RECHTBANK DEN HAAG
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
[de cliënt],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/709446 / FA RK 26-7433
Datum beschikking: 23 juli 2026
Beschikking naar aanleiding van het op 20 juli 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1943 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in [zorginstelling], te [plaats],
advocaat: mr. J.J. van Kuijk te Den Haag.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 juli 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente [gemeente] van 17 juli 2026;
- de op 17 juli 2027 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 15 juli 2026;
- een specialistenbericht van 14 juni 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 juli 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
- de verpleegkundig specialist, [naam 2]
- de verpleegkundige, [naam 3];
- de zoon van cliënt, [naam 4].
Standpunten ter zitting
Cliënt heeft verklaard graag naar huis te willen.
De advocaat heeft namens cliënt verzocht om afwijzing van het verzoek. Cliënt wil naar huis en herkent zich niet in hetgeen wordt geconstateerd met betrekking tot de aanwezigheid van ernstig nadeel. Het klopt niet dat er sprake zou zijn van valgevaar of slecht eten en drinken. Ook klopt het niet dat cliënt geen hulp zou accepteren.
De verpleegkundig specialist heeft verklaard dat cliënt is gediagnosticeerd met dementie. Cliënt hoort thuis in de setting van het verpleeghuis aangezien zij 24 uur per dag zorg nodig heeft.
De verpleegkundige heeft naar voren gebracht dat cliënt niet in de accommodatie wil zijn en dat ze dit ook laat merken. Ze weert de dagelijkse zorg af. Er is sprake van forse verwaarlozing en er zijn grote zorgen omdat cliënt niet uit zichzelf wil eten of drinken. Zij heeft begeleiding en structuur nodig. Er wordt geen verbetering verwacht in cliënt haar ziektebeeld.
De zoon van cliënt heeft naar voren gebracht dat hij gemachtigd is te spreken voor de echtgenoot van cliënt en dat hij het volledig eens is met hetgeen is beschreven in de medische verklaring. De situatie is niet meer houdbaar voor de echtgenoot van cliënt. De echtgenoot heeft zijn uiterste best gedaan maar cliënt heeft continue zorg nodig. Cliënt accepteert geen zorg in de thuissituatie, ook niet toen dit werd voorgelegd door de huisarts. Cliënt heeft ter zitting verklaard wel hulp te krijgen in de thuissituatie, maar dit is bij de schoonmaak van het huis, niet in het ontvangen van zorg.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing; en
- maatschappelijke teloorgang.
Cliënt is in februari 2026 gediagnosticeerd met dementie. Betrokkene at en dronk slecht in de thuissituatie, was fors afgevallen en had nauwelijks nog spierkracht. Daarnaast sliep zij niet tot nauwelijks. Cliënt is hiernaast valgevaarlijk. Ook is er sprake van psychisch lijden doordat zij angsten heeft, situaties niet goed begrijpt en zich aangevallen voelt. Cliënt valt in herhaling, confabuleert en is verward. Cliënt is afhankelijk van constante zorg voor haar algemene dagelijkse levensverrichtingen. Het steunsysteem, wat bestaat uit haar echtgenoot en kinderen, is echter volledig uitgeput, wat de situatie onhoudbaar heeft gemaakt.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Cliënt weigert zorg in het ambulante kader.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Cliënt wil niet in de accommodatie blijven en wil terug naar huis.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:
[de cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1943 te [geboorteplaats],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 september 2026.