RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,geboren op [geboortedatum],van Keniaanse nationaliteit,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.51103
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),
en
(gemachtigde: mr. D.A.M. Friezer).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 25 september 2025 in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond en heeft een terugkeerbesluit opgelegd.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 11 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht van afwezigheid, niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij vanwege familieproblemen niet naar Kenia kan terugkeren. Haar oom wil haar landgoed hebben en hij is in staat om daarvoor alles te doen. Hij heeft de moeder van eiseres al vermoord en heeft ervoor gezorgd dat haar vader onterecht is veroordeeld en een levenslange gevangenisstraf heeft gekregen. Eiseres vreest dat haar oom haar zal vermoorden als zij naar Kenia terugkeert.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. De familieproblemen vindt de minister niet geloofwaardig. Eiseres heeft geen documenten overgelegd die de kern van haar asielmotief ondersteunen en heeft daarvoor geen goede verklaring. Zo heeft eiseres geen documenten overgelegd waaruit volgt dat zij in het bezit is van land en het vastgoed, dat haar vader tot een gevangenisstraf is veroordeeld, dat haar moeder een onnatuurlijke dood is gestorven of waaruit bedreigingen van haar oom blijken. Daarnaast vormen haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Daarvoor zijn vijf redenen. In de eerste plaats heeft eiseres persoonlijk geen problemen ondervonden van haar oom. Als haar oom haar land in beslag zou willen nemen, dan zou het in de rede liggen dat eiseres dat van hem zou hebben gehoord. Bovendien zou in het in de rede liggen dat, als haar oom haar zou willen vermoorden, hij de afgelopen jaren bedreigingen zou hebben geuit. Eiseres heeft echter al sinds 2009 geen contact met haar oom gehad. In de tweede plaats heeft eiseres geen bescherming gezocht bij de Keniaanse autoriteiten, terwijl zij die mogelijkheid wel heeft. Dit roept twijfels op over de noodzaak tot bescherming. In de derde plaats heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat haar oom ervoor heeft gezorgd dat haar vader onterecht is veroordeeld. In de vierde plaats heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat haar oom haar moeder heeft vermoord. Eiseres meent op basis van vermoedens dat haar oom betrokken is bij negatieve gebeurtenissen binnen haar familie. Niet kan worden aangenomen dat sprake is van een persoonlijk en actueel probleem. In de vijfde plaats is eiseres meerdere keren zonder problemen naar Kenia teruggekeerd. Dit vormt een sterke aanwijzing dat eiseres in Kenia niet wordt gezocht of bedreigd door haar oom. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.
Zienswijze herhaald en ingelast
5. De rechtbank overweegt dat de stelling van eiseres dat haar zienswijze als herhaald en ingelast moet worden beschouwd, onvoldoende is om aan te merken als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De minister is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de zienswijze. Het is aan eiseres om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze volgens haar niet juist of niet toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook richten op wat eiseres in beroep heeft aangevoerd.
Heeft de minister de landeninformatie voldoende betrokken bij het oordeel over de geloofwaardigheid van de familieproblemen?
6. Eiseres voert aan dat de minister bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de problemen met haar oom onvoldoende rekening houdt met de door haar genoemde landeninformatie. Deze landenformatie ondersteunt haar asielrelaas, aangezien hieruit volgt dat in Kenia sprake is van geweld tegen vrouwen, waartegen de autoriteiten niet of nauwelijks optreden. Ook volgt hieruit dat in Kenia sprake is van een patriarchale samenleving, waarin de rechten van vrouwen bij erfenissen en andere familierechtelijke situaties genegeerd worden. De minister had deze algemeen toegankelijke bronnen moeten raadplegen en zou dan tot een ander oordeel zijn gekomen dan nu het geval is geweest in het bestreden besluit.
De rechtbank overweegt dat de minister in zijn besluit uitgebreid heeft gemotiveerd waarom hij de problemen met de oom van eiseres niet geloofwaardig vindt. Anders dan eiseres betoogt, heeft hij in zijn besluit wel degelijk landeninformatie betrokken. De minister heeft als onderdeel van de geloofwaardigheidsbeoordeling aan eiseres kunnen tegenwerpen dat zij geen bescherming heeft gezocht bij de autoriteiten, terwijl uit de door hem geraadpleegde landeninformatie niet blijkt dat bescherming categorisch wordt geweigerd. Dat dit anders is, volgt niet uit de bronnen waarop eiseres wijst. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat dit – in samenhang bezien met de andere argumenten – twijfel oproept over de door eiseres gestelde beschermingsbehoefte.
Daarnaast overweegt de rechtbank dat de omstandigheid dat uit de landeninformatie blijkt dat vrouwen in Kenia te maken kunnen krijgen met geweld en dat het voorkomt dat de rechten van vrouwen genegeerd worden, niet betekent dat eiseres deze problemen persoonlijk heeft ondervonden of hiervoor een gegronde vrees heeft. Daarbij is in het besluit uitgebreid gemotiveerd waarom de verklaringen van eiseres niet worden gevolgd. De minister heeft zich dan ook op goede gronden op het standpunt gesteld dat deze algemene informatie er niet toe leidt dat eiseres de problemen met haar oom aannemelijk heeft gemaakt.
Conclusie en gevolgen
7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit in stand blijven. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dijkstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. Veenstra - van der Veen, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.