RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.46470
(gemachtigde: mr. C.E. Stassen-Buijs),
en
(gemachtigde: mr. S. Bozkurt).
Procesverloop
1. Bij besluit van 13 augustus 2026 (het bestreden besluit) is aan eiseres met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vw een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
De minister heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk heeft S. Andresian telefonisch bijstand verleend. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
2. Als de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw het beroep gegrond.
3. De minister kan de vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen en die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden, zolang er nog geen definitieve beslissing is genomen, verplichten zich op te houden in een ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, of in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure. Op grond van artikel 5.1a van het Vb wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.
Is Schiphol een geschikte screeningslocatie?
Wat is het betoog van eiseres?
4. Eiseres betoogt dat de luchthaven Schiphol en de lounge niet een geschikte screeningslocatie is in de zin van de Screeningsverordening. In ieder geval verhoudt naar haar mening het nachtelijk verblijf in de lounge zich niet tot het vereiste dat de screeningslocatie geschikt en toereikend moet zijn. Dit impliceert dat de grensdetentie onrechtmatig moet worden geacht.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Uit de uitspraak van de Afdeling van 20 december 2018 volgt dat een verblijf in de internationale lounge gedurende maximaal 24 uur in beginsel aanvaardbaar is. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de inwerkingtreding van het Asiel- en Migratiepact tot een ander oordeel leidt. Uit de stukken volgt dat de vlucht van eiseres op 12 augustus 2026 om 20:00 uur op Schiphol is geland, dat zij op om 21:12 uur haar asielwens kenbaar heeft gemaakt en de aanwijzing heeft gekregen zich in de internationale lounge op te houden, waarna aan haar op 13 augustus 2026 om 11:55 uur de maatregel van grensdetentie is opgelegd en zij is overgebracht naar het aanmeldcentrum Schiphol. Uit deze tijdstippen volgt dat aannemelijk is dat het verblijf van eiseres op Schiphol minder dan 24 uur heeft geduurd. Gelet op die duur van het verblijf op Schiphol ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding voor het oordeel dat (de internationale lounge op) Schiphol in dit geval niet als toereikende en geschikte screeningslocatie kon worden aangemerkt. Dit betekent dat er ook geen sprake is van een gebrek in het voortraject waardoor de maatregel van bewaring eventueel onrechtmatig zou zijn geworden.
Is de voorlopige medische controle tijdens de screening uitgevoerd door gekwalificeerd personeel?
Wat is het betoog van eiseres?
6. In artikel 8 en 12 van de Screeningsverordening is bepaald dat tijdens de screening een voorlopige medische controle door gekwalificeerd medisch personeel moet plaatsvinden. Dat is hier niet gebleken. Eiseres is door een wachtmeester van de KMar gevraagd of zij medische klachten heeft, maar dat is onvoldoende. Eiseres, die in het verleden twee zelfmoordpogingen heeft gedaan en nog altijd suïcidale gedachte heeft en zeer kwetsbaar is, is van mening dat artikel 43 van de Procedureverordeningimpliceert dat de asielgrensprocedure pas kan aanvangen na afloop van de screeningsprocedure. Nu er in deze geen volledige en zorgvuldige screening heeft plaatsgevonden, kon de grensprocedure daarom niet worden toegepast. Daarom had de minister ook geen bewaringsmaatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw mogen opleggen. Eiseres verwijst naar uitspraak van Roermond van 10 augustus 2026.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank overweegt als volgt. Na overplaatsing naar het aanmeldcentrum op Schiphol heeft eiseres in het kader van de screeningsprocedure een voorlopige medische controle ondergaan. Nog daargelaten dat gebreken in de screeningsprocedure in het kader van de onderhavige procedure niet aan de orde gesteld kunnen worden, kan niet met succes worden gesteld dat eiseres door die handelwijze zodanig in haar belangen is geschaad dat dit de inbewaringstelling onrechtmatig maakt. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Had de minister moeten volstaan met een lichter middel?
Wat is het betoog van eiseres?
8. Eiseres betoogt dat de minister onvoldoende heeft meegewogen dat eiseres een kwetsbaar persoon is, omdat ze behoort tot de LHBTIQ+ gemeenschap en ten gevolge hiervan in haar land van herkomst problemen heeft ondervonden. In verband hiermee heeft zij twee zelfmoordpogingen gedaan. De littekens daarvan zijn op haar armen zichtbaar. Uit haar gedrag en houding had opgemerkt moeten worden dat zij een zeer kwetsbaar persoon is. Op de tweede of derde dag nadat eiseres op de locatie op Schiphol was aangekomen heeft vluchtelingenwerk twee vroeg signaleringen over haar suïcidaliteit gedaan. Dit had voor de minister aanleiding moeten zijn om de maatregel te heroverwegen, maar dat heeft hij ten onrechte nagelaten. De wetgeving is op dit punt niet veranderd. Verder heeft eiseres aangevoerd dat er op 19 augustus 2026 een gehoor is geweest, maar dat zij nog niet heeft vernomen of er een nieuwe afweging is gemaakt.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
9. De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat niet is gebleken van individuele omstandigheden op grond waarvan de maatregel in dit geval achterwege dient te blijven. Eiseres is voorafgaand aan de maatregel gehoord door de wachtmeester van de KMar. Tijdens dat gehoor heeft zij geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit zou kunnen worden geconcludeerd dat het opleggen van een lichter middel passender zou zijn. Het enkele behoren tot de LHBTIQ+ gemeenschap is hiertoe onvoldoende. Niet gesteld of gebleken is dat eiseres detentieongeschikt is, het dossier biedt hiervoor ook geen aanknopingspunten. Ook in het later afgenomen gehoor in het kader van haar asielaanvraag heeft zij, hoewel zij uitgebreid over haar gezondheidstoestand is bevraagd, niet aangegeven dat haar situatie zodanig was dat zij niet in bewaring gesteld kon worden. Het ligt op de weg van eiseres om aannemelijk te maken dat sprake is van detentieongeschiktheid. De stelling dat eiseres in het verleden twee suïcidepogingen heeft gedaan is hiervoor onvoldoende. Die suïcidepogingen zijn namelijk gedaan toen zij nog woonde in haar land van herkomst en zijn niet bepalend voor haar huidige gemoedstoestand. Bovendien is er medische en psychische hulp aanwezig op het detentiecentrum. Eiseres heeft niet aangevoerd dat deze voorzieningen voor haar ontoereikend zijn.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
10. Los van de door eiseres aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiseres verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiseres krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. van Eerde, rechter, in aanwezigheid van A. Kanis, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.