ECLI:NL:RBDHA:2026:24130

ECLI:NL:RBDHA:2026:24130

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer NL26.45338
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel. Statushouder Cyprus. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Beroep ongegrond

Uitspraak

[eiseres], eiseres,

V-nummer: [V-nummer],

mede namens haar minderjarige kinderen

[kind 1] en [kind 2]

(gemachtigde: mr. J.W.J. van den Broek),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. Eiseres en haar kinderen zijn geboren op respectievelijk [datum 1] 1982, [datum 2] 2010 en [datum 3] 2011 en stellen de Somalische nationaliteit te hebben. Eiseres en haar kinderen hebben op 30 juni 2026 in Nederland aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het besluit van 3 augustus 2026 (het bestreden besluit) negatief beslist op deze asielaanvragen.

2. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

3. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van verweerder van 3 augustus 2026.

4. Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.

Overwegingen

5. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres en haar kinderen bij het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard omdat zij internationale bescherming genieten in Cyprus. Verweerder heeft hieraan artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) ten grondslag gelegd. Eiseres beschikt over een asielstatus in Cyprus, geldig tot 1 november 2027 en daarom over een band met dit land. Voorts heeft verweerder overwogen dat Nederland er vanuit gaat dat Cyprus zich houdt aan de internationale regels (het interstatelijke vertrouwensbeginsel) en dat eiseres bescherming kan vragen aan de Cypriotische (hogere) autoriteiten voor de door haar gestelde problemen.

6. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Op wat zij heeft aangevoerd zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

Internationale bescherming en band met Cyprus

7. De rechtbank stelt vast dat eiseres in beroep niet heeft betwist dat zij in Cyprus internationale bescherming geniet, dat deze status geldig is tot 1 november 2027 en dat zij om die reden een band heeft met Cyprus.

8. Omdat eiseres in Cyprus internationale bescherming geniet, is reeds om die reden voldaan aan het bepaalde in artikel 38, eerste lid, aanhef en onder c, van de Procedure verordening en heeft verweerder de asielaanvraag niet-ontvankelijk kunnen verklaren. Wel kunnen uitzonderingen op dit uitgangspunt optreden, maar eiseres heeft geen bijzondere feiten en omstandigheden aangevoerd die leiden tot een dergelijke uitzondering.

Het interstatelijk vertrouwensbeginsel

9. Eiseres voert in haar beroepsgronden aan dat zij na de statusverlening nog enige tijd in de opvang heeft kunnen verblijven samen met haar kinderen maar dat zij in mei 2026 uit de opvang is gezet. Het is haar daarna niet gelukt om aan eigen woonruimte te komen, noch aan werk en de maandelijkse vergoeding vanuit de overheid is onvoldoende om daarmee in het levensonderhoud te kunnen voorzien en (particuliere) woonruimte te kunnen betalen. Eiseres heeft weliswaar hulp gekregen van een instantie (naam onbekend) maar daar is haar gezegd dat ze haar niet konden blijven helpen. Eiseres verwijst voor de situatie in Cyprus van statushouders en vluchtelingen naar het AIDA rapport Cyprus van 2025 waaruit blijkt dat er een verhoogd risico op dakloosheid is voor asielzoekers en statushouders. Bovendien heeft de Economische Sociale Raad van de VN reeds in 2024 haar zorgen geuit over een tekort aan betaalbare woningen en over het feit dat migranten en vluchtelingen een verhoogd risico lopen op dakloosheid en uitbuitingspraktijken door huisbazen. Dat er een nationaal actieplan is opgezet, wil nog niet zeggen dat de noodzakelijk hulp daadwerkelijk geboden wordt. Het door verweerder benoemde National Strategy and Action Plan for the Integration of Third-country Nationals moet voor verbetering gaan zorgen op de huizenmarkt, maar daar is eiseres nu niet bij gebaat.

10. Dit betoog van eiseres slaagt niet, gelet op het volgende.

11. De rechtbank stelt in dit verband voorop dat verweerder, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, ervan mag uitgaan dat Cyprus zijn verdragsverplichtingen in het algemeen zal nakomen jegens statushouders. Het ligt op de weg van eiseres om aannemelijk te maken dat Cyprus dit niet doet en dat zij dus een reëel risico loopt op schending van fundamentele rechten.

12. Bij de beantwoording van de vraag of eiseres hier in is geslaagd, is het arrest Ibrahim van belang. In dit arrest benadrukt het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de drempel voor een beroep op artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – dat gelijkstaat aan artikel 3 van het EVRM – onverminderd hoog blijft. De drempel wordt bereikt wanneer de onverschilligheid van de autoriteiten van de betrokken lidstaat ertoe leidt dat iemand die volledig afhankelijk is van overheidssteun, buiten zijn eigen wil en keuzes om, terechtkomt in een ‘toestand van zeer verregaande materiële deprivatie’, waardoor hij niet kan voorzien in zijn belangrijkste basisbehoeften, zoals wonen, eten en zich wassen, en waardoor zijn lichamelijke of geestelijke gezondheid zou worden geschaad of zijn leefomstandigheden mensonwaardig zouden worden.

13. De rechtbank is van oordeel dat eiseres met verwijzing naar de informatie uit het AIDA-rapport en het rapport van de Economische Sociale Raad van de VN heeft onderbouwd dat zij in Cyprus in het algemeen niet in staat kan worden geacht om haar rechten te effectueren en/of niet van haar kan worden verwacht dat zij zich hiervoor wendt tot de autoriteiten omdat dit bij voorbaat zinloos moet worden geacht. De rechtbank onderkent dat uit het de rapporten blijkt dat statushouders zelf verantwoordelijk zijn voor het bemachtigen van huisvesting en dat zij van de Cypriotische overheid geen woning toegekend krijgen. Ook blijkt dat het moeilijk is om huisvesting bemachtigen, onder meer vanwege een tekort aan woningen en hoge huurprijzen. Daarnaast blijkt uit het rapport dat hoewel het mogelijk is om in aanmerking te komen voor huursubsidie, het vereist is dat de aanvrager van subsidie al in het bezit is van huisvesting. Het kan lang duren voordat een beslissing wordt genomen op de toekenning van huursubsidie. De rechtbank onderkent dat deze omstandigheden belemmeringen kunnen vormen voor eiseres om aan huisvesting te komen en deze te financieren. Niet is echter gebleken dat de Cypriotische overheid niet bereid is om eiseres bij te staan bij voorkomende problemen. Eiseres heeft eerder in Cyprus gewoond en hulp van een instantie gekregen en het mag van haar worden verwacht dat zij bij voorkomende problemen of mogelijke schendingen van haar rechten dat zij zich eerst wendt tot de (hogere) Cypriotische autoriteiten. Niet gebleken is dat de overheid van Cyprus zijn internationale verplichtingen niet nakomt en zich onverschillig toont ten aanzien van de situatie van eiseres en haar elementaire levensbehoeften. Derhalve is niet gebleken dat eiseres en haar kinderen bij terugkeer naar Cyprus terecht komen in een situatie van materiële deprivatie.

14. Gelet op het vorenstaande heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat voor statushouders in het algemeen en voor eiseres in het bijzonder een reëel risico bestaat dat terugkeer naar Cyprus strijdig is met artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Daarom mag van eiseres mag worden verwacht dat zij terugkeert naar Cyprus.

15. Gelet hierop heeft verweerder de asielaanvragen van eiseres en haar kinderen terecht niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.

16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 25 augustus 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. A.S. Hamans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand