Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 12 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.D. Radenovska in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman in Leiderdorp.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 21 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat, voor de duur van de bodemprocedure:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig:
- te bepalen dat [de minderjarige] aan de man wordt toevertrouwd;
- te bepalen dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden behalve tijdens de zorgmomenten;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
Op de zitting hebben beide ouders verzocht om daarnaast een voorlopige zorgregeling vast te leggen.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aan de Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en toevertrouwing [de minderjarige]
Beide ouders verzoeken [de minderjarige] aan hen toe te vertrouwen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning.
De vrouw voert daartoe het volgende aan. Sinds de geboorte van [de minderjarige] draagt de vrouw de volledige zorg voor haar. [de minderjarige] heeft autisme waardoor ze moeite heeft met praten, nog niet zindelijk is en sinds kort naar speciaal onderwijs gaat. Via Integrale Vroeghulp is [de minderjarige] op de wachtlijst gezet voor Ipse de Bruggen en specialistische logopedie, en via Kracht is een toeleiding aangevraagd voor Spelend Leren van Centrum Groei. De vrouw stelt dat de spanningen tussen de ouders zijn opgelopen doordat de man moeite heeft met het accepteren van de diagnose van [de minderjarige] en de gevolgen die dat voor haar heeft. De man geeft de vrouw de schuld van de diagnose en verwijt haar niet goed voor [de minderjarige] te zorgen. Verder stelt de vrouw te worden blootgesteld aan psychische mishandeling, verbale agressie en structurele vernedering door de man. Doordat de man steeds agressiever werd, zijn uiteindelijk de politie en Veilig Thuis betrokken geraakt. De vrouw hoopt de komende tijd op rust, stabiliteit en veiligheid voor haarzelf en [de minderjarige] . De vrouw verzoekt daarom het uitsluitend gebruik van de woning en [de minderjarige] aan haar toe te vertrouwen, zodat de vrouw met [de minderjarige] in haar vertrouwde woonomgeving kan blijven wonen.
De man voert verweer en betwist de stellingen van de vrouw. Volgens de man draagt juist hij het grootste gedeelte van de zorg voor [de minderjarige] . Hij stelt dat de vrouw de hele dag op TikTok zit, niet omkijkt naar [de minderjarige] en de woning flink verwaarloost. Verder onderneemt de vrouw geen enkele activiteit met [de minderjarige] waardoor de man dit vaak na zijn werk of in het weekend gaat doen met haar. De man vindt het dan ook van belang dat [de minderjarige] aan hem wordt toevertrouwd zodat zij samen met de man in haar vertrouwde omgeving kan blijven wonen. De man heeft met zijn werkgever gepraat en kan waar nodig zijn werktijden aanpassen zodat hij de volledige zorg voor [de minderjarige] kan dragen. De man betwist verder het door de vrouw gestelde verbale geweld, nu het volgens hem juist de vrouw is die tegen hem en [de minderjarige] schreeuwt.
De rechtbank stelt voorop dat voorlopige voorzieningen het karakter hebben van een ordemaatregel van tijdelijke aard in het kader van de echtscheidingsprocedure. Het uitgangspunt daarbij is dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van de ouders, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Het is de rechtbank gebleken dat de onderlinge verhouding tussen de ouders slecht is, zij zich vooral bezighouden met het maken van verwijten naar elkaar en dat zij niet meer gezamenlijk in de echtelijke woning kunnen verblijven. De rechtbank zal daarom een belangenafweging moeten maken en beoordelen welke ouder op dit moment het meeste belang heeft bij verblijf in de woning.
Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Hoewel beide ouders belang hebben om de woning te blijven, is voor de rechtbank het belang van [de minderjarige] doorslaggevend. Gelet op haar autisme en als gevolg daarvan haar bovengemiddelde hulpvraag, is het belangrijk dat zij in haar vertrouwde omgeving kan blijven wonen. De ouders onderschrijven dit. De rechtbank is van oordeel dat weliswaar is gebleken dat beide ouders zorgen voor [de minderjarige] , maar dat het grootste deel van de zorgtaken bij de vrouw ligt. De man heeft een fulltime baan terwijl de vrouw niet werkt en dan de zorg voor [de minderjarige] heeft. Daarnaast heeft de vrouw de BEER-training gevolgd in de periode van november 2025 tot april 2026. Uit het eindverslag blijkt dat de man wegens zijn werk niet kon aansluiten. Uit het eindverslag van mei jl. blijkt verder dat de vrouw stappen heeft gezet die er toe hebben geleid dat zij beter aansluit bij de behoefte en het tempo van [de minderjarige] , laat zien dat zij [de minderjarige] goed kent, sensitief reageert op haar signalen en zich actief inzet om contact te stimuleren. Daarnaast overweegt de rechtbank dat nu de man een vaste baan en inkomen heeft, terwijl de vrouw niet werkt, de man beter in staat moet worden geacht om alternatieve woonruimte te vinden voor zichzelf. Gelet op het bovenstaande, is de rechtbank van oordeel dat het belang van de vrouw om in de woning te blijven zwaarder weegt dan het belang van de man. De rechtbank zal daarom bepalen dat [de minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd en dat zij voorlopig het uitsluitend gebruik van de woning krijgt.
Voorlopige zorgregeling
De ouders zijn het erover eens dat het van belang is dat [de minderjarige] ook contact heeft met de ouder die niet in de woning kan blijven wonen. Nu het uitsluitend gebruik van de woning aan de vrouw is toegekend, zal de rechtbank hierna spreken over een voorlopige zorgregeling tussen de man en [de minderjarige] .
De rechtbank overweegt dat de ouders elkaar heel veel verwijten maken over het gebrek aan opvoedcapaciteiten van de ander en het verwaarlozen van de echtelijke woning. Hetgeen zij daarover vertellen staat lijnrecht tegenover elkaar. Voor de rechtbank is echter niet gebleken dat één van de ouders hierin te kort schiet. De rechtbank overweegt verder dat [de minderjarige] beide ouders nodig heeft, en ook het recht heeft op verzorging en opvoeding door beide ouders. Om deze reden zal de rechtbank een zorgregeling vastleggen waarbij de man twee doordeweekse dagen uit zijn werk tot en met het naar bed brengen, contact met [de minderjarige] heeft in de echtelijke woning, alsmede iedere week een dagdeel in het weekend, nader in onderling overleg te bepalen. De vrouw heeft op de zitting immers aangegeven dat zij het goed vindt om de woning te verlaten zodat de man contact kan hebben met [de minderjarige] in een voor haar bekende omgeving. De rechtbank benadrukt het voorlopige karakter van deze zorgregeling is en moedigt de ouders dan ook aan om in nader overleg een zorgregeling af te spreken die past bij hun situatie en waarin ook voor de vader een belangrijk aandeel in de opvoeding en verzorging voor [de minderjarige] gewaarborgd is.
Voorlopige kinderalimentatie
De vrouw verzoekt een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen van € 100,- per maand. De man heeft in zijn verweerschrift aangegeven dat hij akkoord is met dit bedrag indien [de minderjarige] aan de vrouw zou worden toevertrouwd. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw toewijzen, en bepalen dat de man vanaf heden een voorlopige kinderalimentatie moet betalen van € 100,- per maand.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden met uitzondering van de hierna genoemde contactmomenten met [de minderjarige] ;
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
*
bepaalt als voorlopige zorgregeling dat de man op twee doordeweekse dagen uit zijn werk tot en met het naar bed brengen van [de minderjarige] , alsmede een dagdeel in het weekend, samen met [de minderjarige] in de echtelijke woning is en dat de vrouw daarbij de echtelijke woning verlaat;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 100,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.