijven. Cliënt is nu echter weer opgenomen omdat er werd gezien dat hij meer zwerft op straat. Cliënt kan ook niet goed voor zichzelf zorgen, heeft wanen en hallucinaties en er zijn blauwe plekken bij hem aangetroffen waarvan de oorzaak onbekend is. Gezien wordt dat cliënt veel sturing en zorg nodig heeft, ook met betrekking tot eten en drinken. De zoon van cliënt heeft zijn best gedaan voor de wil van cliënt om thuis te blijven wonen en is hem voorheen telkens komen halen uit de accommodatie. Dit is deze keer echter niet gebeurd en de zoon heeft een gebouwverbod gehad. Er is geprobeerd het netwerk van de zoon in te zetten om de zorg voor cliënt te verdelen, maar cliënt heeft specialistische zorg en de toediening van medicatie nodig. Er zijn geen alternatieven meer. Er is een patroon ontstaan waar de zoon instemt met opname van cliënt wanneer hij weg is, maar de instemming intrekt wanneer hij weer thuis is. Dit is nu al drie keer gebeurt. Gedwongen zorg is daarom nu noodzakelijk.
De specialist ouderengeneeskunde heeft verklaard dat cliënt een eigen woning had vlakbij zijn zoon, maar volledig afhankelijk was van zorg dus bij de zoon woonde. De zoon is echter overbelast geraakt waarna hij cliënt uit huis heeft gezet. Cliënt is toen gaan dwalen en bij het politiebureau terecht gekomen. De zoon heeft hem hier niet opgehaald.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- ernstige psychische schade;
- acute maatschappelijke teloorgang; en
- de algemene veiligheid van personen of goederen is in gevaar.
Cliënt is als gevolg van zijn gevorderde dementie volledig afhankelijk van hulp en zorg bij alledaagse levensverrichtingen. Hij woont bij zijn zoon, maar deze thuissituatie is niet langer houdbaar. De zoon is ernstig overbelast, kampt zelf met gezondheidsproblemen en kan de zorg niet langer dragen. Hij zet betrokkene soms het huis uit, waarna deze gaat dwalen. Recent verbleef betrokkene hierdoor langdurig op het politiebureau, waarbij de zoon weigerde hem op te halen. Er zijn meerdere politiemeldingen gedaan vanwege zorgen over de veiligheid van cliënt.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Eerder is herhaaldelijk geprobeerd de zorg in de thuissituatie vorm te geven, waarbij de zoon van cliënt de zorg grotendeels op zich nam en cliënt na eerdere inbewaringstellingen telkens weer mee naar huis nam. Dit leidde echter steeds opnieuw tot ernstig nadeel.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Cliënt wil niet in de accommodatie blijven en wil terug naar huis.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:
[cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1941 te [geboorteplaats],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 september 2026.