ECLI:NL:RBDHA:2026:24089

ECLI:NL:RBDHA:2026:24089

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer NL26.48881
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verzoekster heeft twee uur voor vertrek een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om uitzetting te voorkomen. Het bezwaar tegen het bestreden besluit heeft geen redelijke kans van slagen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. L. Verhaeg).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.48881

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

25 augustus 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M. Gavami),

en

Procesverloop

1. Verzoekster heeft op 5 mei 2026 asielaanvraag ingediend. Bij besluit van 5 mei 2026 is aan verzoekster met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Het beroep hiertegen is op 4 juni 2026 ongegrond verklaard.1 De aanvraag is bij besluit van 20 mei 2026 afgewezen. Het beroep dat verzoekster hiertegen heeft ingediend is bij uitspraak van 15 juli 2026 ongegrond verklaard.2 Bij besluit van 15 juli 2026 is eiseres de toegang tot Nederland geweigerd. Op 16 juli 2026 is aan verzoekster een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Het beroep dat hiertegen is ingediend is op 30 juli 2026 ongegrond verklaard.3

2. De minister heeft verzoekster op 10 augustus 2026 aangezegd dat zij vanuit Nederland wordt uitgezet naar Tanzania op 25 augustus 2026, om 10:10 uur.

3. Verzoekster heeft op 24 augustus 2026 een opvolgende asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 24 augustus 2026 een “artikel 3.1. Vreemdelingenbesluit (Vb) besluit” genomen. In dat besluit heeft de minister besloten dat de uitzetting van verzoekster niet achterwege blijft. Volgens de minister is de opvolgende aanvraag alleen maar ingediend om de uitvoering van haar uitzetting te vertragen.

4. Verzoekster heeft op 25 augustus 2026 beroep ingediend tegen het besluit en op dezelfde datum verzocht om een voorlopige voorziening zodat zij de behandeling van haar beroepschrift in Nederland mag afwachten.

5. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting, omdat spoed dit vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

6. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter op 25 augustus 2026 om 8:03 uur telefonisch op de hoogte gesteld van de op handen zijnde uitzetting, welke op dezelfde dag om 10:10 uur zal plaatsvinden. Omstreeks 9.07 uur heeft de voorzieningenrechter het schriftelijk verzoek om een voorlopige voorziening, een afschrift van het bestreden besluit, het verslag van het gehoor last minute aanvraag en een paar screenprints van foto’s ontvangen.

7. De minister was niet in gelegenheid om inhoudelijk te reageren op de ingediende stukken gelet op de korte periode tot aan de uitzetting.

8. De voorzieningenrechter stelt vast dat het bestreden besluit een primair besluit is, waartegen bezwaar openstaat. De voorzieningenrechter zal het beroep van verzoekster tegen het bestreden besluit daarom doorsturen aan de minister om als bezwaar te behandelen.

9. De voorzieningenrechter is op basis van de beschikbare informatie van verzoekster van oordeel dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Verzoekster heeft geen inhoudelijke gronden ingediend, maar heeft enkel procedurele gronden aangevoerd. De voorzieningenrechter vindt ook dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is. Verder is de voorzieningenrechter niet gebleken dat er redenen zijn om aan te nemen dat verzoekster een risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM door de uitzetting naar Tanzania dan wel de Comoren, waarvan zij de nationaliteit heeft. Onder deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorziening, zoals is verzocht, te treffen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. Deze uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op 25 augustus 2026 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

25 augustus 2026

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Wilpstra-Foppen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand