RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/709832 / JE RK 26-1325
Datum uitspraak: 24 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter
Afwijzing spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de gecertificeerde instelling met bijlagen, ontvangen op 24 juli 2026.
2. De feiten
Bij beschikking van 21 januari 2021 van de rechtbank Den Haag is het ouderlijk gezag van de vader, [de vader], en de moeder, [de moeder], over [minderjarige] beëindigd en is de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd.
[minderjarige] verblijft bij [zorginstelling].
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie weken. De gecertificeerde instelling verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
De gecertificeerde instelling verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.
4. De beoordeling
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet kan een spoedmachtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter verlening van deze jeugdhulp onmiddellijk noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren, of een ernstig vermoeden daarvan. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Ook dienen er geen minder ingrijpende mogelijkheden te zijn om de opgroei- en opvoedproblemen aan te pakken.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, derde lid, Jeugdwet behoeft het verzoek de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht, tenzij onderzoek feitelijk onmogelijk is. In laatstgenoemde geval is in ieder geval een (mondeling) instemmende verklaring van een gedragswetenschapper nodig die instemt met de gesloten machtiging op basis van het dossier. Ook een dergelijke verklaring ontbreekt. Daarmee wordt niet voldaan aan de wettelijke vereisten die in artikel 6.1.3 Jeugdwet worden gesteld aan het verlenen van een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp. De kinderrechter zal het spoedverzoek dan ook afwijzen.
5. De beslissing
De kinderrechter:
wijst af het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.