ECLI:NL:RBDHA:2026:24061

ECLI:NL:RBDHA:2026:24061

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-07-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer C/09/707257 / KG ZA 26-663
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding; Vordering tot medewerking aan de benoeming van een bindend adviseur op grond van een eerder tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst wordt toegewezen, omdat de overeenkomst niet is uitgewerkt. Gedaagde kan zijn verweren in de geschilprocedure aan de orde stellen.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel - voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/09/707257 / KG ZA 26-663

Vonnis in kort geding van 30 juli 2026

in de zaak van

[eiseres] te [woonplaats 1] ,

eiseres,

hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. D. Poot,

tegen

[gedaagde] te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon, bijgestaan door mr. J.A.M. Reuser.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de niet-betekende dagvaarding, met producties;

- de vrijwillige verschijning van [gedaagde] ;

- de 1e en 2e akte houdende overlegging producties van [gedaagde] , met producties.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. De gemachtigde van [gedaagde] heeft ter zitting het woord gevoerd aan de hand van pleitnotities. Deze pleitnotities maken deel uit van het dossier. Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2. De feiten

Tussen partijen heeft een maatschap bestaan genaamd [de maatschap] (hierna: de maatschap), die een fysiotherapiepraktijk dreef. De maatschap eindigde per 31 december 2014 door de uittreding van [eiseres] en de verkoop en levering door [eiseres] van haar aandeel in de maatschap aan [gedaagde] .

Op 13 december 2014 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin zij afspraken hebben gemaakt over de beëindiging van de maatschap. Onderdeel van deze overeenkomst is dat partijen zijn overeengekomen een arbiter te laten benoemen door de NBA (de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants) die over de aan [eiseres] toekomende uitkoopsom moet beslissen.

De arbitrage is vervolgens gestart met een door de NBA benoemde arbiter. In deze procedure hebben partijen vele stukken uitgewisseld en over en weer becommentarieerd. Er is uiteindelijk geen einduitspraak gedaan.

In maart 2018 hebben partijen een nadere vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin zij nadere afspraken hebben gemaakt over de procedure. Onderdeel van deze afspraken is dat partijen het erover eens waren dat de berekening van de ondernemingsbeloning over 2014 op basis van de eerder door de arbiter genoemde uitgangspunten uitkomt op € 99.200 en niet op € 76.800.

Partijen hebben op onderdelen een schikking bereikt. In een e-mailwisseling van 23 juni 2023 zijn partijen overeengekomen om de arbiter te verzoeken enkel nog te beslissen over de verdeling van de goodwill. Ondanks meerdere dringende verzoeken van partijen om uitspraak te doen over de goodwill per 31 december 2014, heeft de arbiter daaraan zonder opgaaf van redenen geen gehoor gegeven.

Per e-mail van 22 september 2023 hebben partijen de overeenkomst met de arbiter ontbonden.

Per e-mail van 9 december 2024 heeft mr. Poot de NBA verzocht om voor de bepaling van de goodwill een nieuwe slagvaardige arbiter te benoemen die op basis van het dossier (en eventueel één mondelinge behandeling) de knoop over de goodwill kan doorhakken.

Per e-mail van 3 april 2025 heeft de NBA aan partijen meegedeeld dat zij alleen een accountant als bindend adviseur of deskundige kan voordragen en dat dit alleen mogelijk is indien alle partijen hiermee vooraf instemmen, waarna partijen de accountant vervolgens zelf benoemen.

3. Het geschil

[eiseres] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:

[gedaagde] te veroordelen om binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis de NBA

schriftelijk en onvoorwaardelijk mee te delen dat alsnog en samen met [eiseres] medewerking wordt verleend aan de benoeming door de NBA van een bindend adviseur conform de e-mail van de NBA van 3 april 2025, dan wel een nadere door de NBA te formuleren procedure en voorts [gedaagde] te veroordelen om medewerking te verlenen aan de door de te benoemen bindend adviseur voorgestelde procedure, dit op een zodanige wijze dat de bindend adviseur zal kunnen komen tot een uitspraak over de goodwill in de maatschap [de maatschap] per 31 december 2014, zulks op straffe van een dwangsom, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen passende voorlopige voorziening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

[eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag.

[eiseres] heeft recht op en belang bij afwikkeling van de maatschap conform de vaststellingsovereenkomst, de nadere vaststellingsovereenkomst en de afspraken in de e-mails van 23 juni 2023. Hiertoe dient de goodwill per eind 2014 te worden vastgesteld door een arbiter. Dit is door de ontbinding van de overeenkomst met de arbiter onveranderd gebleven. In de e-mail van 3 april 2025 heeft de NBA laten weten dat zij enkel bereid is een bindend adviseur voor te dragen. Aangezien [gedaagde] hieraan geen medewerking verleent en hij ook niet is ingegaan op het schikkingsvoorstel van [eiseres] , heeft [eiseres] bij haar vordering een spoedeisend belang.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] medewerking moet verlenen aan de benoeming van een door de NBA voorgedragen bindend adviseur.

Als meest verstrekkend verweer heeft [gedaagde] aangevoerd dat de vordering van [eiseres] spoedeisend belang mist. Hij heeft daarbij gewezen op de lange duur van de procedure en op stilzitten van [eiseres] . Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] ondanks het tijdsverloop bij haar vordering wel voldoende spoedeisend belang. Het is in het belang van beide partijen dat de maatschap definitief wordt afgewikkeld. Indien het voldoende aannemelijk is dat [gedaagde] verplicht is om mee te werken aan de benoeming van een bindend adviseur, is het bovendien niet aanvaardbaar indien beide partijen desondanks worden verplicht tot het voeren van een (kostbare) bodemprocedure.

Op grond van de tussen partijen gesloten in 2014 gesloten vaststellingsovereenkomst is het uitgangspunt dat de aan [eiseres] toekomende uitkoopsom moet worden beslist door een door NBA te benoemen arbiter. Partijen zijn verplicht om hieraan hun medewerking te verlenen, met dien verstande dat het geschil is beperkt tot de aan [eiseres] toekomende goodwill. De medewerkingsplicht is niet uitgewerkt door het tijdsverloop of de ontbinding van de overeenkomst met de arbiter. Zolang partijen niet samen tot andere afspraken komen, kunnen zij over en weer nakoming verlangen. Aangezien partijen er niet in zijn geslaagd een regeling te bereiken over de aan [eiseres] toekomende goodwill, moet er in beginsel opnieuw een arbiter worden benoemd. In de e-mail van 3 april 2025 heeft de NBA evenwel meegedeeld dat zij geen arbiters benoemt, maar dat zij enkel een bindend adviseur (en geen arbiter) kan ‘voordragen’ (niet: ‘benoemen’) en dat het vervolgens aan partijen is om de betreffende bindend adviseur te benoemen. Benoeming van een arbiter door de NBA zoals partijen in de vaststellingsovereenkomst van december 2014 zijn overeengekomen is daarmee niet-uitvoerbaar. De voorzieningenrechter begrijpt dat [eiseres] in verband hiermee in plaats van medewerking aan de benoeming van een arbiter medewerking aan de voordracht en benoeming van een bindend adviseur vordert. Omdat [gedaagde] op dit punt geen verweer heeft gevoerd en zich kennelijk bij dit alternatief (bindend advies) neerlegt, komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat [gedaagde] zich ermee verzoent de vaststellingsovereenkomst uit december 2014 aldus op te vatten. Dit betekent dat hij in beginsel verplicht is om mee te werken aan de voordracht van een bindend adviseur door de NBA en om vervolgens om mee te werken aan de benoeming van de betreffende bindend adviseur en aan de door de te benoemen bindend adviseur voorgestelde procedure.

Het verweer van [gedaagde] dat er (naar de voorzieningenrechter begrijpt: bij nader inzien) geen goodwill is, dat de procedure kostbaar is, dat de opgetreden vertraging te wijten was aan (de voormalige adviseurs van) [eiseres] en dat de arbitrage zoveel tijd in beslag heeft genomen, doet niet af aan de contractuele verplichting uit de vaststellingsovereenkomst uit 2014 om mee te werken aan geschilbeslechting. De verweren over de (volgens [gedaagde] ultimo 2014 niet bestaande) goodwill en de kosten van de procedure zal [gedaagde] in de geschilprocedure aan de orde kunnen stellen.

De slotsom is dat [gedaagde] verplicht is om medewerking te verlenen aan de voordracht en benoeming van een bindend adviseur, zoals beschreven in de e-mail van 3 april 2025 van de NBA en vervolgens aan de door de bindend adviseur voorgestelde procedure. De voorzieningenrechter gaat er hierbij vanuit dat partijen in hun beider belang, conform het voorstel van [eiseres] , hun voorkeur uitspreken voor een slagvaardige arbiter die een beslissing kan nemen over het enig resterende geschilpunt, de goodwill per eind 2014. De vordering van [eiseres] wordt op de hierna te vermelden wijze toegewezen, zoals gevorderd versterkt met een dwangsom.

De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd zoals in de beslissing vermeld.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- griffierecht

341,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.707,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt [gedaagde] om binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis de NBA

schriftelijk en onvoorwaardelijk mee te delen dat alsnog en samen met [eiseres] medewerking wordt verleend aan de voordracht door de NBA van een bindend adviseur conform de e-mail van de NBA van 3 april 2025 en veroordeelt [gedaagde] om medewerking te verlenen aan de benoeming van de bindend adviseur en aan de door de te benoemen bindend adviseur voorgestelde procedure, dit op een zodanige wijze dat de bindend adviseur zal kunnen komen tot een uitspraak over vordering van [eiseres] ter zake haar aanspraak op goodwill per 31 december 2014;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling onder 5.1 voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.707,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.

WJ

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand