ECLI:NL:RBDHA:2026:23784

ECLI:NL:RBDHA:2026:23784

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-07-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer C/09/688543 / FA RK 25-5362
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Wijziging gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag; wijziging ouderschapsplan, geen omgangsregeling

Uitspraak

Gezag en zorgregeling

Beschikking op het op 15 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N. Bagci-Çiçek te Den Haag,

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. T. Kocabas te Zoetermeer.

Procedure

Bij beschikking van 12 november 2025 van deze rechtbank is de Raad verzocht om, met toepassing van de MASIC (of een vergelijkbaar risicotaxatie-instrument) onderzoek te doen in het kader van het gezag en de zorg-/omgangsregeling. De verzoeken ten aanzien van het gezag en de zorg-/omgangsregeling zijn aangehouden. Het zelfstandige verzoek voor de vader (C/09/691748/ FA RK 25-7043) voor het vaststellen van voorlopige voorzieningen is afgewezen.

De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:

Op 10 juli 2026 is de zaak voortgezet op de gecombineerde behandeling van zowel onderhavig verzoek als het verzoek tot het verlenen van de ondertoezichtstelling (C/09/706072 / JE RK 26-930). Bij beslissing van de kinderrechter van vandaag wordt het verzoek van de Raad tot het onder toezichtstellen van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] afgewezen.

De minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek en hebben van die mogelijkheid gebruik gemaakt.

Op de (gecombineerde) zitting zijn verschenen:

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.

Gezag

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:251a BW kan de rechter na ontbinding van het huwelijk op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Standpunt van de Raad

De Raad adviseert het verzoek van de moeder om haar te belasten met het eenhoofdig gezag af te wijzen. De Raad geeft aan dat er geen situatie is waarin de moeder door de vader wordt belemmerd om besluiten te nemen over de kinderen. De vader doet moeite om de ontwikkeling van de kinderen te volgen en om bij hen aan te kunnen sluiten. Hiervoor onderhoudt hij contact met de betrokken hulpverleners. Doordat de moeder niet in staat om de vader te informeren over de kinderen, wordt hij, als hij niet langer belast zou zijn met het gezag, beperkt in de toegang tot de hulpverlening en de informatie over de kinderen. De Raad is daarnaast van mening dat er onvoldoende is ingezet om de communicatie tussen de ouders te verbeteren.

Standpunt van de moeder

De moeder handhaaft haar verzoek en deelt het standpunt van de Raad niet. Uit het raadsrapport blijkt dat de vader niet erkent dat sprake is geweest van langdurig huiselijk geweld. De angst, paniek en het gevoel van onveiligheid die de moeder ervaart zijn een contra indicatie voor gezamenlijk gesprekken met de vader. Ook zorgt contact met de vader voor te veel spanning bij de moeder waardoor zij last heeft van controleverlies. Deze klachten zorgen ervoor dat een samenwerking met de vader niet mogelijk is. De afgelopen periode heeft de vader onnodig lang op zich laten wachten met het geven van toestemming voor de medicatie van [minderjarige 3] . De gezinscoach vanuit [zorginstantie 1] fungeert als tussenpersoon en zorgt ervoor dat de vader wordt geïnformeerd over de kinderen. Dit kan zo blijven indien de moeder belast wordt met het eenhoofdig gezag.

Standpunt van de vader

De vader kan zich vinden in het advies van de Raad. De vader werkt mee aan gezagsbeslissingen en heeft toestemming gegeven voor iedere vorm van hulpverlening. Hij benoemt dat hij ten aanzien van de medicatie van [minderjarige 3] niet is meegenomen in de voorfase waardoor het mogelijk langer heeft geduurd voordat hij zijn toestemming hiervoor heeft verleend. Doordat de vader belast is met het gezag ontvangt hij informatie over de ontwikkeling van de kinderen via de betrokken hulpverleningsinstanties. De moeder informeert hem niet en ook heeft hij geen contact met de kinderen, waardoor dit zijn enige manier is om betrokken te blijven bij de kinderen.

Overweging van de rechtbank

De rechtbank stelt het volgende voorop. Door de Raad is op verzoek van de rechtbank onderzoek gedaan in het kader van het gezag en de zorg-/omgangsregeling en in dat kader is ook de MASIC afgenomen. De conclusie van het aanvullend onderzoek van 22 mei 2026 (bijlage 1 bij het raadsrapport), luidt als volgt:

Ouders hebben zich tijdens het interview meewerkend opgesteld. Alle vragen zijn bespreekbaar geweest. Moeder heeft zich open en kwetsbaar opgesteld. Ze maakte tijdens het gesprek een gespannen en kwetsbare indruk. Hoewel vader het gesprek als moeilijk heeft ervaren, maakte hij een rustige en beleefde indruk. Vanuit de MASIC komt naar voren dat moeder tijdens de relatie psychologische mishandeling, dwingende controle, bedreiging met serieus geweld, (ernstig) lichamelijk geweld, seksueel geweld en belaging/stalking heeft ervaren. Vader zegt niet tot nauwelijks geweld vanuit moeder te hebben ervaren, al geeft zij zelf aan dat hiervan wel enige sprake is geweest. Vader heeft wel ervaren dat moeder bepalend was gedurende de relatie. Ook erkent vader dat er sprake was van spanningen en conflicten. Moeder heeft aangifte gedaan van mishandeling en verkrachting door vader, maar beide zaken zijn vanwege gebrek aan bewijs geseponeerd (noot: in het raadsonderzoek geeft de politie aan dat moeder aangifte gedaan heeft van verkrachting, maar de zaak niet wenste door te zetten. Moeder licht hierover toe dat zij haar verhaal een tweede keer moest doen en dit op dat moment voor haar te belastend was).

Op basis van de interviews met vader en moeder ontstaan zorgen over kindermishandeling. De kinderen zijn getuige geweest van ruzies (en fysiek geweld) tussen ouders en kampen met traumaklachten, waarvoor behandeling geïndiceerd is. Er kwamen geen aanwijzingen naar voren dat de kinderen in acute (fysieke) onveiligheid zijn. Er is op dit moment geen contact tussen ouders. Sinds het uiteen gaan hebben zich geen incidenten meer voorgedaan. Ouders zijn elkaar een paar keer in de buurt tegen gekomen, maar er is volgens de politie onvoldoende aanleiding dit te zien als stalking. Wel is moeder erg angstig voor vader. Ze heeft niet het gevoel dat zij en de kinderen direct in gevaar zijn, maar ervaart zeer veel angst, spanning en paniekaanvallen als zij vader ziet of aan hem en/of nare gebeurtenissen tijdens het huwelijk herinnerd wordt. In aanvullend onderzoek kon niet goed zicht verkregen worden op door moeder genoemde risicofactoren, zoals een criminele voorgeschiedenis of eerder agressief gedrag van vader. Wel lijkt hij naar eigen zeggen (via broer in Pakistan) toegang te hebben tot een wapen. Aanvullend onderzoek bevestigde geestelijke gezondheidsproblemen van moeder als risicofactor. Zij is bekend met stemmingswisselingen die volgens [zorginstantie 2] passen bij ADD, recidiverende depressies en PTSS (zo blijkt uit info van [zorginstantie 2], d.d. 13 mei 2026) en beïnvloed worden door de verstandhouding met vader, de lopende rechtszaak rondom gezag en met momenten angstaanvallen en klachten als zij aan nare gebeurtenissen in het verleden met vader wordt herinnerd.

In dit onderzoek is het volgende advies opgenomen:

Moeders zichtbare angst, paniek en gevoel van onveiligheid vormt op dit moment een contra-indicatie voor gezamenlijke gesprekken. Zowel moeder als de kinderen kampen met angsten en traumaklachten en de thuissituatie is onrustig, [zorginstantie 3] spreekt van emotioneel onveilig. De draagkracht van moeder wordt op dit moment hierdoor als zeer beperkt ingeschat. Te hoge spanningsniveaus kunnen haar vaardigheden beperken en leiden tot controleverlies.

Onderzoekers verwachten dat bij contact met vader, moeders angsten, paniekaanvallen en

momenten van controleverlies toenemen en dit van invloed zal zijn op haar mogelijkheden als opvoeder. Dit terwijl de kinderen, juist nu, haar nodig hebben als stabiele opvoeder, die emotioneel voor hen beschikbaar is.

Op dit moment dient de focus van hulpverlening vooral te liggen op het creëren van rust en

emotionele veiligheid in de thuissituatie voor de kinderen, zodat hun traumabehandeling hervat kan worden. De draagkracht van moeder zal versterkt moeten worden, zodat zij de kinderen kan ondersteunen in dit lastige proces.

Zodra hier ruimte voor is, zal ook traumabehandeling voor moeder hervat moeten worden.

Hulpverlening aan ouders dient individueel vormgegeven te worden. Pas wanneer de spanningen bij moeder rondom vader voldoende zijn afgenomen, kan (opnieuw) bezien worden of een vorm van gezamenlijke hulpverlening passend is. Zowel voor moeder als voor de kinderen, zal het helpend zijn erkenning te krijgen vanuit vader rondom de (beleving en impact van) ingrijpende gebeurtenissen.

De rechtbank is van oordeel dat het belang van de kinderen en de moeder bij de in dit advies genoemde rust en emotionele veiligheid, opweegt tegen het belang van de vader dat hij door zijn positie als gezagsouder geïnformeerd wordt over de ontwikkeling van de kinderen. Die rust en emotionele veiligheid staan onder continue druk zolang de moeder het gevoel heeft afhankelijk te zijn van de medewerking van de vader. Bovendien heeft de moeder nadrukkelijk aangeven dat [zorginstantie 3] en [zorginstantie 1] rechtstreeks over de ontwikkeling van de kinderen aan de vader mogen rapporteren, zodat hij ook zonder dat hij het ouderlijk gezag uitoefent, betrokken kan blijven. Daarbij komt dat er veel hulpverlening voor de kinderen moet worden opgestart waarbij het eenhoofdig gezag het voor de moeder mogelijk maakt om deze hulpverlening sneller en gemakkelijker tot stand te brengen. Ook al heeft de vader in het verleden niet geweigerd om toestemming te geven voor gezagsbeslissingen, feit is dat lang gewacht moest worden op de toestemming van de vader bij de inzet van medicatie voor [minderjarige 3] , wat voor vertraging heeft gezorgd.

In het licht van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wijziging van het gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen.

Omgangsregeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders, een beslissing over de omgangsregeling of een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan.

Standpunt van de Raad

De Raad adviseert om het verzoek van de vader aan te houden voor de duur van negen maanden. In die periode kan een jeugdbeschermer of de betrokken regievoerder vanuit [zorginstantie 1] erop toezien dat de (trauma)behandeling van de kinderen wordt hervat en kan zorgvuldig worden gekeken of een (begeleide) zorgregeling tussen de vader, [minderjarige 1] en [minderjarige 3] kan worden vormgegeven. Als daarmee gestart kan worden kan ook worden bezien of [minderjarige 2] betrokken wil worden. Het is belangrijk dat de kinderen stabiliseren en er ruimte bij hen ontstaat voor contactherstel.

Standpunt van de moeder

Ter zitting is het verzoek van de moeder tot ontzegging van de omgang tussen de vader en de kinderen ingetrokken. De moeder staat achter contactherstel tussen de kinderen en de vader, maar benoemt dat het daarbij van belang is dat dit pas wordt opgestart wanneer de kinderen hier behoefte aan hebben en dit begeleid zal worden. De moeder acht het niet wenselijk dat het advies van de Raad om het verzoek voor de duur van negen maanden aan te houden wordt gevolgd.

Standpunt van de vader

De vader handhaaft zijn verzoek en kan zich vinden in het voorstel van de Raad om het verzoek voor de duur negen maanden aan te houden. Hij begrijpt dat contactherstel met de kinderen op dit moment nog niet haalbaar is, maar hoopt dat dit op termijn wel tot stand kan komen.

Overweging van de rechtbank

De moeder heeft het verzoek voor de ontzegging van de omgang tussen de vader en de kinderen ingetrokken waardoor de rechtbank constateert dat er ten aanzien van dat verzoek niets meer te beslissen valt.

Ten aanzien van het verzoek van de vader om te bepalen dat de regeling uit het ouderschapsplan wordt gehandhaafd, overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat kinderen in beginsel recht hebben op contact met beide ouders. De rechtbank ziet echter geen mogelijkheden om een regeling op te leggen die goed uitpakt voor alle betrokkenen.

De rechtbank is van oordeel dat rust en duidelijkheid ten aanzien van het contact tussen de vader en de kinderen op dit moment van groot belang zijn voor zowel de kinderen als de moeder. De kinderen hebben hun thuisbasis bij de moeder, en als de moeder op dit moment een vorm van contact tussen de vader en de kinderen moet faciliteren, tast dat haar draagkracht ernstig aan wat een negatieve weerslag heeft op de kinderen. Bovendien moeten de kinderen zelf aan de slag met alles wat zij in de afgelopen jaren hebben meegemaakt. Zij hebben aangegeven op dit moment de situatie goed te vinden zoals die is en vooral behoefte te hebben aan rust. Bij henzelf ontbreekt op dit moment ook ieder draagvlak voor contact met hun vader. Bovendien heeft de Raad in het raadsrapport aangegeven dat een voorwaarde voor contactherstel is dat de vader de kinderen erkenning geeft voor wat zij zelf hebben ervaren en waar zij last van hebben gehad. Op dit moment lijkt er bij de vader nog geen ruimte te zijn om die erkenning te geven.

Contact met hun vader is van belang voor de identiteitsontwikkeling van de kinderen, maar niet tegen elke prijs. Als gedurende een langere periode sprake is van een stabiele thuissituatie, kan met de betrokken hulpverlening worden bekeken of er dan wel mogelijkheden voor contactherstel zijn. Door de moeder is aangegeven dat zij een vorm van contact tussen de kinderen en de vader niet in de weg zal staan op het moment dat de kinderen aangeven hiervoor open te staan.

Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding om te verwachten dat er binnen afzienbare tijd – ook niet binnen een periode van negen maanden – een omgangsregeling kan worden vastgesteld. De rechtbank ziet daarom geen reden voor aanhouding van het verzoek. De rechtbank is van oordeel dat de in het ouderschapsplan overeengekomen contactregeling niet kan worden gehandhaafd, zal het verzoek van de vader daartoe afwijzen en bepalen dat geen contactregeling geldt.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

BeslissingDe rechtbank:

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , het gezag zal toekomen over de minderjarigen kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] ;

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] ;

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats] ;

*

stelt vast dat er niets meer te beslissen is ten aanzien van het verzoek van de moeder tot ontzegging van het gezag;

*

bepaalt – met wijziging in zoverre van het aan de beschikking van deze rechtbank van 24 mei 2022 gehechte ouderschapsplan – dat er geen omgangsregeling geldt tussen de vader en de kinderen;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.M. Kroon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand