[naam eiser]
[V-nummer eiser],
(gemachtigde: mr. H. Loth),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het opleggen van een Vrijheidsbeperkende maatregel, art.56 VW 2000, van 16 mei 2026.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Door de minister is op 17 mei 2026 de opgelegde maatregel opgeheven.
Aan eiser is bij brief van 26 juni 2026 door de rechtbank gevraagd of hij het beroep wilde intrekken of handhaven naar aanleiding van de brief van de minister van
17 mei 2026.
Eiser heeft hierop niet gereageerd.
Beoordeling door de rechtbank
2. Nu eiser de rechtbank niet heeft laten weten of hij het beroep wil intrekken of handhaven, geldt de veronderstelling dat een vreemdeling niet langer een inhoudelijke beoordeling van het beroep verlangt. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat deze veronderstelling onjuist is en daarmee nog sprake is van procesbelang.
Gelet op het voorgaande is de rechter van oordeel dat er geen sprake is van procesbelang.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
M.S.G. van der Werf, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.