RECHTBANK DEN HAAG
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/708516 / FA RK 26-6834
Datum beschikking: 24 juli 2026
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. J.B. Peters te Zoetermeer.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 juli 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 1 juli 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 29 juni 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 3 juli 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, [naam 2];
- de begeleidster, [naam 3].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Ter zitting heeft betrokkene naar voren gebracht dat hij zich niet op zijn gemak voelt bij [zorginstelling]. Hij geeft aan het nut van de medicatie niet in te zien, omdat deze er volgens hem alleen voor zorgt dat hij minder goed functioneert. Daarnaast stelt hij dat zijn situatie sinds de opname niet is verbeterd. Verder heeft betrokkene verteld dat van hem wordt verwacht dat hij een detoxtraject volgt, maar dat hij daartoe niet bereid is. Hij vraagt zich bovendien af waarom hij, indien het doel van de opname detoxificatie is, bij [zorginstelling] verblijft. Ook merkt betrokkene op dat de muren hier niet meer bewegen. Hij geeft aan graag terug te willen keren naar [woonvoorziening]. Volgens betrokkene heeft hij de afgelopen tien jaar antipsychotica gebruikt, terwijl hij zelf van mening is dat hij niet psychotisch is.
De advocaat heeft verzocht het verzoek af te wijzen. Daartoe is aangevoerd dat betrokkene duidelijk heeft gemaakt dat hij het verblijf bij [zorginstelling] als onprettig ervaart en dat onvoldoende duidelijk is wat het doel van de opname is. Indien het doel van de opname is dat betrokkene medicatie toegediend krijgt, heeft betrokkene verklaard dat hij bereid is de medicatie in te nemen wanneer dat van hem wordt verlangd. Volgens de advocaat ontbreekt de doelmatigheid van de zorgmachtiging, nu er sprake is van een minder ingrijpend alternatief. Dat alternatief bestaat eruit dat betrokkene zijn medicatie ontvangt via het wijkteam, waarbij in onderling overleg kan worden bepaald welk medicijn het meest passend is.
Wat betreft de verplichte vormen van zorg, heeft de advocaat verweer gevoerd tegen ‘beperking van bewegingsvrijheid’ en ‘opname’, omdat betrokkene zo snel mogelijk weer naar [woonvoorziening] wil.
De arts heeft ter zitting verklaard dat betrokkene is opgenomen met als doel detoxificatie en stabilisatie. Betrokkene heeft de wens geuit om te verhuizen naar een appartement. Volgens de arts is daarvoor van belang dat hij clean is. Betrokkene heeft echter aangegeven geen wens te hebben om clean te zijn, waardoor de vraag rijst hoe reëel dit toekomstperspectief dan is. In [woonvoorziening] ging hij verder achteruit. Betrokkene gebruikt amfetamine omdat hij veel last heeft van de bijwerkingen van de antipsychotische medicatie.
Volgens de arts is het tot op heden niet gelukt om over te stappen op een ander antipsychoticum. Betrokkene weigert de medicatie en heeft reeds meerdere depots met verschillende antipsychotica geweigerd. Daarnaast is hij aangewezen op medicatie voor zijn somatische aandoeningen, waaronder bloedverdunners. Betrokkene heeft een herseninfarct gehad. Ook deze weigerde hij. Zonder zorgmachtiging bestaat de zorg dat betrokkene ook deze noodzakelijke medicatie niet zal innemen.
De arts heeft verder verklaard dat momenteel sprake is van een vicieuze cirkel, waarbij het middelengebruik de psychotische klachten versterkt. Op dit moment is er minder sprake van angstklachten. Volgens de arts kan dit samenhangen met de antipsychotische medicatie die betrokkene ontvangt, maar mogelijk ook met het feit dat het huidige gebouw nieuwer is dan de locatie van [woonvoorziening]. Betrokkene heeft namelijk de angst dat gebouwen zullen instorten.
Tot slot heeft de arts verklaard dat de opname op termijn zal worden beëindigd en dat de behandeling vervolgens ambulant zal worden voortgezet. Daarbij zal samen met het ambulante behandelteam worden bezien welke verdere behandeling passend is. De arts acht dit mogelijk, omdat betrokkene inmiddels weer heeft aangegeven te willen terugkeren naar [woonvoorziening], terwijl hij daar eerder niet toe bereid was (vanwege de angst voor instortingsgevaar).
Beoordeling
Op 15 juni 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 6 juli 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten psychotische decompensatie bij een man met schizofrenie, een autismespectrumstoornis, ADHD en een stoornis in het gebruik van amfetamine en cannabis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene vertoont paranoïde wanen waarbij hij ervan overtuigd is dat gebouwen op instorten staan. Als gevolg hiervan heeft hij meerdere dagen op straat gezworven en wil hij ook de huidige behandelsetting verlaten en op straat gaan zwerven. Hij wil niet terug naar [woonvoorziening] omdat hij vanuit de psychose er van overtuigd is dat hij daar niet veilig is door instortingsgevaar. Ook slaapt hij slecht omdat hij bang is dat het gebouw kan instorten. Het algehele functioneren en het psychiatrisch beeld is de afgelopen periode verslechterd. Een onbehandelde psychose kan leiden tot ernstige cognitieve schade.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Het is van belang dat betrokkene zijn voorgeschreven medicatie neemt. Hij wil liever geen medicatie maar als het verplicht is, dan zal hij het innemen. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 januari 2027.