ECLI:NL:RBDHA:2026:23904

ECLI:NL:RBDHA:2026:23904

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-08-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer 09-123268-26 en 09-230869-25 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling voor diefstal van twee fietsen door middel van verbreking. Voorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren met een proeftijd van 3 jaren. Officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/123268-26 en 09/230869-25 (tul)

Datum uitspraak: 24 augustus 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats 1] , locatie [locatie] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 10 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. D. de Vrught, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. A.M.V. Bandhoe, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 april 2026 te Gouda twee, althans een of meer, fiets(en),in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] en/of een of meer nog onbekend gebleven perso(o)n(en), in elk geval aan een ander, toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat/die weg te nemen fiets(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking door met een slijptol een/de slot(en) van die fiets(en) te verbreken.

3. De bewijsbeslissing

Opgave van bewijsmiddelen

De rechtbank zal met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft het bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit. De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026145567, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 100) en het aanvullend proces-verbaal (doorgenummerd pagina 1 t/m 15).

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van

10 augustus 2026;

2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 april 2026 (p. 9-22);

3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 26 april 2026 (p. 53-62);

4. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt op 27 april 2026 (p. 6-7 van het aanvullend proces-verbaal);

5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 2 mei 2026 (p. 8-15 van het aanvullend proces-verbaal).

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot het ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij op 25 april 2026 te Gouda twee fietsen, die aan [aangever] en een onbekend gebleven persoon, toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen fietsen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking door met een slijptol de sloten van die fietsen te verbreken.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De oplegging van de maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte wordt opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen ofwel een voorwaardelijke ISD-maatregel met een proeftijd voor de duur van drie jaren.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden maatregel is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van twee fietsen, door met een slijptol de kettingsloten van die fietsen door te slijpen. Fietsendiefstal is een heel hinderlijk feit, dat veel overlast en schade veroorzaakt voor de benadeelden.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 5 augustus 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte veelvuldig voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het over de verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 21 juli 2026. Ter terechtzitting is de reclasseringsmedewerker die het advies heeft opgesteld als getuige-deskundige gehoord.

Uit het reclasseringsadvies volgt dat sprake is van een actief patroon op het gebied van vermogensdelicten. De verdachte staat bekend als stelselmatige dader en komt in aanmerking voor oplegging van de ISD-maatregel. De verdachte heeft sinds zijn verblijf in Nederland geen aanvaardbaar maatschappelijk bestaan weten op te bouwen en zijn verblijfsrecht is inmiddels definitief ingetrokken. De verdachte ervaart problemen op het gebied van huisvesting, dagbesteding, financiën, sociaal netwerk, middelengebruik, psychosociaal functioneren en houding. Hiervan worden dagbesteding, financiën en houding gezien als delictgerelateerde factoren. Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als hoog, evenals het risico op onttrekking aan voorwaarden. Eerdere detentie en een lopende proeftijd met bijzondere voorwaarden hebben niet geleid tot duurzame gedragsverandering. Het ontbreken van intrinsieke motivatie om zijn delictgedrag te beëindigen in combinatie met zijn sociaaleconomische kwetsbaarheid, vergroot de kans op herhaling. De verdachte heeft zich gedurende de lopende proeftijd slechts tweemaal, eenmaal te vroeg en eenmaal onaangekondigd, bij de reclassering gemeld en is nadien niet meer traceerbaar geweest. De reclassering ziet dan ook geen mogelijkheden om de verdachte te begeleiden in het kader van toezicht met bijzondere voorwaarden. Ondanks dat een voorwaardelijke straf of maatregel met bijzondere voorwaarden niet haalbaar is, vindt de reclassering het lastig een advies over een ISD-maatregel te geven in verband met mogelijk andere, maar voor de reclassering onzekere opties, om de risico’s in Nederland in te perken. Zo heeft de verdachte zelf aangegeven dat hij wil terugkeren naar Polen en ook dat hij zijn reis kan betalen. De betrouwbaarheid van deze intentie kan door de reclassering echter niet worden getoetst. Ook zou de verdachte in vreemdelingenbewaring kunnen worden geplaatst en kunnen worden uitgezet, maar onzeker is of dit ook daadwerkelijk wordt ingezet.

Op de terechtzitting heeft de getuige-deskundige desgevraagd verklaard dat vanwege deze omstandigheden geen onvoorwaardelijke ISD-maatregel is geadviseerd, ook al voldoet de verdachte wel aan de voorwaarden daarvoor. Gezien de huidige delictpleging door de verdachte gaat de door de verdachte gewenste terugkeer naar zijn land van herkomst boven de oplegging van een ISD-maatregel in Nederland.

‘Harde’ vereisten ISD-maatregel

De rechtbank stelt vast dat de verdachte voldoet aan de zogenoemde ‘harde’ ISD-voorwaarden van artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht voor het opleggen van de ISD-maatregel.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal door middel van verbreking. Dit is een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

Uit het strafblad van de verdachte van 5 augustus 2026 blijkt dat de verdachte in de vijf jaren voordat hij dit feit pleegde ten minste drie keer voor een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf. Het feit waarvoor de verdachte nu wordt veroordeeld, heeft hij gepleegd nadat deze straffen ten uitvoer zijn gelegd.

De verdachte voldoet naast deze wettelijke vereisten ook aan de definitie van een zeer actieve veelpleger uit de Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers, nu over een periode van vijf jaren processen-verbaal voor meer dan tien misdrijffeiten tegen hem zijn opgemaakt, waarvan ten minste één misdrijf in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijffeit.

‘Zachte’ vereisten ISD-maatregel

Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of ook aan de zachte criteria is voldaan. Dat wil zeggen dat de rechtbank beoordeelt of alle reële, minder ingrijpende alternatieven voor hulpverlening en het voorkomen van recidive zijn uitgeput en dus het uiterste middel van de ISD-maatregel overblijft.

De rechtbank stelt op basis van het reclasseringsadvies over de verdachte, zijn strafblad en het onderzoek ter terechtzitting vast dat de verdachte meerdere kansen heeft gekregen zijn gedrag te veranderen, zonder dat dit tot de gewenste gedragsverandering heeft geleid. Eerder toezicht heeft de verdachte niet kunnen bewegen een bestaan zonder het plegen van strafbare feiten op te bouwen. Daarbij speelt het ontbreken van intrinsieke motivatie om delictgedrag te beëindigen en de instabiele en kwetsbare leefsituatie van de verdachte een grote rol.

Voorwaardelijke ISD-maatregel

Omdat de verdachte steeds weer overlast en schade veroorzaakt, gaat nu het belang van de samenleving voor. Daarom is het voor de veiligheid van personen en/of goederen nodig om de ISD-maatregel op te leggen.

De verdachte heeft ook ter terechtzitting aangegeven dat hij graag terug wil naar Polen omdat hij in Nederland geen toekomst meer voor zich ziet. Voor eventuele hulp voor zijn problematiek ziet hij meer kans in Polen. Namens de verdachte is aan de rechtbank overgelegd een busticket van Den Haag naar [plaats 2] in Polen op 25 augustus 2026 (één dag na onderhavige uitspraak).

Ook is een kopie van een beschikking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 1 juli 2026 overgelegd, waaruit blijkt dat het bezwaar tegen de beëindiging van zijn rechtmatig verblijf op grond van het Unierecht ongegrond is verklaard en dat als hij Nederland niet zelf verlaat, hij kan worden uitgezet. Volgens mededeling van de raadsman van de verdachte zou tegen deze beschikking geen beroep zijn ingesteld, waarmee de beëindiging van zijn rechtmatig verblijf onherroepelijk is.

Gelet op de, enigszins onderbouwde, mededelingen van de verdachte dat hij terug zal keren naar Polen en de omstandigheid dat hij in Nederland ook niet is gemotiveerd voor hulp en begeleiding, zal de rechtbank bepalen dat de ISD-maatregel voorwaardelijk aan de verdachte wordt opgelegd, en dus niet ten uitvoer wordt gelegd als de verdachte zich houdt aan de algemene voorwaarden zoals die in de beslissing hieronder zijn opgenomen. De rechtbank ziet, gelet op de houding van de verdachte en de inhoud van het reclasseringsadvies, geen aanleiding daarnaast bijzondere voorwaarden op te leggen. Het is aan de verdachte om te laten zien dat hij conform zijn toezegging ter terechtzitting en in overeenstemming met zijn vertrekplicht terugkeert naar Polen. Als hij dat niet doet en in Nederland vervalt in delictgedrag, ligt het voor de hand dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel nodig zal zijn om de maatschappij tegen het overlastgevende handelen van de verdachte te beschermen. Om die reden zal de rechtbank de voorwaardelijke ISD-maatregel opleggen voor de maximale duur van twee jaren en de tijd die de verdachte vóór tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten niet aftrekken van de duur van die maatregel. Daarnaast zal de rechtbank om dezelfde redenen bepalen dat de algemene voorwaarden die aan de voorwaardelijke ISD-maatregel worden verbonden, gelden gedurende een proeftijd van drie jaren.

7. De vordering tot tenuitvoerlegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij vordering van 3 juli 2026 gevorderd dat de bij parketnummer 09/230869-25 door de politierechter van de rechtbank Den Haag op

17 september 2025 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van tien dagen, ten uitvoer wordt gelegd wegens het niet naleven van de algemene voorwaarden. Ter terechtzitting is de vordering aangepast in die zin dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging, nu de vordering tot tenuitvoerlegging reeds op 25 juni 2026 door de politierechter is toegewezen en de voorwaardelijk opgelegde straf ten uitvoer is gelegd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij parketnummer 09/230869-25 door de politierechter van de rechtbank Den Haag op 17 september 2025 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van tien dagen. Blijkens het strafblad van de verdachte en de mededeling van de officier van justitie op de terechtzitting is de vordering reeds toegewezen en de voorwaardelijk opgelegde straf ten uitvoer gelegd.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen:

- 38m, 38n, 38p, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.2 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

legt de verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (TWEE) JAREN;

bepaalt dat die maatregel niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde

- zich voor het einde van de hierbij op 3 (drie) jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d.

17 september 2025, gewezen onder parketnummer 09/230869-25.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Rootring, voorzitter,

mr. G. Kuijper, rechter,

mr. N. Hengeveld, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. L.A. Haas, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Rootring
  • mr. G. Kuijper
  • mr. N. Hengeveld

Griffier

  • mr. L.A. Haas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand