ECLI:NL:RBDHA:2026:24112

ECLI:NL:RBDHA:2026:24112

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer C/09/707802 KG ZA 26-413
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding; voorlopig uitsluitend gebruik gemeenschappelijke woning toegewezen aan eiseres; medewerking aan toedeling van de woning afgewezen; vordering tot vaststelling voorlopige omgangsregeling afgewezen, omdat beslissingen over hervatting van de omgang binnen het kader van de aanstaande OTS moeten worden genomen.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel - voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/09/707802 / KG ZA 26-703

Vonnis in kort geding van 21 augustus 2026

in de zaak van

[de vrouw] te [woonplaats] ,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. G.J. van der Klei,

tegen

[de man] te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. R.P.M. Duijndam.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de (niet betekende) dagvaarding, met producties en aanvullende producties;

- de vrijwillige verschijning van de man;- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties en aanvullende producties.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2026. Bij de zitting was een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) aanwezig. Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2. De feiten

Partijen hebben vanaf 2010 tot en met 22 april 2026 met elkaar een affectieve relatie gehad. Zij hebben geen samenlevingsovereenkomst gesloten. Partijen hebben samen één kind, [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019. De man heeft [de minderjarige] erkend en partijen hebben gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] .

Partijen zijn samen eigenaar van de woning aan het adres [adres] (hierna: de woning).

In verband met spanningen in het gezin, die mede zijn ontstaan door een traumatische ervaring van de man, hebben partijen hulpverlening ingeschakeld. In 2023 is Veilig Thuis betrokken geraakt. Nadien zijn er bij Veilig Thuis meerdere meldingen gedaan van ruzies tussen partijen in de woning in aanwezigheid van [de minderjarige] .

Op dit moment heeft de vrouw ambulante hulpverlening vanuit [opvang] en de man vanuit Voor Ieder 1.

In december 2025 hebben partijen met Veilig Thuis veiligheidsafspraken gemaakt. Deze afspraken houden onder meer in dat partijen niet samen zijn waar [de minderjarige] is, dat de vrouw de primaire zorg heeft voor [de minderjarige] en dat de momenten waarop de man de zorg voor [de minderjarige] heeft worden teruggebracht naar maximaal 4 uur.

In januari 2026 hebben partijen geprobeerd de zorg over [de minderjarige] te verdelen door middel van birdnesting. Dit is niet goed verlopen.

In april 2026 zijn er afspraken gemaakt aan de jeugdbeschermingstafel. Deze afspraken houden onder meer in dat er zo snel mogelijk hulpverlening wordt ingezet voor [de minderjarige] en dat het verloop van de begeleide omgang tussen [de minderjarige] en de man wordt geëvalueerd met alle betrokken partijen.

In mei 2026 heeft Veilig Thuis de Raad verzocht om onderzoek te doen naar de opvoedsituatie van [de minderjarige] . De bevindingen van de Raad zijn vastgelegd in een conceptrapport van 16 juli 2026. Dit rapport is inmiddels definitief geworden. Naar aanleiding van het onderzoek heeft de Raad bij de rechtbank een verzoek tot ondertoezichtstelling (OTS) van [de minderjarige] ingediend. De mondelinge behandeling van dit verzoek vindt plaats op 21 augustus 2026.

Sinds juni of juli 2026 verblijft de vrouw met [de minderjarige] bij haar ouders. De man verblijft in de woning. In de afgelopen periode is er beperkt (begeleide) omgang geweest tussen [de minderjarige] en de man. Daarnaast hebben [de minderjarige] en de man contact door middel van videobellen.

Bij brief van 15 juni 2026 heeft de advocaat van de vrouw aan de man meegedeeld dat de vrouw de woning wil overnemen en hem verzocht om medewerking te verlenen aan de verdeling van de woning en de spaarrekening. In deze brief doet de advocaat van de vrouw een concreet voorstel, waarbij wordt uitgegaan van een overwaarde van € 220.000 met daarbij de opmerking dat er ook nog schenkingen zijn die verrekend moeten worden. De man heeft op dit verzoek afwijzend gereageerd.

Bij brief van 29 juli 2026 heeft Voor Ieder 1 aan de man meegedeeld dat zij vanuit haar visie geen noodzaak ziet om het 4-ogenprincipe voor het contact tussen [de minderjarige] en de man voort te zetten.

Bij brief van 17 augustus 2026 heeft [opvang] op verzoek van de vrouw haar visie gegeven over het opnieuw opstarten van birdnesting. In deze brief schrijft [opvang] dat vanuit haar visie birdnesting niet als wenselijk wordt gezien omdat de man zich veelvuldig niet aan de afspraken lijkt te hebben gehouden.

3. Het geschil

in conventie

De vrouw vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:

I. te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de woning en van de daarin aanwezige inboedelzaken en de man te bevelen deze woning niet meer te betreden, dit op straffe van een dwangsom, en de vrouw te machtigen het vonnis te doen ten uitvoerleggen met behulp van de sterke arm van politie in geval de man de woning niet op eerste verzoek van de vrouw verlaat;

II. de man te veroordelen zijn volledige medewerking te verlenen aan:

- taxatie van de woning;

- ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid;

- overdracht van zijn aandeel in de woning aan de vrouw;

III. te bepalen dat de man binnen tien dagen na dit vonnis alle daarvoor benodigde documenten dient te ondertekenen;

IV. te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de voor overdracht vereiste wilsverklaring van de man indien hij zijn medewerking niet verleent, op grond van art 3:300 BW;

een en ander op straffe van een dwangsom.

De vrouw legt aan de vordering het volgende ten grondslag.

De vrouw wil verder met haar leven en af van de dagelijkse spanning en onzekerheid dat de man zal terugkeren naar de woning. De vrouw heeft de primaire zorg over [de minderjarige] . Het is in het belang van [de minderjarige] dat hij naar dezelfde school en sportvereniging kan blijven gaan en dat hij in zijn vertrouwde buurt kan blijven wonen. Daarnaast werkt de vrouw deels vanuit huis. Zij heeft daarom een spoedeisend belang bij het uitsluitend gebruik van de woning. Daarnaast wenst de vrouw de woning toebedeeld te krijgen. De vrouw kan de overname van de woning financieren, de man kan dat niet. De man heeft daarom geen redelijk belang bij zijn weigering om medewerking te verlenen aan de toedeling van de woning aan de vrouw. De vrouw heeft er daarom recht op en een spoedeisend belang bij, dat de man – vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure – wordt veroordeeld om medewerking te verlenen aan de toedeling van de woning aan de vrouw, door mee te werken aan de taxatie, ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en de overdracht van zijn aandeel in de woning aan de vrouw.

De man voert verweer. De man concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de vrouw, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

De man vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – samengevat – een voorlopige omgangs-/zorgregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige] bij de man verblijft in een week op week afregeling en te bepalen dat deze regeling in de vorm van birdnesting wordt uitgevoerd tot dat de man of de vrouw over zelfstandige woonruimte zal beschikken, dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen regeling.

De man legt aan de vordering het volgende ten grondslag.

De man wenst zo snel mogelijk het contact met [de minderjarige] op natuurlijke wijze te hervatten. Er is geen reden voor begeleide omgang. Dit volgt ook uit de als productie 7 overgelegde brief van Voor Ieder 1. De omgang met [de minderjarige] kan het beste in de vertrouwde woning plaatsvinden. Birdnesting is mogelijk als daarover duidelijke afspraken worden gemaakt.

De vrouw voert verweer. De vrouw concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de man.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in reconventie

Gelet op het conceptraadsrapport van 16 juli 2026, de aanstaande behandeling van het OTS-verzoek en het advies van Raad ter zitting, is birdnesting zoals door de man gevorderd op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] . De voorzieningenrechter ziet ook geen aanknopingspunten om op dit moment een andere voorlopige omgangsregeling te bepalen. Uit het dossier volgt dat partijen ondanks de betrokkenheid van hulpverlening en Veilig Thuis er niet in zijn geslaagd om goede afspraken te maken en na te komen. Partijen hebben meerdere keren conflicten gehad in het bijzijn van [de minderjarige] en zij hebben over en weer onvoldoende vertrouwen in elkaar. Sinds januari 2026 is er slechts sporadisch (begeleide) omgang geweest tussen [de minderjarige] en de man. Hoewel het zonder meer positief is dat Voor Ieder 1 begeleide omgang niet langer noodzakelijk acht, wordt deze visie vooralsnog niet gedeeld door de Raad en de andere betrokkenen. Daarnaast is onduidelijk op welke wijze de omgang tussen [de minderjarige] en de man op verantwoorde wijze kan worden hervat. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moeten de beslissingen over hervatting van de omgang tussen [de minderjarige] en de man binnen het kader van de OTS worden genomen. In de gegeven omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om daarop vooruit te lopen. Dit neemt niet weg dat de voorzieningenrechter begrijpt dat de man op zo kort mogelijke termijn op structurele basis onbegeleide omgang wenst met [de minderjarige] , iets dat – als dat op en veilige en harmonieuze wijze kan, ook in het belang is van [de minderjarige] . Om dit mogelijk te maken geeft de voorzieningenrechter de man in overweging om zijn verzet te staken en juist mee te werken aan de begeleide omgang om zo te laten zien dat die begeleiding inderdaad niet meer nodig is.

in conventie

uitsluitend gebruik woning

Tussen partijen is niet in geschil dat zij niet meer samen in de gemeenschappelijke woning kunnen verblijven. Partijen zijn er ook niet in geslaagd om afspraken te maken over een verdeling van het gebruik van de woning en de birdnesting zoals dat in januari 2026 is geprobeerd is niet goed verlopen. Nu de affectieve relatie van partijen is beëindigd, ligt het in de rede dat de woning binnen afzienbare termijn wordt verdeeld. Dit betekent dat de woning aan een van partijen wordt toebedeeld, dan wel dat de woning wordt verkocht aan een derde. Met betrekking tot de vraag wie van partijen de woning tot aan de verdeling mag gebruiken, wordt het volgende overwogen.

Uitgangspunt is dat beide partijen gelet op hun eigendomsverhouding ieder evenveel recht hebben op dat gebruik. Met partijen acht de voorzieningenrechter het belang van [de minderjarige] daarbij doorslaggevend. Aangezien de vrouw op grond van de gemaakte veiligheidsafspraken de primaire zorg heeft voor [de minderjarige] en birdnesting op dit moment niet aan de orde is, heeft de vrouw een evident belang bij het uitsluitend gebruik van de woning. Het belang van [de minderjarige] om in zijn vertrouwde omgeving te verblijven weegt zwaarder dan het belang van de man, die de woning vooral wenst te gebruiken om in het kader van zijn herstel tot rust te komen. In het belang van [de minderjarige] zal de voorzieningenrechter daarom bepalen dat de vrouw voorlopig het uitsluitend gebruik van de woning en de inboedel heeft. Dit betekent dat de man de woning niet mag betreden zonder nadrukkelijke toestemming van de vrouw.

Deze voorziening wordt zoals gevorderd versterkt met een dwangsom en met een machtiging aan de vrouw tot tenuitvoerlegging met de sterke arm van politie en justitie. De dwangsom wordt gemaximeerd op het in de beslissing vermelde bedrag.

De uiterste termijn waarbinnen de man de woning moet verlaten wordt bepaald op 27 augustus 2026, zodat [de minderjarige] voorafgaand aan het begin van het nieuwe schooljaar weer kan wennen en aan de nieuwe situatie.

Deze voorziening geldt totdat partijen, zo nodig in overleg met hulpverlening, andersluidende afspraken hebben gemaakt dan wel de rechter anders beslist.

Voorzieningen met betrekking tot de verdeling van de woning

In kort geding kan de rechter vooruitlopend op een verdeling, bij wijze van ordemaatregel, een veroordeling tot medewerking aan een verdelingshandeling uitspreken (zie HR 31 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:499). De voorzieningenrechter gaat daarom voorbij aan het verweer van de man dat de vorderingen met betrekking tot de verdeling van de woning zich niet lenen voor behandeling in kort geding.

In zaken zoals deze geldt als uitgangspunt dat partijen niet gehouden zijn om in een onverdeelde gemeenschap te blijven. Dit betekent in beginsel dat de woning (en de daaraan verbonden hypothecaire verplichtingen) aan een van partijen moet worden overgedragen of dat de woning moet worden verkocht aan een derde. Dit kan tijdelijk anders zijn indien de door een onmiddellijke verdeling getroffen belangen van een van partijen aanmerkelijk groter zijn dan de belangen die met de verdeling worden gediend of indien partijen de bevoegdheid om verdeling te vorderen voor een bepaalde periode hebben uitgesloten.

Partijen hebben geen afspraken gemaakt over een tijdelijk uitstel van de verdeling. Daarnaast is niet aannemelijk geworden dat de door de verdeling getroffen belangen van de

man groter zijn dan het belang dat met het in gang zetten van de verdeling is gediend. Zoals hiervoor in 4.2 is overwogen ligt het in de rede dat partijen definitieve afspraken maken over de verdeling van de woning en de verdere financiële afwikkeling van hun relatie.

De vrouw heeft gesteld dat zij over voldoende financiële middelen beschikt om de woning over te nemen. Aannemelijk is dat de man, die een lager inkomen heeft en momenteel arbeidsongeschikt is, niet binnen afzienbare termijn tot overname van de woning in staat is. In de gegeven omstandigheden is de vermoedelijke uitkomst van een eventuele bodemprocedure dat de vrouw gedurende enige tijd in de gelegenheid wordt gesteld de woning over te nemen tegen een te taxeren waarde, en dat – indien zij daar niet in slaagt – wordt geoordeeld dat de woning moet worden verkocht aan een derde.

Om de verdeling in gang te zetten en te bezien of de vrouw in staat is om de woning over te nemen, is aangewezen dat de woning allereerst (bindend) word getaxeerd. De man moet daaraan zijn medewerking verlenen. Indien de vrouw vervolgens aantoont dat zij in staat is in de woning tegen de getaxeerde waarde over te nemen, is de man in beginsel gehouden om zijn medewerking te verlenen aan de toedeling van de woning aan de vrouw. Op die toedeling kan in dit kort geding niet worden vooruitgelopen met name niet omdat nog niet duidelijk op welke wijze rekening moet worden gehouden met de betaalde eigenaarslasten van de woning, een eventuele gebruiksvergoeding en de in de brief van 15 juni 2026 vermelde schenkingen.

Om onnodige executieproblemen te voorkomen zal de voorzieningenrechter bepalen dat de taxatie als volgt in gang moet worden gezet. De vrouw of haar advocaat doet per e-mail een voorstel aan de man en zijn advocaat met daarin de namen van drie gecertificeerde taxateurs uit de regio Hillegom die in staat en bereid zijn om de woning tegen marktwaarde te taxeren volgens de daarvoor geldende eisen. De man heeft na ontvangst van het voorstel zeven dagen de tijd om per e-mail zijn keuze aan de vrouw of haar advocaat kenbaar te maken. Indien de man binnen die termijn geen keuze maakt, is de keuze voor één van de drie voorgestelde taxateurs aan de vrouw. De taxatie moet buiten aanwezigheid van partijen plaatsvinden. De kosten van de taxatie komen voor rekening van de vrouw.

Omdat de vrouw op deze wijze zo nodig zonder medewerking van de man tot een taxatie kan komen, bestaat geen aanleiding om aan deze veroordeling een dwangsom te verbinden.

Proceskosten in conventie en reconventie

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten zowel in conventie als in reconventie tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

bepaalt dat de vrouw met ingang van 27 augustus 2026 voorlopig het uitsluitend gebruik heeft van de woning en de inboedel en verbiedt de man de woning met ingang van die datum te betreden, een en ander totdat een andere rechter meer of anders beslist of partijen anders overeenkomen;

veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 500 voor iedere overtreding en per dag (of gedeelte daarvan) dat de overtreding voortduurt, dat hij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000 is bereikt;

machtigt de vrouw, zo nodig, om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van 5.1 van dit vonnis te bewerkstelligen, in geval de man de woning niet op eerste verzoek van de vrouw verlaat;

veroordeelt de man om binnen één week na ontvangst van een voorstel van de vrouw om een taxateur te benoemen voor de taxatie van de woning als bedoeld in 4.12, hij een keuze kan maken voor de te benoemen taxatie, met bepaling dat indien de man binnen die week geen keuze maakt, de keuze voor één van de drie voorgestelde taxateurs aan de vrouw is;

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

wijst de vorderingen van de man af;

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026.

WJ

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand