ECLI:NL:RBDHA:2026:23807

ECLI:NL:RBDHA:2026:23807

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-07-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer C/09/704398 / FA RK 26-4359
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Toevertrouwing, zorgregeling en uitsluitend gebruik woning niet in geschil. Voorlopige kinderalimentatie - woonbudget, draagkrachttekort. Afwijzen partneralimentatie.

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 30 april 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. T. Ertekin te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G. Alkilic te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben op 6 juli 2026 een gesprek gehad met de kinderrechter.

Op 10 juli 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door haar advocaat en een tolk, de man bijgestaan door zijn advocaat en een tolk, [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

o [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ;

o [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland] .

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat:

De man voert verweer tegen de verzoeken over de kinder- en partneralimentatie, welk verweer hierna – voor zover nodig – wordt besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.

Inhoudelijke beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toewijzen, omdat de man daar geen bezwaar tegen heeft.

Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen.

Toevertrouwing en voorlopige zorgregeling

Tussen partijen is niet in geschil dat de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd. Zij zijn het ook met elkaar eens dat de man iedere zaterdag van 12:00 uur tot 18:00 uur contact zal hebben met [minderjarige 2] . De rechtbank zal deze verzoeken daarom toewijzen.

Voorlopige kinder- en partneralimentatie

De vrouw verzoekt een voorlopige kinder- en partneralimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van de verzoeken stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Bij de vaststelling van de kinder- en partneralimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport alimentatienormen als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.

Ingangsdatum

Tijdens de zitting hebben partijen afgesproken dat de ingangsdatum 1 augustus 2026 zal zijn. Hierbij is ook afgesproken dat partijen onderling (met hulp van hun advocaten) gaan regelen dat de kinderbijslag en de toeslagen vanaf dat moment aan de vrouw toekomen en dat de vrouw vanaf 1 augustus 2026 de huur van de woning en haar eigen zorgverzekering en telefoonabonnement zal gaan betalen.

Kinderalimentatie

Behoefte

Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. Voor het bepalen van de behoefte moet het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun huwelijk worden bepaald. De rechtbank berekent het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) in periode 2026-I, omdat partijen in maart 2026 feitelijk uit elkaar zijn gegaan.

Tussen partijen is niet in geschil dat het NBI van de vrouw € 863,- per maand bedraagt, zodat de rechtbank dat zal volgen.

Partijen verschillen wel van mening met welk inkomen aan de zijde van de man rekening moet worden gehouden. De man heeft aangiften IB over de jaren 2023, 2024 en 2025 ingediend waaruit een winst uit onderneming blijkt van € 32.507,- in 2023, € 43.184,- in 2024 en € 41.675,- in 2025. De vrouw heeft tijdens de zitting gesteld dat dit inkomen niet overeenkomt met de levensstijl die partijen hadden tijdens het huwelijk. Volgens de vrouw heeft de man een hoger inkomen dan uit de stukken blijkt. De rechtbank overweegt dat deze enkele stelling – die door de man is betwist en verder door de vrouw niet is onderbouwd – onvoldoende is om uit te gaan van een hogere winst uit onderneming. De rechtbank zal het NBI van de man berekenen uitgaande van de concrete gegevens die door de man zijn ingediend. De rechtbank gaat hierbij uit van de gemiddelde winst uit onderneming over de jaren 2024 en 2025. Dat is gemiddeld € 42.430,- per jaar. Op basis van dat inkomen en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen zelfstandigenaftrek, MKB Winstvrijstelling en fiscale heffingskortingen, berekent de rechtbank het NBI van de man op € 3.013,- per maand.

Het NBGI van partijen bedraagt € 3.876,- per maand (€ 863,- + € 3.013,-). Op basis van dit NBGI hebben partijen recht op een kindgebonden budget van € 465,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Het NBGI inclusief kindgebonden budget bedraagt dan € 4.341,- per maand. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen, leidt het voorgaande tot een behoefte in 2026 van in totaal € 987,- per maand.

De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding deze behoefte tussen partijen moet worden verdeeld.

Draagkracht vrouw

Partijen zijn het erover eens dat de draagkracht van de vrouw € 50,- per maand bedraagt, zodat de rechtbank dat zal volgen. Hierbij is er rekening mee gehouden dat de vrouw het kindgebonden budget voor de kinderen ontvangt.

Draagkracht man

De rechtbank gaat voor het bepalen van de draagkracht van de man uit van een gemiddelde winst uit onderneming van € 42.430,- per jaar. Dit is de gemiddelde winst uit onderneming over de jaren 2024 en 2025 zoals blijkt uit de aangiften IB. De rechtbank ziet – zoals hiervoor overwogen – geen aanleiding om uit te gaan van een hogere winst uit onderneming.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen zelfstandigenaftrek, MKB Winstvrijstelling en fiscale heffingskortingen, berekent de rechtbank het NBI van de man op € 3.013,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

Tussen partijen is in geschil of voor de bepaling van de draagkracht van de man moet worden uitgegaan van het woonbudget. Zoals hierna bij de draagkrachtvergelijking blijkt, bestaat er een tekort aan gezamenlijke draagkracht om in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank zal daarom beoordelen of bij de man sprake is van een duurzaam aanmerkelijk lagere woonlast. De rechtbank merkt ten eerste op dat zij voorbij gaat aan het standpunt van de vrouw dat de man op dit moment kosteloos bij zijn nieuwe vriendin woont. De man heeft dit betwist, dus de rechtbank kan daar niet vanuit gaan. De rechtbank begrijpt verder dat de man op dit moment een opdracht uitvoert in Groningen waarbij de opdrachtgever tijdelijk verblijf voor hem heeft geregeld. De man heeft echter tot op heden de lasten voor de echtelijke woning betaald. De man is verder opzoek naar een woning, omdat de vrouw met de kinderen in de echtelijke woning zal blijven wonen. De man heeft op dit moment nog geen andere woning gevonden, maar heeft wel budget nodig om een woning voor zichzelf te kunnen vinden. De rechtbank is van oordeel dat hiermee geen sprake is van een duurzaam aanmerkelijk lagere woonlast. De rechtbank zal daarom het woonbudget hanteren.

De rechtbank gebruikt de volgende formule: 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.365,-)].

De draagkracht van de man bedraagt dan: € 521,- per maand.

Gezamenlijke draagkracht

De gezamenlijke draagkracht bedraagt € 571,- per maand (€ 50,- + € 521,-). Dit is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank komt daarom niet toe aan een draagkrachtvergelijking. Er is sprake van een tekort van € 416,- per maand.

Zorgkorting

De ouders hebben afgesproken dat [minderjarige 2] iedere zaterdag tijd zal doorbrengen met de man en dat [minderjarige 1] – gelet op haar leeftijd – zelf zal invullen wanneer zij contact heeft met de man. De rechtbank vindt het daarom passend om zowel voor [minderjarige 1] als [minderjarige 2] rekening te houden met een zorgkorting van 5%. De zorgkorting bedraagt dan afgerond € 50,- per maand (5% van € 987,-).

De zorgkorting voor de man vervalt echter, omdat er sprake is van een draagkrachttekort en dit tekort (van € 416,- per maand), ten minste twee keer zo groot is als de zorgkorting (van

€ 50,- per maand). De ouders moeten daarom maximaal, naar hun draagkracht, bijdragen in de behoefte van de kinderen.

Het aandeel dan de man in de kosten van de kinderen is dus gelijk aan zijn draagkracht van € 521,- per maand.

Conclusie

De rechtbank zal beslissen dat de man vanaf 1 augustus 2026 voorlopig een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de vrouw moet betalen van in totaal € 521,- per maand. Wat meer of anders is verzocht zal de rechtbank afwijzen.

Partneralimentatie

Omdat partijen onvoldoende draagkracht hebben om volledig in de behoefte van hun kinderen te voorzien, zal de rechtbank het verzoek tot vaststelling van een voorlopige partneralimentatie wegens gebrek aan draagkracht afwijzen.

Aanhechten berekening

De door de rechtbank gemaakte berekening is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] en beveelt dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de minderjarigen:

aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat [minderjarige 2] voorlopig bij de man is: iedere zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 1 augustus 2026, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van in totaal € 521,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. M. Verkerk als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 24 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Verkerk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand