ECLI:NL:RBDHA:2026:24225

ECLI:NL:RBDHA:2026:24225

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer NL26.46795
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

59a, AMBV, gronden niet betwist, refoulement beoordeling, geen lichter middel, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.46795

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. E. El Assrouti),

en

(gemachtigde: mr. I van Es)

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. De opgelegde maatregel van bewaring is niet onrechtmatig en voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. De minister heeft eiser op 14 augustus 2026 op grond van artikel 59a, eerste lid, Vw in bewaring gesteld en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 21 augustus 2026, met behulp van telehoren, op zitting behandeld. Eiser is samen met mr. S. Toughza, waarnemend advocaat, verschenen op het detentiecentrum in Rotterdam. Er is een tolk op de rechtbank in Groningen verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De minister kan de vreemdeling op wie de AMBV van toepassing is, met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat, in bewaring stellen. Bewaring is alleen aan de orde als er een onderduikrisico bestaat of als dat noodzakelijk is ter bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, als ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen. Er moet een individuele beoordeling plaatsvinden van de situatie van de betrokken persoon. De bewaring moet evenredig zijn en er moeten geen andere, minder dwingende alternatieve maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. De bewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, als deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de bewaring.

De aan eiser opgelegde maatregel van bewaring

4. De minister heeft aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de AMBV en er een onderduikrisico bestaat.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij hij zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;

r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Voortraject

5. De rechtbank stelt vast dat eiser de vreemdelingrechtelijke procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling niet heeft bestreden. De bewaring is niet op die grond onrechtmatig.

Grondslag

6. De rechtbank is van oordeel dat eiser valt onder de in artikel 59a van de Vw genoemde categorie vreemdelingen. Er bestaat een concreet aanknopingspunt voor een overdracht zoals bedoeld in de AMBV. Eiser heeft op 3 augustus 2026 een asielbeschikking ontvangen, met een overdrachtsbesluit ten aanzien van Duitsland. Daarnaast hebben de Duitse autoriteiten al op 27 juli 2026 middels een claimakkoord laten weten, dat zij de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser aanvaarden.

Gronden

7. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd niet heeft betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, zodat het risico op onttrekking reeds daarmee is gegeven.

Refoulement beoordeling

8. Eiser stelt het zwaar te hebben gehad tijdens zijn verblijf in Duitsland. Hij stelt dat hij niet kan terugkeren, omdat hij jaren in een schrijnende situatie heeft gezeten, terwijl zijn asielaanvraag niet is behandeld.

9. De rechtbank overweegt dat in de beschikking van 3 augustus 2026 is geoordeeld dat er geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden, waardoor zou moeten worden afgezien van overdracht aan Duitsland. Eiser heeft tegen deze beschikking geen beroep ingesteld. Dat eiser ter zitting stelt dat hij de beschikking niet zou hebben ontvangen doet hier niet aan af, nu door de minister op zitting is toegelicht dat de beschikking aan de toenmalige gemachtigde van eiser is verzonden. De rechtbank is van oordeel dat de minister daarmee voldoende gemotiveerd heeft dat er geen risico bestaat op schending van het beginsel van non-refoulement bij overdracht aan Duitsland. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Lichter middel

10. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel dan de maatregel van bewaring op te leggen. In dit kader acht de rechtbank van belang dat, zoals hiervoor is overwogen, de gronden de maatregel van bewaring kunnen dragen en dat hiermee het risico op onttrekking is gegeven.

De rechtbank is verder van oordeel dat de minister de medische/psychische omstandigheden van eiser voldoende heeft betrokken bij de oplegging van de maatregel. De minister heeft eiser gewezen op de beschikbare medische faciliteiten en voorzieningen binnen het detentie- en uitzetcentrum. In dit verband heeft de minister terecht gesteld dat de medische zorgverlening binnen deze centra gelijkwaardig is aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij. Verder is de rechtbank niet gebleken van persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken. Dat eiser stelt mee te willen werken is onvoldoende om de maatregel van bewaring op te heffen.

Voortvarendheid en zicht op overdracht

11. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de overdracht van eiser en dat zicht op overdracht niet ontbreekt. Zo heeft er op 18 augustus 2026 een vertrekgesprek met eiser plaatsgevonden. Ook is er op 18 augustus 2026 een verzoek tot een landoverdracht verzonden en inmiddels is bevestigd dat de landoverdracht aan Duitsland op 26 augustus 2026 zal plaatsvinden.

Conclusie en gevolgen

12. De rechtbank stelt ambtshalve vast dat eiser in totaal niet langer dan zes maanden in bewaring zit.

13. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van

E.S. Tiggelaar, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. Hanssen - Telman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand