ECLI:NL:RBDHA:2026:24295

ECLI:NL:RBDHA:2026:24295

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer 09/757322-05
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Afwijzing vordering tot verlenging van de tbs-maatregel

Uitspraak

Beslissing van 1 september 2026

Beslissing van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, op de vordering van de officier van justitie van 8 juli 2026 om de termijn van de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen, in de zaak van:

[de terbeschikkinggestelde] (hierna: de terbeschikkinggestelde),

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

wonende in een eigen woning, onder de verantwoordelijkheid van [de kliniek]

, [adres] , [plaats] (hierna: de kliniek),

die bij arrest van het gerechtshof ’s-Gravenhage van 13 april 2007 is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig jaren en ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. Bij beslissing van het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden van 27 februari 2025 is de tbs-maatregel voor het laatst verlengd en is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die zijn vermeld in de bijlage.

De procedure

De rechtbank heeft de vordering op 18 augustus 2026 ter terechtzitting behandeld.

De terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. N.A. Heidanus, is gehoord. Tevens is de officier van justitie mr. M. Kampen gehoord.

Daarnaast is [naam 1], reclasseringswerker, als deskundige gehoord.

Het advies van de reclassering

De reclassering adviseert om de terbeschikkingstelling niet te verlengen.

Uit het rapport van de reclassering blijkt dat de behandeling zonder incidenten of overtredingen van afspraken is verlopen. De terbeschikkinggestelde heeft geleerd van de behandeling; hij kan beter zijn gevoel uiten en kan zich open en kwetsbaar opstellen. Daarbij komt hij assertiever en autonomer over dan voorheen. Er is meer zicht gekomen op de aanloop naar het delict. De terbeschikkinggestelde heeft zich ook na de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging geconformeerd aan de afspraken en voorwaarden en het is niet nodig gebleken om interventies dan wel gericht risicomanagement in te zetten. Zaken als huisvesting, dagbesteding en financiën zijn op orde en hierin behoeft hij geen ondersteuning. De ambulante behandeling bij de Waag is inmiddels afgerond, en door de Waag is geconcludeerd dat er geen gronden meer zijn om nog van een persoonlijkheidsstoornis te spreken.

Inmiddels is er ook sprake van een steunend sociaal netwerk. De risicofactoren zijn gelegen op het gebied van langdurige relaties. Van een relatie is geen sprake meer geweest gedurende de tbs-behandeling. De verwachting is dat dit niet snel zal veranderen. In het

reclasseringscontact geeft de terbeschikkinggestelde openheid van zaken en inzicht in zijn intrinsieke belevingswereld.

In geval van beëindiging van de tbs-maatregel zal er in praktisch opzicht nagenoeg niets veranderen. De reclassering onderhoudt reeds langere tijd laagfrequent contact met de terbeschikkinggestelde en ziet voor zichzelf geen rol meer weggelegd in geval van een verlenging van de maatregel. Gelet op de risico's acht de reclassering een beëindiging van de maatregel passend en verantwoord.

De deskundige heeft in aanvulling op het advies ter terechtzitting naar voren gebracht dat de terbeschikkinggestelde door de jaren heen veel therapieën heeft gevolgd en daar ook van heeft geleerd. Hij kan nu goed over zijn gevoelens praten en in contact treden met zijn ouders en andere leden van zijn ondersteunende netwerk. Als die geen oplossing bieden dan weet hij professionele hulp in te schakelen.

Het advies van de psycholoog

De psycholoog adviseert om de tbs-maatregel niet te verlengen.

De kans op recidive wordt al meerdere jaren als laag ingeschat en na het transmuraal verlof heeft de terbeschikkinggestelde ook de ambulante behandeling in 2025 positief afgerond. Er is geen sprake meer van een stoornis bij de terbeschikkinggestelde. Mocht hij in de toekomst een intieme relatie krijgen, dan kan dit bij hem nog wel emoties en gevoelens oproepen. De terbeschikkinggestelde wordt echter goed in staat geacht om in dat geval zelf hulp in te roepen, zowel professionele hulp als ondersteuning door de mensen in zijn sociaal netwerk.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde

De terbeschikkinggestelde heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat het goed met hem gaat. Hij is veel op zichzelf, werkt fulltime en doet soms vrijwilligerswerk in de kerk. De terbeschikkinggestelde kan zich vinden in de adviezen van de reclassering en van de psycholoog. Voor wat betreft de risicofactor ten aanzien van een nieuwe langdurige relatie brengt de terbeschikkinggestelde naar voren dat geen sprake meer zal zijn van een dergelijke relatie.

De raadsman heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat het in alle opzichten goed is gegaan in de behandeling van de terbeschikkinggestelde. Hij heeft inmiddels een netwerk opgebouwd dat ondersteunend en beschermend is. Er is geen sprake meer van een stoornis en het recidiverisico is laag. Ook in het geval de terbeschikkinggestelde een nieuwe langdurige relatie zal aangaan en er sprake is van samenwonen, zal het recidiverisico zeer beperkt zijn. Tevens heeft hij nog altijd spijt en berouw over zijn daden en dat blijft hij met zich dragen. Om die reden verzoekt de raadsman om afwijzing van de vordering en daarmee beëindiging van de maatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling moet worden afgewezen. Gelet op het advies van de reclassering en de psycholoog, en op wat door de deskundige ter terechtzitting is aangevoerd, is niet aan de voorwaarden voor verlenging voldaan.

Het oordeel van de rechtbank

Artikel 38d, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat de terbeschikkingstelling geldt voor de tijd van twee jaar. Op grond van artikel 38d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht kan de termijn van de terbeschikkingstelling telkens met één of twee jaar worden verlengd indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen die verlenging eist. De vraag die voorligt, is of de beveiliging van de maatschappij voortzetting van de maatregel tot terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank overweegt dat de verpleging van overheidswege bij beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 februari 2025 voorwaardelijk is beëindigd. Uit het advies van de reclassering, het rapport van de psycholoog en de op de terechtzitting door de deskundige gegeven toelichting blijkt dat de stoornis van de terbeschikkinggestelde niet meer aanwezig is. Hij heeft de afgelopen acht jaar alle behandelingen positief afgerond. De terbeschikkinggestelde is niet bekend met het overtreden van voorwaarden of regels binnen de tbs-behandeling en ook gedurende het reclasseringstoezicht heeft hij zich meewerkend opgesteld. Hij heeft tevens een beschermend sociaal netwerk opgebouwd. Daarbij wordt het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel ingeschat als laag (door de kliniek al sinds 2023).

Gelet op de inhoud van de rapporten en hetgeen ter zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat er onder de huidige omstandigheden, gelet op artikel 38d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, geen noodzaak meer bestaat om de terbeschikkingstelling te verlengen. Er is geen stoornis meer en het recidiverisico wordt al enige jaren ingeschat als laag, zodat de beveiliging van de maatschappij voortzetting van de maatregel tot terbeschikkingstelling niet langer eist. De rechtbank zal daarom de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling afwijzen, waarmee de maatregel tot een einde komt.

Beslissing

De rechtbank:

wijst af de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling.

Aldus beslist te Den Haag door:

mr. K.C.J. Vriend, voorzitter,

mr. J.J. Balfoort, rechter,

mr. A. Tsjapanova, rechter,

in tegenwoordigheid van B.J. van der Sterre, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.

Bijlage

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. K.C.J. Vriend
  • mr. J.J. Balfoort
  • mr. A. Tsjapanova

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand