Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 18 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Ahmadi in Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. Yilmaz in Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
7 juli 2026;
11 juli 2026.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun schriftelijk mening over de verzoeken die over hen gaan via een kindverklaring van Stichting Oprecht Scheiden gegeven.
Op 13 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat, de man met zijn advocaat en S. Zoutendijk namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt er – na wijziging – toe dat:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert – onder referte voor het overige – verweer tegen de verzochte voorlopige zorgregeling, de voorlopige kinderalimentatie en het uitsluitend gebruik van de private leaseauto, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de man zelfstandig dat:
beschikking uit de echtelijke woning en de daarbij behorende schuren ophaalt;
- de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de private leaseauto, merk Audi A3, kenteken [kenteken] en de vrouw te bevelen de sleutels en bijbehorende bescheiden binnen 48 uur na de beschikking aan de man af te geven,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Uitsluitend gebruik echtelijke woning en toevertrouwing kinderen
De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw hiertoe toewijzen, aangezien de man zich hier niet tegen heeft verzet en de rechtbank dit ook in het belang van de kinderen acht.
Voorlopige zorgregeling
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Er is al enige tijd geen contact tussen de kinderen en hun vader. Aan de man is een contactverbod opgelegd, waardoor hij geen rechtstreeks contact met de vrouw mag opnemen. Sinds het contactverbod heeft de man geen contact meer met de kinderen opgenomen, uit angst dat dit de situatie verder zou escaleren of hem tegengeworpen zou worden. Het is onduidelijk hoe lang het contactverbod nog voortduurt. De kinderen hebben in de kindverklaring van Stichting Oprecht Scheiden aangegeven dat zij geen regeling voor contact met hun vader willen en dat zij ook niets van hem hebben gehoord.
Gelet op de leeftijd van de kinderen, wat zij hebben aangegeven, het aan de man opgelegde contactverbod ten aanzien van de vrouw en dat wat er in de afgelopen periode in de thuissituatie heeft plaatsgevonden acht de rechtbank het op dit moment niet in het belang van de kinderen om een concrete regeling voor contact tussen de man en de kinderen vast te stellen. Op de zitting heeft de rechtbank met partijen afgesproken dat de man de komende periode begint met het sturen van appjes aan de kinderen, waarbij hij niet zal vragen naar de vrouw. Op deze manier kan het contact worden hersteld en daarna mogelijk uitgroeien tot videobelcontact. Wanneer het contactverbod is opgeheven kan het contact tussen de man en de kinderen worden uitgebreid met fysiek contact, waarbij de overdracht zal plaatsvinden in de publieke ruimte, bijvoorbeeld in een winkelcentrum. Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij openstaat voor contact tussen de man en de kinderen, onder de voorwaarde dat dat de man vooraf kan aantonen geen verdovende middelen te gebruiken. De man heeft op de zitting verklaard hiermee te kunnen instemmen.
De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders, gelet op bovengenoemde toezeggingen, al dan niet met hulp van derden, afspraken zullen maken over fysiek contact tussen de man en de kinderen op het moment dat het contactverbod is opgeheven.
De rechtbank zal een beslissing nemen als hierna te melden.
Voorlopige kinderalimentatie
Op de zitting zijn partijen overeengekomen dat de man een voorlopige kinderalimentatie van € 480,- per maand per kind zal betalen. De rechtbank zal dit bedrag per heden vaststellen, ook nu zij dit niet in strijd acht met de wettelijke maatstaven.
Uitsluitend gebruik leaseauto
De man verzoekt het uitsluitend gebruik van de private leaseauto aan hem toe te wijzen. Hij stelt dat hij de maandelijkse leasetermijnen voldoet. Ook geeft de man aan dat hij de auto nodig heeft voor zijn woon-werkverkeer. Aangezien de man op dit moment arbeidsongeschikt is, is zijn bedrijfsauto inmiddels ingenomen. De man hoopt binnenkort te re-integreren in een ander team op zijn werk en heeft dan de beschikking over de private leaseauto nodig.
De vrouw betwist niet dat de private leaseovereenkomst op naam van de man staat en dat de
leasetermijnen door hem worden voldaan. De vrouw geeft echter aan dat zij de dagelijkse verzorging en opvoeding van de kinderen op zich neemt. Zij is voor het vervoer van de kinderen naar school en andere activiteiten afhankelijk van de private leaseauto. Als het uitsluitend gebruik van de private leaseauto aan de man wordt toegekend, zou hij verantwoordelijk moeten zijn voor het vervoer van de kinderen. De vrouw acht dat niet verantwoord, aangezien de man recent een rijverbod opgelegd heeft gekregen.
De rechtbank is van oordeel dat, bij een afweging van de verschillende belangen, de vrouw een groter belang heeft bij het voorlopig gebruik van de auto. Op dit moment werkt de man niet en heeft hij de auto daarom niet nodig om naar zijn werk te gaan. De vrouw heeft de auto nodig om de kinderen naar hun afspraken te brengen. In haar overweging neemt de rechtbank ook mee dat wanneer de man is gere-integreerd op zijn werk, hij weer over een bedrijfsauto kan beschikken. De rechtbank zal daarom het uitsluitend gebruik van de auto aan de vrouw toekennen.
Beschikbaar stellen goederen voor dagelijks gebruik
De man verzoekt te bevelen dat de vrouw goederen die strekken tot het dagelijks gebruik van de man beschikbaar te stellen, waaronder in ieder geval zijn paspoort, persoonlijke kleding en werkgereedschap. De vrouw betwist dat het paspoort van de man en werkgereedschap zich in de woning, garage of berging bevinden.
Op de zitting hebben partijen afgesproken dat de broer van de man bij de vrouw thuis persoonlijke spullen kan ophalen voor zover die nog aanwezig zijn. Partijen zullen de datum hiervoor in onderling overleg regelen. De rechtbank zal conform deze overeenstemming van partijen beslissen.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] in [plaats];
*
bepaalt dat de minderjarigen:
aan de vrouw worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om contact te hebben met [minderjarige 1] en [minderjarige 2]:
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden, voorlopig een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2](bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 480,- per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
bepaalt dat de vrouw voorlopig bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de private leaseauto, merk Audi A3, kenteken [kenteken];
*
beveelt dat de vrouw aan de man de goederen strekkend tot zijn dagelijks gebruik beschikbaar zal stellen, die door de broer van de man zullen worden opgehaald op een in onderling overleg af te spreken moment, voor zover deze goederen zich nog in de woning, garage of berging bevinden;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.