ECLI:NL:RBDHA:2026:24145

ECLI:NL:RBDHA:2026:24145

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer NL26.46296
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaringsmaatregel o.g.v. art. 59b, eerste lid aanhef en onder a,b,c, en e, van de Vw, ongegrond. Één grondslag al voldoende, lichter middel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.46296

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),

en

(gemachtigde: mr. A. van Midden).

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 12 augustus 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b, c en e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 18 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, K. Manuelyan als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

2. Verweerder heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b, c en e van de Vw. Dit betekent dat verweerder de vreemdelingenbewaring noodzakelijk acht met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser (sub a) en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van zijn asielaanvraag (sub b). Daarnaast acht verweerder sub c van toepassing omdat eiser (1°) in vreemdelingenbewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn, (2°) reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en (3°) op redelijke gronden kan worden aangenomen dat hij de aanvraag louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen. Tot slot meent verweerder dat vreemdelingenbewaring noodzakelijk is ten behoeve van de handhaving van een opgelegde maatregel tot het beperken van de bewegingsvrijheid omdat eiser deze maatregel niet naleeft en het onderduikrisico blijft bestaan (sub e).

In de maatregel heeft verweerder ter onderbouwing van het onderduikrisico als gronden zoals bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Verweerder heeft grond b op de zitting laten vallen. Deze wordt dus niet langer aan de maatregel ten grondslag gelegd.

Grondslag van de maatregel

De rechtbank stelt vast dat de bewaringsmaatregel berust op meerdere grondslagen, namelijk: artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b, c en e, van de Vw. Uit artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw volgt kort gezegd dat een vreemdeling die een asielaanvraag heeft gedaan in bewaring kan worden gesteld, indien die bewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens die ten grondslag liggen aan de asielaanvraag en die gegevens niet zouden kunnen worden verkregen indien de aanvrager niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, met name wanneer sprake is van een onderduikrisico. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), waaronder de uitspraak van 19 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2852) en 6 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:4011) volgt dat met een deugdelijke motivering van het bestaan van een risico op onderduiking – door middel van de in artikel 5.6, tweede lid van het Vb opgenomen gronden – ook gegeven is dat een maatregel van bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de asielaanvraag, omdat anders die gegevens niet zouden kunnen worden verkregen.

Zoals hierna zal worden overwogen heeft verweerder het onderduikrisico deugdelijk gemotiveerd. Verweerder kon de maatregel van bewaring dan ook baseren op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Nu de bewaringsmaatregel al op die grondslag kan worden gebaseerd, hoeft niet meer (ambtshalve) te worden beoordeeld of de bewaringsmaatregel ook kan worden gebaseerd op artikel 59b, eerste lid aanhef en onder a, c en e van de Vw. Één bewaringsgrondslag is immers al voldoende om de maatregel op te baseren.

De gronden van de maatregel

3. Eiser betwist de gronden a, b en c. Hij voert hiertoe kort samengevat aan dat hij niet illegaal de Europese Unie is ingereisd omdat hij een visum had (grond a). Daarnaast bestrijdt eiser dat hij eerder een besluit heeft ontvangen waaruit blijkt dat hij Nederland moet verlaten (grond b) en stelt eiser dat hij wel heeft meegewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit (grond c). Eiser heeft namelijk een identiteitsbewijs en rijbewijs overgelegd.

Zoals onder 2.2. al is benoemd heeft verweerder grond b op de zitting laten vallen en wordt deze niet langer aan de maatregel ten grondslag gelegd. De rechtbank laat hetgeen eiser tegen deze grond heeft aangevoerd daarom ook onbesproken.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat grond a zich feitelijk voordoet. Eiser kan namelijk niet aantonen dat hij bij inreis in Nederland beschikte over een geldig visum en heeft vervolgens geen melding gemaakt van zijn onrechtmatig verblijf. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich verder terecht op het standpunt gesteld dat de gronden p, r, en s zich feitelijk voordoen en dat hier een onderduikrisico uit volgt. Eiser heeft zich immers niet gemeld bij de Nederlandse autoriteiten en is niet in het bezit van documenten zoals bedoeld in artikel 4.21 van het Vb (grond p). Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij geen vaste woon- verblijfplaats heeft en dat hij geen geld heeft (grond r en s). De gronden a, p, r en s zijn feitelijk juist, en waar nodig is het onderduikrisico voldoende toegelicht. Dit betekent dat er voldoende gronden zijn om de maatregel te rechtvaardigen. Er vloeit namelijk een onderduikrisico uit voort. De rechtbank laat grond c en hetgeen eiser daartegen heeft aangevoerd daarom onbesproken. De beroepsgrond slaagt niet.

Lichter middel

4. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder een lichter middel had moeten toepassen. Eiser heeft namelijk een eerste asielaanvraag ingediend zodat het op de weg van verweerder had gelegen om eiser deze in vrijheid te laten afwachten. Dat eiser heeft verklaard dat het prima is om zijn asielaanvraag in bewaring af te wachten is volgens eiser onvoldoende reden om geen lichter middel toe te passen.

Bij de beantwoording van de vraag of verweerder met toepassing van een lichter middel had moeten volstaan, beoordeelt de rechtbank of verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat geen andere afdoende maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij past een grondig onderzoek naar de feitelijke elementen van het concrete geval en een specifieke motivering van verweerder. Alleen een verwijzing naar de vreemdelingenbewaringsgronden volstaat daarvoor niet.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat er, zoals onder 3.2. is overwogen, een risico bestaat dat eiser onderduikt. Dat eiser voor de eerste keer een asielaanvraag in Nederland heeft ingediend, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende voor het oordeel dat er geen onderduikrisico is en dat verweerder een lichter middel had moeten toepassen. Tot slot is niet gebleken dat eiser detentieongeschikt is bevonden of dat bewaring voor eiser onredelijk bezwarend is. De beroepsgrond slaagt niet.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

5. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.J. Adriaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M.J. Adriaansen

Griffier

  • mr. A. Duijf

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand