ECLI:NL:RBDHA:2026:24118

ECLI:NL:RBDHA:2026:24118

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer NL26.45277
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaringsmaatregel o.g.v. art. 59b, tolk en rechtsbijstand, grondslag van de maatregel, lichter middel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.45277

(gemachtigde: mr. M.K. Bhadai),

en

(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 9 augustus 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser (telefonisch), A. Soydan als tolk (telefonisch) en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

2. Verweerder kan een vreemdeling die rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder f, subonderdeel 2° of onder h, subonderdeel 2° van de Vw voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw, in bewaring stellen als vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op vaststelling van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Deze grond voor vreemdelingenbewaring is aanwezig, als de identiteit of de nationaliteit van de vreemdeling met onvoldoende zekerheid bekend is en zich ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6., tweede lid van het Vb zich voordoen.

Verweerder kan een hiervoor genoemde vreemdeling met rechtmatig verblijf ook in bewaring stellen als vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw en die niet zouden kunnen worden verkregen indien de aanvrager niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, met name wanneer er sprake is van een onderduikrisico. Deze grond voor vreemdelingenbewaring is aanwezig, als door middel van vreemdelingenbewaring de gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning kunnen worden verkregen en zich ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

Verweerder stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring. In het besluit tot vreemdelingenbewaring vermeldt de minister de feitelijke en juridische gronden waarop de vreemdelingenbewaring is gebaseerd en de reden dat geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast.

Tolk en rechtsbijstand

3. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door een niet-beëdigde Oezbeekse tolk in te schakelen terwijl eiser ook Turks spreekt. Daarnaast heeft verweerder niet inzichtelijk gemaakt of eiser uitdrukkelijk en geïnformeerd afstand heeft gedaan van bijstand tijdens het gehoor. Uit de piketmelding en het proces-verbaal van de ophouding blijkt namelijk dat eiser een raadsman wenste. In het proces-verbaal van de ophouding staat echter dat eiser geen advocaat bij het gehoor wenste. Uit het proces-verbaal van het gehoor voorafgaand aan de bewaringsmaatregel volgt verder dat de advocaat niet aanwezig wilde zijn, terwijl er ook uit volgt dat de advocaat geen bezwaar had tegen het aanvangen van het gehoor en eiser later zou bezoeken. Uit het dossier blijkt volgens eiser niet dat hij voor het gehoor daadwerkelijk en vertrouwelijk met zijn advocaat heeft kunnen overleggen.

Uit het proces-verbaal van het gehoor voorafgaand aan het opleggen van de maatregel blijkt dat er gebruik is gemaakt van een niet-beëdigde tolk Oezbeeks omdat een beëdigde tolk in deze taal niet tijdig beschikbaar was en vanwege de vereiste spoed. Op de vraag of eiser de tolk kon verstaan heeft eiser verklaard ‘ik versta en begrijp de tolk goed.’ De rechtbank ziet in deze gang van zaken geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld. Eiser heeft immers aangegeven dat hij de tolk goed kon verstaan en heeft ook op alle vragen antwoord kunnen geven. Daarnaast heeft eiser niet onderbouwd hoe hij door het gebruik van een niet-beëdigde tolk Oezbeeks in zijn belangen is geschaad.

Uit het proces-verbaal van de ophouding blijkt verder dat eiser is medegedeeld dat hij zich tijdens het verhoor tijdens de ophouding door een raadsman kan doen bijstaan, waarop eiser verklaarde geen behoefte te hebben aan bijstand van een raadsman tijdens het verhoor, maar wel gedurende de verdere procedure. Vervolgens is er een piketmelding uitgegaan. Uit het proces-verbaal van het gehoor voorafgaand aan het opleggen van de maatregel volgt dat voorafgaand aan het gehoor aan eiser is gevraagd of hij eerst met zijn advocaat wil spreken, of dat hij wil dat zijn advocaat aanwezig is bij het gehoor. Eiser heeft hierop verklaard dat het gehoor gewoon kan starten. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser met deze gang van zaken uitdrukkelijk geïnformeerd over de mogelijkheid van bijstand tijdens zowel het gehoor tijdens de ophouding, als het gehoor voorafgaand aan het opleggen van de maatregel. De rechtbank acht hierbij ook van belang dat eiser gedurende het vervolg van de procedure is bijgestaan door zijn gemachtigde en dat eiser ook niet heeft gemotiveerd dat, en waarom hij in zijn belangen is geschaad.

De beroepsgrond slaagt niet.

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

4. Verweerder heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de asielaanvraag van eiser.

In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;d. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Grondslag van de maatregel

5. Eiser stelt zich op het standpunt dat de maatregel niet op de juiste grondslag berust. Volgens eiser kon de maatregel niet worden opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a van de Vw omdat zijn identiteit en nationaliteit voldoende vaststond. Eiser heeft namelijk een Oezbeekse identiteitskaart en rijbewijs overgelegd en zijn gegevens blijken uit het Visum Informatiesysteem. Ook meent eiser dat de maatregel niet op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw kon worden opgelegd omdat verweerder niet specifiek heeft gemotiveerd welke gegevens die aan de asielaanvraag ten grondslag liggen nog moeten worden verkregen en waarom die uitsluitend tijdens bewaring kunnen worden verkregen.

De rechtbank stelt vast dat de bewaringsmaatregel berust op twee grondslagen, namelijk: artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), waaronder de uitspraak van 19 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2852) en 6 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:4011) volgt dat met een deugdelijke motivering van het bestaan van een risico op onderduiking – door middel van de in artikel 5.6, tweede lid van het Vb opgenomen gronden – ook gegeven is dat een maatregel van bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, omdat anders die gegevens niet zouden kunnen worden verkregen.

Zoals hierna zal worden overwogen heeft verweerder het onderduikrisico deugdelijk gemotiveerd. Hiermee is ook gegeven dat de maatregel van bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de asielaanvraag, zoals bedoeld in artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Verweerder kon de maatregel van bewaring dan ook baseren op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Nu de bewaringsmaatregel al kan worden gebaseerd op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw, hoeft niet meer te worden beoordeeld of de bewaringsmaatregel ook kan worden gebaseerd op artikel 59b, eerste lid aanhef en onder a, van de Vw. Één bewaringsgrondslag is immers al voldoende om de maatregel op te baseren. De beroepsgrond slaagt niet.

De gronden van de maatregel

6. Eiser betwist de gronden c, d, h, p, r en s. Hij voert hiertoe kort samengevat aan dat hij zijn paspoort weliswaar niet bij zich heeft, maar dat dit onvoldoende is voor het oordeel dat hij niet meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit (grond c). Verder meent eiser dat hij Nederland niet is ingereisd met een vestigingsdoel, maar dat hij pas na zijn aankomst in Nederland heeft besloten hier te willen verblijven (grond d). Het niet doen van een asielaanvraag wijst er volgens eiser verder niet op dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer (grond h). Tot slot meent eiser dat uit de gronden p, r, en s onvoldoende blijkt dat er sprake is van een onderduikrisico.

De rechtbank stelt vast dat eiser grond a niet heeft betwist. Deze grond is naar het oordeel van de rechtbank ook feitelijk juist. Eiser is immers met een verlopen visum en zonder paspoort Nederland ingereisd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich verder terecht op het standpunt gesteld dat de gronden p, r, en s, d zich feitelijk voordoen en dat hier een onderduikrisico uit volgt. Eiser heeft zich immers niet gemeld bij de Nederlandse autoriteiten en is niet in het bezit van documenten (grond p). Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij geen vaste woon- verblijfplaats heeft en dat hij geen geld heeft (grond r en s). De gronden a, p, r en s zijn feitelijk juist, en waar nodig is het onderduikrisico voldoende toegelicht. Dit betekent dat er voldoende gronden zijn om de maatregel te rechtvaardigen. Er vloeit namelijk een onderduikrisico uit voort. De rechtbank laat de overige gronden daarom onbesproken. De beroepsgrond slaagt niet.

Lichter middel en belangenafweging

7. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder onvoldoende kenbaar heeft gemotiveerd waarom er geen lichter middel is toegepast. Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die hij in de opvang kan afwachten, eventueel met een meldplicht. Daarnaast meent eiser dat zijn belangen niet goed zijn afgewogen. Uit het verhoor bij de ophouding blijkt namelijk dat eiser een vrouw en kinderen in Oezbekistan heeft, terwijl tijdens het gehoor voorafgaand aan de bewaring blijkt dat eiser niet getrouwd is en geen kinderen heeft. Verweerder heeft deze tegenstrijdigheid ten onrechte niet opgehelderd.

Voor zover eiser zich op het standpunt stelt dat verweerder zijn belangen niet goed heeft afgewogen omdat eiser enerzijds heeft verklaard dat hij een vrouw en kinderen in Oezbekistan heeft, terwijl hij anderzijds heeft verklaard dat hij alleen is en geen kinderen heeft, en verweerder hier geen nadere vragen over heeft gesteld, volgt de rechtbank dit niet. Het is immers aan eiser om omstandigheden naar voren te brengen waaruit volgt dat een lichter middel zou moeten worden toegepast. Wel moet verweerder eiser in de gelegenheid stellen om deze omstandigheden naar voren te kunnen brengen. Dat heeft verweerder ook gedaan door in het gehoor voorafgaand aan het opleggen van de maatregel aan te geven dat eiser zijn zienswijze hierover naar voren kan brengen. Daarbij is ook gevraagd of eiser familie en kinderen heeft in Nederland of andere Europese landen. Eiser heeft hierop verklaard dat hij niemand heeft, dat hij de enige zoon van zijn ouders is, dat hij niet getrouwd is en dat hij geen kinderen heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiser hiermee voldoende in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze over het opleggen van de maatregel naar voren te brengen. Dat er verschillen zitten tussen de verklaringen tijdens de ophouding en de verklaringen voorafgaand aan het opleggen van de maatregel, doet daar niet aan af en komt voor rekening van eiser. Het was immers aan eiser om hier duidelijkheid over te verschaffen en omstandigheden naar voren te brengen waarom een lichter middel zou moeten worden toegepast.

Bij de beantwoording van de vraag of verweerder naar aanleiding van de door eiser aangevoerde omstandigheden met toepassing van een lichter middel had moeten volstaan, beoordeelt de rechtbank of verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat geen andere afdoende maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij past een grondig onderzoek naar de feitelijke elementen van het concrete geval en een specifieke motivering van verweerder. Alleen een verwijzing naar de vreemdelingenbewaringsgronden volstaat daarvoor niet.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat er, zoals onder 6.1. is overwogen, een risico bestaat dat eiser onderduikt. Verder heeft verweerder kunnen meewegen dat eiser al enkele maanden in de Europese Unie is en dat eiser daarom al eerder een asielaanvraag heeft kunnen indienen. Eiser heeft dit pas gedaan toen het voornemen bestond om hem een terugkeerbesluit op te leggen. Verder is niet gebleken dat eiser detentieongeschikt is bevonden, of dat bewaring voor eiser onredelijk bezwarend is.

De beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toetsing

8. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T. Boesman

Griffier

  • mr. A. Duijf

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand