ECLI:NL:RBDHA:2026:24214

ECLI:NL:RBDHA:2026:24214

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer NL26.45946
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beroep - ophouding – Maatregel van vreemdelingenbewaring – tenuitvoerlegging – ongegrond – geen pkv.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseresV-nummer: [V-nummer]

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.45946

(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),

en

(gemachtigde: mr. K. Kanters).

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 11 augustus 2026 heeft verweerder aan eiseres de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader
De aan eiseres opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

Beslissing

1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1981 en heeft de Poolse nationaliteit.

2. Verweerder kan als het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in vreemdelingenbewaring stellen. Verweerder stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring. Deze vreemdeling kan in vreemdelingenbewaring worden gesteld op grond dat het belang van de openbare orde of nationale veiligheid zulks vordert, indien a) een onderduikrisico bestaat, of b) de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.Inspanningsverplichting en afwezigheid op zitting

3. De gemachtigde van eiseres voert ter zitting aan dat eiseres vanwege haar afwezigheid op de zitting in haar belangen is geschaad. Niet valt in te zien waarom eiseres al om 07:48 uur is opgehaald in het detentiecentrum, wanneer haar vlucht pas om 15:05 uur vertrekt. Het is onaannemelijk dat het niet mogelijk was om eiseres op een later moment, na haar zitting van 09:30 uur, op te halen voor haar vlucht.

4. De rechtbank volgt de gemachtigde van eiseres hierin niet. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in verschillende uitspraken, waaronder haar uitspraak van 10 augustus 2022, geoordeeld dat het recht om te worden gehoord, ondanks dat deze niet absoluut is, een fundamenteel onderdeel is van de mogelijkheden die een vreemdeling heeft om zijn inbewaringstelling te bestrijden. Van verweerder mag daarom worden verwacht dat in ieder geval wordt onderzocht of de overdracht kan worden uitgesteld om gebruik te kunnen maken van het recht om ter zitting door de rechtbank te worden gehoord. In haar uitspraak van 4 maart 2026 heeft de Afdeling de uitspraak van zittingsplaats Rotterdam bevestigd, waaruit volgt dat de inspanningsverplichting anders is bij een overdracht van een vreemdeling via de luchthaven dan voor een landoverdracht. Ten aanzien van eiseres heeft verweerder geprobeerd om het transport van eiseres naar de luchthaven, welke door DV&O wordt uitgevoerd, na de zitting te laten plaatsvinden. Dit is niet gelukt nu eiseres om 07:48 uur moest klaarstaan voor vertrek en haar zitting pas om 09:30 uur aanving. Anders dan eiseres aanvoert heeft verweerder hiermee aan zijn inspanningsverplichting voldaan. Daarbij heeft verweerder ter zitting voldoende gemotiveerd dat bij een luchtoverdracht meerdere factoren meespelen en verschillende partijen betrokken zijn waar ook verweerder afhankelijk van is.

5. In de maatregel staat dat de openbare orde deze maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en eiseres de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiseres:

- a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt; - b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven; - p. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden; - r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; - s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

6. Verweerder heeft ter zitting grond a laten vallen.

7. De gemachtigde van eiseres betwist de gronden r en s en voert aan dat deze gronden ten onrechte in het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) zijn opgenomen. Eiseres heeft verklaard dat zij een afspraak heeft hij stichting Barka om zich in te laten schrijven bij de gemeente. Het is onjuist dat slechts sprake is van een vaste woon- of verblijfplaats wanneer iemand is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Daarbij biedt een inschrijving in de BRP geen zekerheid dat iemand traceerbaar is en bestaat er geen reden om te denken dat iemand zonder vaste woon- of verblijfsplaats zal onderduiken. Verweerder heeft niet onderbouwd waarom het zwervende bestaan dat eiseres leidt tot overlast leidt. Dat iemand over onvoldoende middelen van bestaan beschikt betekent niet dat iemand zal onderduiken. Ook bepaalt de aanwezigheid van middelen van bestaan niet of iemand kan meewerken aan het vertrek.

8. Grond b is door eiseres niet betwist. Deze grond is feitelijk juist. Grond p is feitelijk juist en voldoende toegelicht. Eiseres heeft zich niet aan de verplichtingen uit hoofdstuk 4 gehouden door geen melding te maken van haar illegale verblijf bij de Korpschef. Grond r is feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Eiseres staat niet ingeschreven in de BRP. Dat eiseres een afspraak heeft gemaakt via Stichting Barka om zich in te laten schrijven, laat onverlet dat nog geen sprake is van een dergelijke inschrijving. Grond s is ook feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Eiseres heeft verklaard niet over liquide middelen te beschikken. Deze gronden zijn voldoende om de maatregel van vreemdelingenbewaring te dragen. Het risico op onderduiken is daarmee gegeven.

9. De rechtbank ziet geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen over of het niet geregistreerd zijn in de BRP leidt tot het risico op onderduiken, omdat iemand die geregistreerd is ook zou kunnen onderduiken. Het gaat om de gronden van de maatregel van vreemdelingenbewaring die samen tot de conclusie leiden dat sprake is van een onderduikrisico. Daarvan is in de zaak van eiseres gebleken.

10. Los van de door eiseres aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiseres verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 24 augustus 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. Y. Chakur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand