ECLI:NL:RBDHA:2026:24294

ECLI:NL:RBDHA:2026:24294

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer NL26.32865 en NL26.35242
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Asiel Turkije, eiser is Koerd, Aleviet en politiek actief bij de HDP en TIP, de rechtbank is van oordeel dat de minister niet goed heeft gemotiveerd waarom de problemen van eiser vanwege zijn politieke activiteiten ongeloofwaardig zijn, daarbij is de minister uitgegaan van een te beperkt beeld van eiser als politiek actief persoon, de rechtbank is verder van oordeel dat een eventuele vervolging van eiser op grond van artikel 299 niet kan worden aangemerkt als vervolging wegens een commuun delict, daarbij is het ambtsbericht niet duidelijk wat betreft het risico op een gevangenisstraf, het beroep is gegrond.

Uitspraak

[eiser] ,

geboren op [geboortedag] 1997, van Turkse nationaliteit, eiser/verzoeker, hierna: eiser

(gemachtigde: mr. M.B. Ullah),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister

(gemachtigde: mr. S. Imani).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

De minister heeft met het bestreden besluit van 28 mei 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Op 25 juni 2026 heeft hij verzocht om een voorlopige voorziening die ertoe strekt dat hij niet zal worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op

30 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde, E. Taskin en G. Akkaya als tolken in de Turkse taal, en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de minister de asielaanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wijst de rechtbank af. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Asielrelaas

4. Eiser heeft het volgende relaas aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser heeft verklaard dat hij de Turkse nationaliteit heeft, behoort tot de Koerdische bevolkingsgroep en Aleviet is. Sinds 2013 is eiser actief op het gebied van veiligheidsstrategie voor de alliantie van arbeid en vrijheid, waaronder partijen zoals de HDP en de TIP. Ook nam eiser deel aan demonstraties en persconferenties. Eiser stelt dat hij problemen heeft ondervonden met de Turkse autoriteiten vanwege zijn politieke uitlatingen op sociale media, waarbij eiser president Erdogan zou hebben beledigd. Eiser vermoedt dat de beschieting van zijn woning in september 2023 verband houdt met zijn politieke activiteiten. In september 2023 is tegen een vriend van eiser onderzoek ingesteld omdat hij een tweet van eiser had gedeeld. Op 24 september 2023 is de moeder van eiser gebeld door de zus van de parlementariër van de AK-partij met een dreigement. Medio oktober 2023 is eiser uit Turkije vertrokken. In april 2024 is er een strafrechtelijk onderzoek naar eiser gestart op grond van artikel 299 van het Wetboek van Strafrecht, en is er bij uitspraak van 13 mei 2024 door de rechtbank een arrestatiebevel uitgevaardigd. Ook zijn de echtgenote en vader van eiser onder druk gezet door de politie. Eiser zet in Nederland zijn politieke activiteiten via sociale media voort. Ook zit hij sinds zijn afwijzende beslissing in honger- en dorststaking en demonstreert hij voor het IND-loket in Den Haag. Hierop heeft eiser haatreacties en dreigementen ontvangen.

Ter onderbouwing van zijn relaas heeft eiser de volgende stukken overgelegd:

1. Identiteitskaart;

2. Vertaling van de uitspraak enkelvoudige kamer lichte strafzaken;

3. Proces verbaal en onderzoeksrapport met vertaling;

4. Politieverklaring 14 maart 2024;

5. Politieverklaring 15 april 2024;

6. Verklaring advocaat Turkije, 20 oktober 2025 en 23 oktober 2025;

7. Facebook chats;

8. Foto’s van een beschoten woning;

9. Onderzoeksrapport van de politie over de beschieting van eiser zijn woning;

10. Foto van mishandelingen dochter;

11. Foto’s van de politieke activiteiten van eiser in Turkije en Nederland;

12. Vonnis van de politierechter waarin eiser als getuige is verschenen;

13. Stukken inzake de vriend van eiser tegen wie ook een strafzaak loopt;

14. Overzicht openstaande strafzaken;

15. Aanhoudingsbevelen d.d. 13 mei 2024;

16. Verklaring van de Alevitische vereniging;

17. Handgeschreven verklaring van een vriend van eiser;

18. Uittreksel uit de Turkse BRP van de vader van eiser;

19. Mail gemeente Den Haag over beëindiging demonstratie;

20. Proces-verbaal aangifte incident van bedreiging;

21. Patiëntendossier en bloeduitslagen;

22. Links naar Turkse media waarin eiser is verschenen en,

23. Foto Instagram en informatie over zichtbaarheid van de foto.

Besluitvorming

5. Volgens de minister bestaat het relaas uit de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Discriminatie vanwege Koerd en Aleviet zijn;

3. Eiser zijn problemen met de Turkse autoriteiten vanwege het beledigen van de president;

4. Eiser zijn politieke overtuiging en de daaruit voortvloeiende problemen.

De minister acht de eerste drie asielmotieven geloofwaardig. De minister acht eiser zijn politieke overtuiging en dat hij heeft deelgenomen aan demonstraties en activiteiten geloofwaardig, maar de hieruit voortgevloeide problemen niet. De geloofwaardig geachte asielmotieven, feiten en omstandigheden leiden volgens de minister niet tot vluchtelingschap of een reëel risico op ernstige schade.

Toetsingskader

6. Op 12 juni 2026 is het Asiel- en migratiepact ingegaan. Met dit pact zijn diverse richtlijnen omgezet naar verordeningen. Onder meer de Kwalificatierichtlijn is ingetrokken en vervangen door de Kwalificatieverordening. De Kwalificatieverordening kent geen overgangsrecht. Omdat de rechtbank een volledig en ex nunc-onderzoek dient te verrichten, zal de rechtbank uitgaan van het recht zoals dat gold ten tijde van het sluiten van het onderzoek. Dit betekent dat de rechtbank zal toetsen aan de Kwalificatieverordening.

Geloofwaardigheid van de problemen vanwege eiser zijn politieke overtuiging

7. De minister stelt zich op het standpunt dat de problemen vanwege eiser zijn politieke activiteiten niet geloofwaardig zijn. Volgens de minister berusten eisers verklaringen over de beschieting van zijn woning op vermoedens. De minister ziet niet in waarom de staat betrokken zou zijn, nu de politie wel een proces-verbaal heeft opgemaakt. Eisers stelling dat de deep state betrokken is, is niet met objectieve stukken onderbouwd. Uit het politierapport blijkt namelijk niet dat sprake is van een geplande en bewust onopgelost gelaten actie. Verder acht de minister het bevreemdend dat er in september 2023 een onderzoek naar eisers vriend zou zijn gestart vanwege het delen van een tweet van eiser, maar dat het onderzoek naar eiser zelf pas in 2024 is gestart. Ook heeft eiser de verklaring dat zijn moeder zou zijn gebeld door de zus van een parlementariër van de AK-partij niet met concrete en verifieerbare gegevens onderbouwd. Daarnaast zijn de verklaringen van eiser over deze gebeurtenis volgens de minister vaag en summier. Allerlaatst weegt de minister mee dat eiser op legale wijze Turkije heeft verlaten, en het in de rede had gelegen dat eiser zou zijn tegengehouden indien hij daadwerkelijk in de negatieve belangstelling van de autoriteiten stond.

Eiser stelt dat zijn problemen vanwege zijn politieke activiteiten geloofwaardig dienen te worden geacht. Daartoe stelt eiser zich op het standpunt dat de minister niet goed heeft gemotiveerd waarom met het overgelegde politierapport niet aannemelijk is gemaakt dat de beschieting het gevolg is van de politieke activiteiten van eiser. Uit het rapport blijkt dat twee afzonderlijke inslagen van kogels in de buitenmuur van de woning zijn vastgesteld, maar opvallend genoeg meldt het rapport dat er op de plaats delict geen ballistische sporen zijn aangetroffen. Het standpunt van de minister dat nu de vriend van eiser eerder is vervolgd, niet maakt dat eiser in het negatieve daglicht van de Turkse autoriteiten stond, houdt gelet op het arrestatiebevel geen stand. Eiser kan niet onderbouwen dat zijn moeder door de zus van de parlementariër is gebeld, nu het de aard van dergelijke anonieme gesprekken is dat de beller geen persoonsgegevens prijsgeeft. Volgens eiser weegt de minister ten onrechte mee dat hij zonder belemmeringen het land heeft kunnen verlaten, immers was op dat moment het strafrechtelijk proces nog niet gestart. Ook verwijst eiser naar pagina 20 van het Algemeen Ambtsbericht Turkije 2025, waaruit volgt dat een strafrechtelijke procedure en de mogelijkheid om het land legaal uit te reizen twee verschillende aangelegenheden zijn. Allerlaatst voert eiser aan dat hij heeft onderbouwd dat zijn familie daadwerkelijk is gevlucht.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet deugdelijk gemotiveerd waarom de door eiser gestelde problemen ongeloofwaardig zijn. Ten aanzien van de beschieting van de woning van eiser volgt de rechtbank de minister niet in zijn standpunt dat dit slechts vermoedens betreffen en eiser deze nader had moeten onderbouwen. De minister heeft erkend dat het opvallend is dat uit het onderzoeksrapport blijkt dat twee afzonderlijke kogelinslagen in de woning van eiser zijn vastgesteld, maar er geen ballistische sporen zijn gevonden. Eiser heeft verklaard dat na het incident de politie ter plaatse is gekomen en een proces-verbaal heeft opgemaakt. De minister heeft op de zitting niet kunnen toelichten waarom van eiser, naast het reeds overgelegde proces-verbaal, verlangd wordt dat hij aangifte doet of anderszins nader onderbouwt dat de beschieting verband hield met zijn politieke activiteiten. Daarbij heeft eiser een e-mail overgelegd van de heer [persoon] in antwoord op vragen van Vluchtelingenwerk Nederland. [persoon] acht het gelet op het politieke profiel van eiser zeer wel mogelijk dat personen binnen de Turkse autoriteiten direct dan wel indirect betrokken zijn geweest bij de beschieting van de woning van eiser.

Voorts ziet de rechtbank niet in welke relevantie toekomt aan het feit dat tegen de vriend van eiser eerder een onderzoek is ingesteld naar aanleiding van het delen van een tweet van eiser, voordat een onderzoek tegen eiser zelf werd gestart. De minister betwist immers niet dat inmiddels tegen eiser een strafrechtelijk onderzoek is ingesteld, dat tegen hem een arrestatiebevel is uitgevaardigd, en eiser zodoende in de negatieve belangstelling van de autoriteiten is komen te staan. Ten aanzien van het telefoongesprek overweegt de rechtbank dat eiser tijdens het nader gehoor de naam heeft genoemd van de betreffende parlementariër en heeft verklaard dat de persoon die zijn moeder telefonisch benaderde zich presenteerde als diens zus. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat hij de naam van de betreffende persoon aan zijn moeder heeft gevraagd, maar dat zijn moeder deze naam niet heeft gekregen. De rechtbank ziet niet in welke nadere onderbouwing van eiser kan worden verlangd. Ook het standpunt van de minister dat het feit dat eiser Turkije legaal heeft kunnen verlaten een indicatie vormt dat hij niet in de negatieve belangstelling van de autoriteiten stond, acht de rechtbank onvoldoende gemotiveerd. Eiser heeft gewezen op informatie uit het meest recente ambtsbericht waaruit volgt dat het mogelijk is voor een persoon waartegen een strafrechtelijk onderzoek loopt om het land legaal uit te reizen. Het strafrechtelijk onderzoek naar eiser is voorts pas gestart na zijn uitreis. De minister heeft ook ter zitting niet kunnen toelichten waarop de stelling is gebaseerd dat iemand die in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten staat, het land per definitie niet legaal zou kunnen verlaten.

Gelet op het voorgaande dient de minister nader te motiveren waarom de gestelde problemen vanwege eiser zijn politieke activiteiten niet geloofwaardig worden geacht. Daarbij merkt de rechtbank op dat de minister ook niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom aan eiser in deze niet het voordeel van de twijfel toekomt. Bij de beoordeling dienen de gestelde problemen immers te worden bezien tegen de achtergrond van het politieke profiel van eiser. De minister heeft geloofwaardig geacht dat eiser betrokken is geweest bij de HDP en TIP, dat hij heeft deelgenomen aan demonstraties en andere politieke activiteiten, Koerd is en behoort tot de Alevitische gemeenschap. Bovendien is tegen eiser een arrestatiebevel uitgevaardigd, hetgeen een belangrijke indicatie is voor eisers eerdere problemen.

De rechtbank constateert dat de minister in de besluitvorming is uitgegaan van een te beperkt beeld van eiser als politiek actief persoon, na een nader gehoor van niet meer dan 2,5 uur. De minister gaat uit van een marginale rol, nu eiser zijn activiteiten beperkt en voornamelijk ondersteunend van aard waren. Eiser heeft in de zienswijze echter een aanzienlijke hoeveelheid foto’s overgelegd waaruit een grote politieke betrokkenheid blijkt. Zo is eiser zichtbaar bij demonstraties en persconferenties en bij verschillende media- en partijactiviteiten van de HDP en TIP. Daarnaast heeft eiser al in het nader gehoor verklaard dat hij nauwe banden onderhoudt met de partijtop en de partijleider van de TIP. Ter onderbouwing daarvan heeft hij foto's overgelegd waarop hij samen met de partijleider staat afgebeeld. Ook heeft eiser in de zienswijze aangevoerd dat hem een zeldzaam partijsymbool is overhandigd. De minister heeft deze met stukken onderbouwde informatie niet zonder meer terzijde mogen schuiven met de enkele overweging dat eiser in de zienswijze een prominentere rol heeft geschetst dan eerder door hem naar voren waren gebracht. Daarbij kan de rechtbank het standpunt van de minister dat eiser tijdens het nader gehoor wisselend heeft verklaard over het aantal persconferenties waarbij hij verklaringen heeft voorgelezen, niet zonder meer volgen. Eiser heeft in het nader gehoor en ter zitting toegelicht dat hij slechts eenmaal zelf een persconferentie heeft gegeven, namelijk naar aanleiding van de rechtszitting van Deniz Poyraz. Dit is niet noodzakelijkerwijs tegenstrijdig met zijn eerdere verklaring in het nader gehoor dat hij meerdere keren tijdens persconferenties verklaringen heeft voorgelezen. Eiser heeft namelijk ter zitting toegelicht dat hij met deze laatste verklaring doelde op het geven van informatie aan het publiek, en niet op het zelf geven van een persconferentie voor de media.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat niet inzichtelijk uit de besluitvorming blijkt hoe de minister het relaas van eiser heeft afgezet tegen de situatie in het land van herkomst. De rechtbank acht dit van belang, nu de beschikbare landeninformatie erop wijst dat personen met het (politieke) profiel van eiser sneller in de negatieve belangstelling van de autoriteiten kan komen te staan. Zo blijkt uit het Algemeen Ambtsbericht Turkije 2023 dat de HDP, haar vertegenwoordigers, leden en aanhangers voortdurend onder druk worden gezet door de Turkse autoriteiten in de vorm van intimidatie, druk, repressie en systematische (massa-)arrestaties. Ongeveer 5.000 HDP-leden zitten op het moment van schrijven in de gevangenis. Net als in het vorige ambtsbericht konden volgens het Algemeen Ambtsbericht Turkije 2025 onder andere de volgende activiteiten tot negatieve belangstelling leiden: het plaatsen, delen en liken van HDP-gezinde berichten op de sociale media; het deelnemen aan demonstraties (bijvoorbeeld tegen de benoeming van bewindvoerders); het geven of bijwonen van persverklaringen, en het sturen van geld naar gevangengezette familieleden. De minister zal bij het nieuw te nemen besluit de actuele en beschikbare landeninformatie over Turkije kenbaar en in samenhang met het relaas en het profiel van eiser bij zijn beoordeling dienen te betrekken.

Tot slot zal de minister in het nieuw te nemen besluit ook dienen in te gaan op de door eiser naar voren gebrachte problemen die zijn vader en ex-vrouw hebben ondervonden als gevolg van eisers politieke activiteiten. De minister is hier in het bestreden besluit ten onrechte niet op ingegaan.

Zwaarwegendheid problemen vanwege politieke activiteiten

8. De minister stelt zich op het standpunt dat eiser zijn gegronde vrees vanwege problemen met de Turkse autoriteiten niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister neemt wel aan dat het niet de intentie van eiser was om de president te beledigen, maar feit blijft dat eiser wordt toegedicht zich schuldig te hebben gemaakt aan een commuun delict onder artikel 299 van het Wetboek van Strafrecht. Volgens de minister is niet gebleken dat eiser daadwerkelijk een straf te wachten staat. Uit het Algemeen Ambtsbericht Turkije 2025 volgt namelijk dat slechts bij een laag percentage van de rechtszaken er daadwerkelijk een veroordeling plaatsvindt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt waarom hij een zwaardere straf zou krijgen. Daarvoor acht de minister van belang dat eiser met zijn eerdere onlineactiviteiten en hoeveelheid volgers niet een dusdanig groot bereik heeft.

Volgens eiser gaat het in dit geval niet om een commuun delict, aangezien in Turkije het strafrecht wordt ingezet om iemand te bestraffen voor zijn politieke overtuiging. Daarbij voert eiser aan dat hij wel degelijk risico loopt op een gevangenisstraf. De informatie uit het ambtsbericht neemt niet weg dat er daadwerkelijk personen worden vervolgd. Hierbij is van belang dat eiser een Koerdisch-Alevitische politieke activist is en dit een relevante en risicoverhogende omstandigheid vormt. Een arrestatiebevel is bij uitstek een indicatie dat een persoon zal worden vervolgd. Overigens vreest eiser ook om voor onbekende tijd in de gevangenis te belanden in afwachting van een strafrechtelijke procedure die nog jaren kan duren.

De rechtbank acht allereerst van belang dat tussen partijen niet ter discussie staat dat het niet de intentie van eiser was president Erdoğan te beledigen, maar het een politieke uiting richting het regime betrof. Eiser heeft in dit verband gewezen op het Algemeen Ambtsbericht 2025 waaruit volgt dat de kritiek op president Erdoğan zich niet altijd laat onderscheiden in kritiek op hem als partijleider en kritiek op hem als vertegenwoordiger van de staat en het volk. Daarnaast heeft eiser ook gewezen op informatie van Vluchtelingenwerk Nederland waarin staat opgenomen dat volgens Amnesty International artikel 299 in de praktijk wordt ingezet om journalisten het zwijgen op te leggen door middel van strafrechtelijke onderzoeken, vervolgingen en willekeurige voorlopige hechtenis. Amnesty International wijst er daarbij op dat artikel 299 wordt gebruikt om de vrijheid van meningsuiting, waaronder die van journalisten, te onderdrukken. Gelet op deze informatie is de rechtbank van oordeel dat een eventuele vervolging van eiser op grond van artikel 299 niet kan worden aangemerkt als vervolging wegens een commuun delict maar moet worden gezien als een daad van politieke vervolging.

Wat betreft het risico op een gevangenisstraf op grond van artikel 299, citeert de rechtbank de volgende relevante passages uit het Algemeen Ambtsbericht Turkije 2025:

“Gedurende de ambtstermijnen van president Erdoğan (2014-heden) werd een toenemend aantal personen onderzocht, vervolgd en veroordeeld op grond van artikel 299 van het Turkse Wetboek van Strafrecht.

Het was niet mogelijk om het precieze aantal aanklachten en veroordelingen in verband met artikel 299 van het Wetboek van Strafrecht inzichtelijk te krijgen. In het jaarverslag van 2023 bracht het Turkse ministerie van Justitie namelijk de statistieken inzake artikel 299 (beledigen van de president) onder in dezelfde categorie als artikel 300 (beledigen van de symbolen van de Turkse staat) en artikel 301 (beledigen van de Turkse natie, de Turkse staat of de organen en instituties van de staat). Derhalve waren er geen statistieken beschikbaar die enkel toezagen op artikel 299.

Volgens het Turkse ministerie van Justitie werden er in 2023 18.866 personen strafrechtelijk onderzocht op grond van artikel 299 tot en met artikel 301. Van deze groep werden 1.602 personen veroordeeld. 1.982 andere personen kregen een voorwaardelijke straf, hetgeen inhield dat zij pas naar de gevangenis moesten in het geval van recidive. De statistieken maakten niet duidelijk wat voor straffen er waren opgelegd.”

De rechtbank stelt voorop dat uit deze cijfers niet kan worden afgeleid op grond van welk wetsartikel de straffen zijn opgelegd aan de 1.602 personen die zijn veroordeeld. Ook laten de cijfers ruimte voor verschillende interpretaties. Zo kan deze zin zo worden gelezen dat de 1.602 veroordeelden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf hebben gekregen, omdat zij zich onderscheiden van de 1.982 personen aan wie een voorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd. Ook kan niet worden uitgesloten dat de 1.602 personen betrekking hebben op personen die na recidive alsnog een gevangenisstraf hebben gekregen. Daarnaast wordt in een memorandum van de Raad van Europa gewag gemaakt van de onvolledige officiële statistieken die door de Turkse autoriteiten worden verstrekt. Naar het oordeel van de rechtbank kan de minister zonder nadere motivering er dan ook niet van uitgaan dat eiser niet daadwerkelijk een straf zal krijgen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat uit de overgelegde e-mail van [persoon] blijkt dat bij een veroordeling wegens het beledigen van de president doorgaans een gevangenisstraf van drie tot vier jaar wordt opgelegd. [persoon] meent dat gelet op de achtergrond van eiser het eerder waarschijnlijk is dat hij wordt veroordeeld dan dat hij niet wordt veroordeeld. Ook acht [persoon] voorlopige hechtenis een reële mogelijkheid. Volgens hem wordt voorlopige hechtenis de afgelopen jaren in de praktijk regelmatig als een vorm van bestraffing gebruikt. Gelet op het politieke profiel van eiser acht [persoon] de kans groter dat de Turkse autoriteiten hem als anti-staatgezind beschouwen en dat hij voorafgaand aan zijn proces in voorlopige hechtenis wordt genomen dan bij personen zonder een dergelijk profiel. De minister kan zonder nadere motivering dan ook eveneens niet worden gevolgd in diens standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakte dat hij een zwa(arde)re straf zal krijgen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister het risico op vervolging als gevolg van de door eiser geplaatste tweet en het op grond daarvan tegen hem uitgevaardigde arrestatiebevel onvoldoende zorgvuldig heeft onderzocht en onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd. De minister heeft zich gebaseerd op cijfers die onvoldoende inzicht bieden in de opgelegde straffen op grond van artikel 299 en heeft onvoldoende gemotiveerd waarom van eiser op dit vlak aanvullende juridische documenten mogen worden verlangd. Bij een nieuw te nemen beoordeling dient de minister het politieke profiel en activiteiten van eiser, in het licht van de beschikbare landeninformatie eveneens kenbaar bij zijn risicobeoordeling te betrekken.

Bij een nieuw te nemen besluit dient de minister voorts ook in te gaan op het feit dat in het proces-verbaal wordt vermeld. Hierin staat dat van het Vestigingsdirectoraat voor Terrorismebestrijding ook een bevel dient te worden verkregen en een aparte procedure dient te worden ingesteld met betrekking tot de berichten betreffende terreurpropaganda. De rechtbank leest in het Algemeen Ambtsbericht Turkije 2025:

“Sociale mediagebruikers wisten niet altijd goed waar de Turkse overheid de grens trok. Dit kwam omdat de wet- en regelgeving omtrent terreurpropaganda en desinformatie breed en vaag waren geformuleerd. Aanklagers hadden daardoor een breed palet aan rechtsgronden ter beschikking om een strafrechtelijk onderzoek of een strafzaak te openen. Indien het bericht toezag op een onderwerp dat volop in de belangstelling stond, gingen de autoriteiten snel over tot een strafrechtelijk onderzoek.”

Nu uit het proces-verbaal blijkt dat de berichten van eiser mogelijk afzonderlijk worden beoordeeld als terreurpropaganda, dient de minister bij het nieuw te nemen besluit inzichtelijk te maken welke betekenis deze informatie heeft voor het risico dat eiser bij terugkeer strafrechtelijk wordt vervolgd.

Het beroep is ook op dit punt gegrond.

Politieke overtuiging

9. Voor zover eiser zich bij terugkeer op dezelfde wijze zou uiten als in het verleden, heeft de minister aangevoerd dat dit sinds 2013 niet tot vervolging of ernstige problemen heeft geleid. De rechtbank overweegt dat dit gelet op de hiervoor geconstateerde gebreken geen standhoudt. Verder dient de minister inzichtelijk te maken op welke wijze rekening wordt gehouden met het risicoprofiel van eiser als activist van de HDP, gelet op de beschikbare landeninformatie. Ook dient de minister bij zijn besluitvorming te betrekken dat tegen eiser inmiddels een aanhoudingsbevel is uitgevaardigd.

De rechtbank acht op dit punt verder ook nog van belang dat de situatie van eiser sinds zijn vertrek uit Turkije is veranderd. Eiser zet zijn politieke activiteiten in Nederland voort en is daarbij zichtbaar op sociale media en in Turkse media. Zo hebben Turkse media bericht over zijn hongerstaking en demonstraties en heeft eiser informatie overgelegd waaruit blijkt dat een foto van eiser samen met ,volgens hem, prominente linkse Turkse vluchtelingen, meer dan 850.000 keer is bekeken. Eiser heeft er in dit verband op gewezen dat uit het Algemeen Ambtsbericht Turkije 2025 blijkt dat de Turkse autoriteiten op grote schaal sociale media monitoren en ook minder bekende activisten en gewone gebruikers kunnen volgen. Volgens het Algemeen Ambtsbericht Turkije 2023 geldt dit voor sociale media dat zowel binnen als buiten Turkije wordt gegenereerd.

De minister zal al deze punten dienen mee te nemen bij de vraag op wat voor wijze eiser in Turkije risico loopt indien hij terug moet keren naar Turkije en aldaar zijn politieke activiteiten zal voortzetten.

Discriminatie wegens Koerd en Aleviet zijn

10. De rechtbank is tot slot van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de door eiser ervaren discriminatie in Turkije niet heeft geleid tot een dusdanig ernstige beperking van zijn bestaansmogelijkheden dat het voor hem onmogelijk was om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. Daarbij is van belang dat eiser in Turkije heeft kunnen werken, een opleiding heeft kunnen volgen en toegang had tot zorg. Ook de beschikbare landeninformatie in Turkije biedt onvoldoende grond voor het oordeel dat eiser als Aleviet en/of Koerd in Turkije dusdanig ernstig in zijn bestaansmogelijkheden wordt beperkt dat daarmee sprake is van vluchtelingschap.

Conclusie en gevolgen

11. De minister heeft de asielaanvraag van eiser ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en bepaalt dat de minister opnieuw een beoordeling moet maken. De minister moet daarbij deze uitspraak in acht nemen en krijgt hiervoor zes weken.

12. Omdat de rechtbank nu beslist op het beroep van eiser, is er voor het treffen van een voorlopige voorziening geen reden meer. De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af.

13. Omdat het beroep gegrond is, moet de minister de proceskosten van eiser vergoeden. D rechtbank stelt deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op

€ 2.802,-.

Beslissing

De rechtbank,

in de zaak geregistreerd onder nummer: NL26.32865,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak.

De voorzieningenrechter,

in de zaak geregistreerd onder nummer: NL26.35242,

- wijst het verzoek af.

De rechtbank/ voorzieningenrechter,

in alle zaken,

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.802,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. I.I. Mooij, griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand