ECLI:NL:RBDHA:2026:23955

ECLI:NL:RBDHA:2026:23955

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer NL26.38162
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en voorziening getroffen dat visum moet worden afgegeven op basis waarvan verzoekster kan worden toegelaten tot Nederland. Sterke twijfels over rechtmatigheid besluit, omdat standpunt dat niet is voldaan aan voorwaarde dat sprake is van Nederlands kind door schijnerkenning niet in stand kan stand blijven. Begin van aannemelijkheid dat afhankelijkheidsrelatie er is. Belang van verzoekster en kind wegen zwaarder.

Uitspraak

[eiseres] , eiseres

(gemachtigde: mr. I.M. Hagg),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. V.J.C.M. Tielemans).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag.

Verzoekster is geboren op [geboortedatum 1] 2000 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Zij heeft op 15 november 2024 een aanvraag ingediend voor een faciliterend visum op grond van artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), zodat zij kan zorgen voor haar dochter [minderjarige] . Zij is geboren op [geboortedatum 2] 2020.

Met het primaire besluit van 14 januari 2025 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen.

Met het bestreden besluit van 13 mei 2026 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing kennelijk ongegrond verklaard. Volgens verweerder wordt niet voldaan aan de voorwaarde dat de vreemdeling ouder is van een Nederlands minderjarig kind. Verweerder heeft namelijk gerede twijfel over de registratie in de BRP dat [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit heeft. Verweerder heeft daarvan mededeling gedaan aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Volgens verweerder wordt ook niet voldaan aan de voorwaarde dat sprake moet zijn van een afhankelijkheidsverhouding, waardoor [minderjarige] gedwongen is om het grondgebied van de Europese Unie te verlaten.

Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat verweerder overgaat tot afgifte van een visum op basis waarvan verzoekster kan worden toegelaten tot Nederland.

Volgens verzoekster heeft het beroep meer dan een redelijke kans van slagen. Ze wijst op de zorgen over [minderjarige] : zij huilt dagelijks en vraagt om haar moeder. De situatie is dusdanig ernstig dat er ook een kinderarts is ingeschakeld. Daarom is volgens verzoekster sprake van spoedeisendheid en is het van groot belang dat verzoekster naar Nederland komt, zodat kan worden voorkomen dat het nog slechter gaat met het dochtertje.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van verzoekster, [persoon] (de moeder van verzoekster en de oma van [minderjarige] ) en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Spoedeisend belang

3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Uit de brieven van de school die zijn overgelegd blijkt dat er oprechte zorgen zijn over de ontwikkeling van [minderjarige] , omdat zij op school dagelijks huilt en om haar moeder vraagt. De situatie is zodanig ernstig dat er ook een kinderarts is ingeschakeld. Dit maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat sprake is van een spoedeisend belang.

Sterke twijfels rechtmatigheid

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn er verder sterke twijfels aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De voorzieningenrechter overweegt daartoe als volgt.

Volgens verweerder wordt niet voldaan aan voorwaarde b, namelijk dat sprake is van een Nederlands minderjarig kind. Verweerder heeft twijfels over de juistheid van de registratie van de Nederlandse nationaliteit van [minderjarige] , omdat volgens verweerder sprake is van een schijnerkenning. Verweerder heeft daarom op 6 mei 2026 een terugmelding gedaan aan de gemeente Rotterdam en acht zich niet meer gehouden aan het gegeven uit de BRP dat [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit heeft.

De voorzieningenrechter overweegt hiertoe als volgt. De voorzieningenrechter snapt allereerst dat er bij verweerder twijfels zijn over de situatie van verzoekster. Het doen van een terugmelding is echter niet de aangewezen procedure om niet meer uit te gaan van de Nederlandse nationaliteit. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft over dit onderwerp op 12 augustus 2026 een uitspraak gedaan. In die uitspraak heeft de rechtbank kortgezegd geoordeeld dat, pas als de civiele rechter de erkenning op verzoek van het Openbaar Ministerie heeft vernietigd, verweerder kan onderzoeken of het kind daardoor het Nederlanderschap is verloren, als bedoeld in artikel 14, zesde lid van de RWN. Zolang dat niet gebeurd is, dient verweerder uit te gaan van de Nederlandse nationaliteit van het kind zoals geregistreerd in de BRP. Dat het wettelijk zo in elkaar zit, is om de vaststelling van een schijnerkenning met voldoende waarborgen, zoals bewijsvoering en het beginsel van hoor en wederhoor, te omkleden en om de burger voldoende bescherming te bieden. Voor de huidige zaak betekent dit dat, zolang de aangewezen weg door verweerder niet is gevolgd, verweerder dient uit te gaan van de Nederlandse nationaliteit van [minderjarige] , zoals geregistreerd is in de BRP. Het standpunt van verweerder dat niet is voldaan aan de voorwaarde dat sprake is van een Nederlands minderjarig kind, kan daarom vooralsnog niet in stand blijven. Het beroep kan daarom geen redelijke kans van slagen ontzegd worden.

Volgens verweerder wordt verder niet voldaan aan voorwaarde c, namelijk dat sprake is van een afhankelijkheidsrelatie. Verweerder stelt zich op het standpunt dat verzoekster de afhankelijkheidsrelatie onvoldoende heeft aangetoond, nu zij bij de visumaanvraag geen toelichting en/of bewijsstukken heeft overgelegd voor wat betreft de afhankelijkheid.

De voorzieningenrechter overweegt hiertoe als volgt. Allereerst is de vraag of de afhankelijkheidsrelatie is aangetoond een te strenge toets. Het gaat namelijk om de vraag of de afhankelijkheidsrelatie aannemelijk is gemaakt. Dat is een lichtere toets. Tussen partijen is verder niet in geschil dat verzoekster de biologische moeder van [minderjarige] is en dat zij in Suriname samen hebben gewoond en geleefd tot het moment dat [minderjarige] naar Nederland is gegaan toen zij vier jaar oud was. Dat is ook op de zitting bevestigd. Verder volgt uit de brieven van haar moeder en haar oma dat [minderjarige] haar moeder heel erg mist en dat dit invloed heeft op haar gedrag en stemming op school. Zo is [minderjarige] bijvoorbeeld weer begonnen met bedplassen. Ook de school heeft in meerdere brieven grote zorgen geuit over [minderjarige] vanwege het gemis van haar moeder en herhaaldelijk aangedrongen op hereniging met haar moeder. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter maken deze feiten dat er op zijn minst een begin van aannemelijkheid is dat de afhankelijkheidsrelatie er wel is. Ook dit maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat het beroep geen redelijke kans van slagen ontzegd kan worden.

Belangenafweging

De voorzieningenrechter kijkt vervolgens naar de belangen van beide partijen. Het belang van verweerder is dat misbruik wordt tegengegaan en dat schijnerkenningen niet mogen worden beloond. Het belang van verzoekster en [minderjarige] is dat zij zich kunnen verenigen met elkaar, zodat verzoekster in Nederland voor [minderjarige] kan zorgen. Zo kan worden voorkomen dat het nog slechter gaat met [minderjarige] .

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kunnen de belangen van verzoekster en [minderjarige] als zwaarwegend spoedeisend worden aangemerkt en dienen zij dan ook zwaarder te wegen dan de belangen van verweerder. Nu er vooralsnog van uit moet worden gegaan dat [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit heeft, heeft zij op grond van het Chavez-arrest rechten die beschermd moeten worden, namelijk het recht om verzorgd te worden door haar biologische moeder. Daarbij zijn er grote zorgen over het welzijn van [minderjarige] wegens het gemis van haar moeder. Dat maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat hun belangen zodanig zwaar moeten wegen, dat de voorlopige voorziening moet worden toegewezen.

Conclusie en gevolgen

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat verweerder moet overgaan tot afgifte van een visum op basis waarvan verzoekster kan worden toegelaten tot Nederland.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat verweerder het griffierecht moet vergoeden en dat verzoekster ook een vergoeding krijgt van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.G.A. Karregat, griffier.

De proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.G.A. Karregat

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand