ECLI:NL:RBDHA:2026:24292

ECLI:NL:RBDHA:2026:24292

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer NL25.6074 en NL25.6075
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Beroep ongegrond, vovo afgewezen. Aanvraag om opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw terecht afgewezen. Standpunt dat behandeling in land van herkomst niet beschikbaar is op geen enkele wijze onderbouwd

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser en verzoeker

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.6074 (beroep) en NL25.6075 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. W. Hoebba),

en

(gemachtigde: mr. M. Latul).

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het niet eens met de afwijzing daarvan. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Hij heeft ook de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank en de voorzieningenrechter (rechtbank) de afwijzing van de aanvraag en het verzoek om een voorlopige voorziening.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvraag van eiser om opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw op goede gronden heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Er is daarom geen reden meer om een voorlopige voorziening te treffen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Eiser is geboren op [geboortedag] 1974 en heeft de Ghanese nationaliteit. Eiser heeft op 3 februari 2022 een aanvraag ingediend om opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw.

Met het primaire besluit van 12 juli 2022 heeft de minister deze aanvraag afgewezen. De minister heeft het primaire besluit gebaseerd op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) van 20 april 2022. Uit het advies volgt dat er bij het uitblijven van de medische behandeling een medische noodsituatie op korte termijn kan worden verwacht, dat de noodzakelijke medische behandeling in Ghana wel aanwezig is en dat eiser in staat is om te reizen naar Ghana, met enige medische voorziening. Ook heeft de minister overwogen dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij geen financiële middelen heeft of zou kunnen verkrijgen om de medische kosten in Ghana te kunnen betalen. De minister heeft eiser er in het primaire besluit op gewezen dat hem al op 20 april 2014 is aangezegd Nederland en de Europese Unie onmiddellijk te verlaten.

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Hij heeft ook de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft met een uitspraak van 23 mei 2023 het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en bepaald dat eiser niet mag worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist.

Voorafgaand aan het bestreden besluit heeft de minister het BMA opnieuw gevraagd om een advies uit te brengen. Het BMA heeft vervolgens op 4 januari 2024 een advies uitgebracht. Op 21 mei 2024 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden in de bezwaarfase. Na die hoorzitting is gebleken dat eiser een niertransplantatie heeft ondergaan. De minister heeft daarom aan het BMA gevraagd of dit aanleiding is voor een gewijzigd advies. Het BMA heeft aangegeven dat dit het geval is en heeft op 26 juni 2024 en op30 juli 2024 opnieuw advies uitgebracht.

Met het bestreden besluit van 6 februari 2025 heeft de minister het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. De minister heeft zich gebaseerd op de BMA-adviezen van 26 juni 2024 en 30 juli 2024. Daaruit volgt dat bij het uitblijven van behandeling ter preventie van de afstoting van de niertransplantatie en het uitblijven van de behandeling van de hoge bloeddruk, een medische noodsituatie wordt verwacht binnen de termijn van drie tot zes maanden. Eiser wordt nog wel in staat geacht om te kunnen reizen en er zijn geen aanwijzingen dat enige medische voorziening noodzakelijk is. Op grond van de beschikbare informatie is de behandeling en de medicatie voor eiser in Ghana aanwezig. De minister heeft eiser er wederom op gewezen dat hem al op 20 april 2014 is aangezegd Nederland en de Europese Unie onmiddellijk te verlaten.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft ook opnieuw de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 20 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, K. Mensah als tolk in de taal Twi, en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de minister de aanvraag van eiser om opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw op goede gronden heeft afgewezen.

Juridisch kader

Bij een aanvraag voor opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw toetst de minister of de aanvrager medisch gezien in staat is om te reizen en of er een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 van het EVRM om medische redenen. Daarvan is volgens paragraaf A3/7.1.3 van de Vreemdelingencirculaire sprake als uit het advies van het BMA blijkt dat het achterwege blijven van de medische behandeling naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een medische noodsituatie en de noodzakelijke medische behandeling in het land van herkomst niet beschikbaar is, of, als die medische behandeling wel beschikbaar is, is gebleken dat deze aantoonbaar niet toegankelijk is.

Een BMA-advies is een deskundigenadvies dat aan de minister wordt uitgebracht voor de uitoefening van zijn bevoegdheden. Als de minister een BMA-advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, moet hij zich er op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht van vergewissen dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Als aan die eisen is voldaan, mag de minister bij de beoordeling van een aanvraag van een BMA-advies uitgaan. Dit is anders als er concrete aanknopingspunten aanwezig zijn voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan. Een vreemdeling kan met een contra-expertise de inhoudelijke juistheid van een BMA-advies betwisten.

Objectiviteit en onafhankelijkheid BMA

Eiser voert aan dat de objectiviteit en onafhankelijkheid van het BMA, als interne deskundige van de minister en de informatieverstrekkende organisaties waar het BMA-advies op is gebaseerd, niet kunnen worden gegarandeerd. Deze worden namelijk betaald door de minister zelf.

De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat het BMA en de informatieverstrekkende organisaties niet objectief of niet onafhankelijk zijn. De enkele stelling van eiser dat deze worden betaald door de minister is daarvoor onvoldoende. Eiser heeft verder niets aangevoerd waaruit zou blijken dat het BMA niet objectief en onafhankelijkheid is.

Toegankelijkheid noodzakelijke medische zorg

Eiser voert aan dat hij in bezwaar de toegankelijkheid van de medische zorg gemotiveerd heeft betwist. De minister heeft deze informatie genegeerd en geen individuele en concrete beoordeling van de specifieke situatie van eiser gemaakt. Volgens eiser moet hij levenslang in Nederland blijven voor de voortzetting van zijn behandeltraject en zijn de behandelingen die hij in Nederland ondergaat niet beschikbaar in Ghana.

De rechtbank overweegt dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling, gebaseerd op het arrest Paposhvili, volgt dat het in eerste plaats aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst op grond van zijn slechte gezondheidstoestand een reëel risico in de zin van artikel 3 van het EVRM loopt omdat, als de noodzakelijke medische zorg daar beschikbaar is, deze in zijn geval niet feitelijk toegankelijk is. Dit hoeft volgens het EHRM geen ‘clear proof’ te zijn. Dit betekent dat de vreemdeling aannemelijk moet maken wat de kosten zijn van de voor hem noodzakelijke behandeling in het land van herkomst. Verder moet de vreemdeling, als hij stelt dat deze behandeling om financiële of andere redenen voor hem feitelijk niet toegankelijk is, dat aannemelijk maken. Als de vreemdeling dit aannemelijk heeft gemaakt, is het aan de nationale autoriteiten van de uitzettende staat om de twijfel over een mogelijke schending van artikel 3 van het EVRM weg te nemen.

De rechtbank stelt vast dat de voormalig gemachtigde van eiser in de bezwaarfase een aantal stukken heeft overgelegd over de toegankelijkheid van de benodigde medische zorg in Ghana. Deze stukken gingen echter over nierdialyses. Eiser heeft op 24 april 2024 een niertransplantatie ondergaan. Dat betekent dat de overgelegde stukken over nierdialyses niet meer relevant zijn. Het BMA heeft daarom ook een nieuw advies uitgebracht, over de toegankelijkheid van de behandeling ter preventie van afstoting van de transplantatienier. Dat is waar het in deze zaak om gaat. Met betrekking tot dat punt heeft de voormalig gemachtigde van eiser in bezwaar enkel verwezen naar een andere uitspraak, waarin het BMA heeft geadviseerd dat de benodigde behandeling in het land van herkomst niet beschikbaar was. De rechtbank overweegt dat dit anders is dan in de zaak van eiser, nu het BMA in het geval van eiser heeft gesteld dat de benodigde behandeling wel beschikbaar is in Ghana.

De rechtbank overweegt verder dat eiser enkel gesteld heeft dat de behandeling die hij nodig heeft in Ghana voor hem niet beschikbaar is. Eiser heeft dit standpunt op geen enkele wijze met stukken onderbouwd. Hij heeft niet toegelicht wat de kosten zijn van deze behandeling en of hij deze kosten kan dragen. Hij heeft wel aangevoerd dat hij geen verdiencapaciteit heeft en erop gewezen dat hij in Nederland een bijstandsuitkering ontvangt, maar hij heeft dit standpunt niet met stukken onderbouwd. In bezwaar is er wel een medische verklaring overgelegd waarin staat dat eiser wegens zijn nierdialyses niet kon werken, maar die verklaring is niet meer relevant, omdat nu geen sprake meer is van nierdialyses. Eiser heeft verder geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij na zijn niertransplantatie nog steeds niet in staat is om te werken. Eiser heeft verder ook geen contra-expertise overgelegd of concrete aanknopingspunten ingebracht op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van het BMA-advies. Naar het oordeel van de rechtbank moet daarom uit worden gegaan van de juistheid van het BMA-advies en dus dat de benodigde behandelingen voor eiser wel beschikbaar zijn in Ghana.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. De minister heeft de aanvraag van eiser om opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw terecht afgewezen. Omdat de rechtbank nu op het beroep beslist, is het treffen van een voorlopige voorziening niet meer nodig. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen.

Eiser krijgt het door hem betaalde griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL25.6074:

- verklaart het beroep ongegrond.

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL25.6075:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. I.G.A. Karregat, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand