ECLI:NL:RBDHA:2026:23888

ECLI:NL:RBDHA:2026:23888

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-08-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer NL26.17357 en NL26.17358
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Asiel Turkije - eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij te vrezen heeft voor vervolging van de hand van de autoriteiten vanwege het (gesteld) behoren tot de entourage van een 'maffiabaas' - beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser], eiser/verzoeker (hierna: eiser)

v-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Amakodo).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.

Eiser heeft op 12 maart 2026 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 28 maart 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 4 augustus 2026 op zitting behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1996 en heeft de Turkse nationaliteit. Hij heeft aan zijn asielaanvraag ter grondslag gelegd dat hij bang is opgepakt te worden door de Turkse autoriteiten vanwege het behoren tot de entourage van [naam] (in het dossier geduid als een “maffiabaas”). Eiser heeft verklaard dat hij in 2019 in Turkije werkte als beveiliger van het broertje van [naam] en daarna in [land] twee jaar lang activiteiten verrichte waaronder het welkom heten van gasten en het chauffeuren en beveiligen van [naam]. Eiser staat op foto's met [naam] en heeft verweerder een video getoond waarop hij met [naam] te zien zou zijn.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens verweerder uit twee asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Problemen vanwege de betrokkenheid bij de groepering van [naam].

Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder vindt het niet geloofwaardig dat eiser zich heeft aangesloten bij de groepering van [naam] en problemen heeft vanwege de betrokkenheid bij [naam]. Verweerder heeft daarbij betrokken dat eiser geen stukken heeft overgelegd ter onderbouwing van de gestelde problemen en de door hem gevreesde (strafrechtelijke) vervolging door de Turkse autoriteiten. Verweerder heeft zich ook op het standpunt gesteld dat eiser summier en oppervlakkig heeft verklaard over zijn beweegredenen om zich aan te sluiten bij [naam]. Ook heeft eiser vaag verklaard over de negatieve aandacht die de Turkse autoriteiten zouden hebben vanwege zijn betrokkenheid bij [naam], nu hij geen concrete aanleidingen naar voren heeft gebracht waaruit dergelijke aandacht zou blijken. Verweerder vindt verder dat uit de overgelegde foto’s en video niet blijkt dat hij directe banden heeft met de groepering van [naam]. Ten slotte heeft verweerder bij de beoordeling van het asielmotief betrokken dat eiser pas na twee jaar verblijf in Nederland asiel heeft aangevraagd nadat hij door de politie is staandegehouden en dat eiser zich zowel in Nederland als in België aan het toezicht heeft onttrokken.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag en voert aan dat verweerder ten onrechte niet geloofwaardig vindt dat eiser onderdeel is van de groep van [naam] en daardoor in de problemen zal komen met de Turkse autoriteiten. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat uit de foto’s en video waar eiser te zien is met [naam], niet zou blijken dat hij tot de entourage van [naam] behoort. Verder kan niet van eiser verwacht worden dat hij – om bewijs te verkrijgen van strafrechtelijke vervolging – in contact treedt met de Turkse autoriteiten omdat hij voor hen vreest. Ook voert eiser aan dat hij wél voldoende gedetailleerd heeft verklaard over zijn beweegredenen om zich aan te sluiten bij [naam] en dat het duidelijk uit algemene informatie blijkt dat er strafrechtelijk onderzoek naar en arrestaties van leden van die beweging plaatsvinden in Turkije. Eiser is in [land] opgepakt met [naam] en zijn entourage, wat gebeurde in opdracht van de Turkse autoriteiten. Hij staat daardoor in de negatieve aandacht van de autoriteiten. Ten slotte voert eiser aan dat verweerder ten onrechte tegenwerpt dat eiser eerder op andere manieren heeft geprobeerd zijn verblijf in Nederland te legaliseren, nu dat niet afdoet aan zijn vrees.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank geeft eiser geen gelijk en zal dit oordeel hieronder uitleggen.

In het arrest Ebilum van 4 juni 2026 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie overwogen dat de enigszins terughoudende toets – zoals de Nederlandse rechter die voorheen verrichte bij de toetsing van de geloofwaardigheidsbeoordeling in asielzaken – niet verenigbaar is met het Europese recht. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat de asielrechter een volledig onderzoek moet verrichten naar de relevante feitelijke elementen. In lijn met deze rechtspraak toetst de rechtbank het besluit daarom nu in zijn geheel vol en zal de rechtbank niet langer beoordelen of verweerder zich ‘niet ten onrechte’ op een bepaald standpunt heeft gesteld.

Behoort eiser tot de entourage van [naam] en heeft hij daardoor te vrezen van de Turkse autoriteiten?

6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te vrezen heeft voor de Turkse autoriteiten vanwege het behoren tot de entourage van [naam]. Wat er ook zij van de vraag of eiser aannemelijk heeft gemaakt te behoren tot deze entourage, heeft verweerder terecht geconcludeerd dat er geen enkele aanwijzing is dat eiser op de radar staat van de Turkse autoriteiten vanwege de (al dan niet gestelde) associatie met [naam]. Eiser heeft in zijn gehoor verklaard dat hij niet weet of er een strafzaak, aanklacht of onderzoek loopt tegen hem in Turkije. Dat de Turkse autoriteiten (achter de schermen) bij de gestelde arrestatie in [land] waren betrokken en eiser daarmee op hun radar zou staan, heeft hij niet onderbouwd. Ook dat de in Turkije woonachtige leden van [naam]’s beweging zijn opgepakt, heeft eiser niet onderbouwd. De rechtbank betrekt bij haar oordeel verder dat eiser informatie had kunnen achterhalen over het bestaan van een eventuele strafzaak, aanklacht of onderzoek zonder dat hij daarbij in contact had hoeven treden met de Turkse autoriteiten. Eiser had bijvoorbeeld de online systemen van de Turkse overheid kunnen proberen te raadplegen of via een gemachtigde in Turkije dergelijke informatie kunnen achterhalen. Zijn toelichting waarom hij dat niet heeft geprobeerd, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond.

8. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand