ECLI:NL:RBDHA:2026:24317

ECLI:NL:RBDHA:2026:24317

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer NL26.43939
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaarprocedure wordt toegewezen. Het bezwaar heeft redelijke kans van slagen. Bescherming Richtlijn Tijdelijke Bescherming – eerder al bescherming gehad in ander land. – Informatiebericht 2026/20.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: I. Vugs).

Samenvatting

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.43939

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. T.E. van Houwelingen-Boer),

en

Procesverloop

3. Verzoekster is 21 jaar oud en heeft de Oekraïense nationaliteit. Verzoekster is op 28 mei 2026 vanuit Oekraïne in Nederland aangekomen en heeft een aanvraag ingediend om in Nederland te verblijven onder de RTB. Eerder in 2026 verbleef verzoekster in Italië onder de RTB.

4. Met het besluit van 3 juli 2026 heeft de minister de aanvraag afgewezen.

5. Verzoekster heeft op 6 juli 2026 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, kort gezegd inhoudend dat zij behandeld blijft worden alsof ze rechtmatig verblijf heeft onder de RTB zodat zij in de gemeentelijke opvang kan blijven.

6. De minister heeft op 7 augustus 2026 een verweerschrift ingediend.

7. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, N. ten Brinck als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Het standpunt van partijen
Het oordeel van de rechtbank

Het toetsingskader

8. Op 27 februari 2025 heeft het Hof van Justitie in het arrest Krasivila het volgende overwogen: “Het staat de autoriteiten van een lidstaat evenwel vrij om in het kader van de behandeling van een dergelijke aanvraag na te gaan of de personen die een verblijfstitel als bedoeld in artikel 8, lid 1, van richtlijn 2001/55 aanvragen, behoren tot de in artikel 2 van uitvoeringsbesluit 2022/382 bedoelde categorieën van personen en tijdelijke bescherming genieten, en of zij reeds een verblijfstitel in een andere lidstaat hebben verkregen”.2

9. In het Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/1460 van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 2025 is in punt vier het volgende neergelegd: “Aangezien een persoon slechts in één lidstaat tegelijk de aan tijdelijke bescherming verbonden rechten kan genieten, moeten de lidstaten, om ervoor te zorgen dat dat beginsel wordt geëerbiedigd en om meerdere registraties voor tijdelijke bescherming te voorkomen, verzoeken om een verblijfsvergunning op basis van artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2001/55/EG afwijzen wanneer duidelijk is dat de betrokken persoon op die basis reeds een verblijfsvergunning in een andere lidstaat heeft verkregen. Dat zou in overeenstemming zijn met het arrest van het Hof van Justitie van 27 februari 2025 in zaak C-753/23 en met name met punt 30 daarvan”.

10. In het Informatiebericht (IB) 2026/20 van 15 juni 2026 is het volgende neergelegd: “De opvang zit vol en tegelijkertijd zijn er signalen dat ontheemden in meerdere lidstaten staan geregistreerd voor tijdelijke bescherming. Dat is niet de bedoeling en ondermijnt het draagvlak voor opvang van ontheemden. De IND gaat daarom, in opdracht van de Minister van Asiel en Migratie, personen weigeren die reeds elders in de EU tijdelijke bescherming hebben gekregen. (…) RTB-aanvragen van personen die op het moment van toetsen al tijdelijke bescherming hebben gekregen in een andere lidstaat worden afgewezen. Het is daarbij irrelevant of de tijdelijke beschermingsstatus nog actueel is;”.”

11. De minister heeft in zijn besluit overwogen dat verzoekster geen aanspraak kan maken op bescherming op grond van de RTB in Nederland, omdat zij in een andere lidstaat bescherming onder de RTB heeft of in een andere lidstaat bescherming onder de RTB heeft gehad. Uit de verklaringen van verzoekster blijkt namelijk dat zij sinds eind maart 2026 tijdelijke bescherming heeft in Italië. Het Temporary Protection Platform (TPP) bevestigt dat deze bescherming nog steeds actief is. Daarnaast staat er op het TPP ook geregistreerd dat verzoekster tijdelijke bescherming heeft in Hongarije sinds 11 november 2025. De minister heeft hierbij overwogen dat de Nederlandse overheid (op grond van punt 4 van het Uitvoeringsbesluit 2025/1460 en artikel 8, eerste lid, van de RTB) heeft besloten dat personen die op of na 15 juni 2026 tijdelijke bescherming in Nederland aanvragen en in een andere lidstaat tijdelijke bescherming hebben of hebben gehad niet in aanmerking komen voor verblijfsrecht onder de RTB in Nederland.

12. Verzoekster heeft, samengevat, naar voren gebracht dat haar verblijfsrecht op grond van de RTB declaratoir van aard is en dat zij dus al aan de voorwaarden voor dit verblijf voldeed vanaf het moment dat zij de Nederlandse grens passeerde. Op dat moment was de aanpassing van het beleid van de minister zoals vastgelegd in het IB 2026/20 nog niet van kracht. De minister heeft het verblijfsrecht van verzoekster daarom ten onrechte op grond van het nieuwe beleid afgewezen. Daarnaast voert verzoekster aan dat de minister er ten onrechte van uitgaat dat elke in het verleden genoten tijdelijke bescherming voldoende is om een aanvraag op grond van de RTB in Nederland af te wijzen. Dit volgt niet uit het Uitvoeringsbesluit 2025/1460 of uit het arrest Krasivila. Hieruit volgt wel dat personen niet in twee lidstaten tegelijk bescherming mogen hebben. Verzoekster heeft geen tijdelijke bescherming meer in Hongarije en doet er alles aan om haar tijdelijke bescherming in Italië op te zeggen.

13. De rechtbank overweegt als volgt. In de Werkinstructie (WI) 2025/63 heeft de minister het volgende opgenomen:

De lidstaten zijn overeengekomen dat een tijdelijk beschermde niet wordt teruggestuurd naar een lidstaat van een eerder verblijf. Dit betekent dat als een ander EU-land al tijdelijke bescherming heeft verleend maar de ontheemde besluit zich toch in Nederland te vestigen, hij niet hoeft terug te keren naar het land dat hem tijdelijke bescherming heeft verleend.

Nederland zal dan zijn eigen beoordeling van de RTB moeten doen. Dat een ander land de ontheemde tijdelijke bescherming heeft gegeven, betekent niet dat Nederland dit ook moet doen. Als de tijdelijke bescherming wel wordt gegeven, zal het andere EU-land de tijdelijke bescherming moeten beëindigen. Een ontheemde kan dus maar in één lidstaat op een specifiek moment tijdelijke bescherming hebben.”

Deze WI is op dit moment nog steeds van kracht, naast het nieuwe IB 2026/20, zoals hiervoor geciteerd. De rechtbank stelt vast dat deze overweging uit de WI tegenstrijdig is aan het standpunt van de minister dat is gebaseerd op het IB, inhoudende dat de RTB-aanvraag van een persoon die in een andere lidstaat tijdelijke bescherming heeft of heeft gehad wordt afgewezen. Ook het standpunt van de minister op de zitting, dat verzoekster terug zal moeten keren naar Italië lijkt niet in overeenstemming met de WI 2025/6. Hierdoor bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter onduidelijkheid over de consequentie van het naast elkaar bestaan van de WI en het IB. Tijdens de zitting heeft de minister desgevraagd geen duidelijkheid kunnen geven over de vraag wat nog de betekenis is van de WI, voor zover hiervoor geciteerd.

14. Daarnaast leest de voorzieningenrechter in het IB 2026/6 dat bij het afwijzen van RTB-aanvragen van personen die op het moment van toetsen al tijdelijke bescherming hebben gekregen in een andere lidstaat het irrelevant is of de tijdelijke beschermingsstatus nog actueel is. De voorzieningenrechter leest in het arrest Krasivila, noch in het Uitvoeringsbesluit, terug dat de vraag of verzoekster in Italië of Hongarije de aan de tijdelijke bescherming verbonden rechten kan genieten irrelevant is. Uit dit arrest en het Uitvoeringsbesluit komt met name naar voren dat het niet de bedoeling is dat er in twee lidstaten gelijktijdig bescherming wordt genoten. Maar het arrest en het Uitvoeringsbesluit lijken zich er niet tegen te verzetten dat een ontheemde eerst in de ene lidstaat bescherming geniet, deze bescherming eindigt, en de ontheemde vervolgens in een andere lidstaat bescherming verkrijgt.

15. Daarbij komt dat verzoekster op dit moment weliswaar nog recht op bescherming lijkt te hebben in Italië, maar dat zij probeert haar recht op tijdelijke bescherming in Italië te beëindigen. De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat dit dan ook zal gebeuren, nu Italië er geen belang bij heeft om verzoekster bescherming te blijven bieden onder de RTB, terwijl zij daarop niet langer prijs stelt.

16. Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat de belangenafweging in dit geval in het voordeel van verzoekster uitvalt. De voorzieningenrechter heeft tijdens de zitting partijen gevraagd naar hun belangen. Het belang van verzoekster is er in gelegen dat zij de opvang behoudt die zij tot nu toe heeft gekregen. Het belang van de minister is erin gelegen dat alleen personen die recht hebben op RTB-bescherming gebruik kunnen maken van de gemeentelijke opvang. Verzoekster zou immers een asielaanvraag kunnen indienen en zich kunnen melden in Ter Apel, waar zij ook opvang zal krijgen. De voorzieningenrechter erkent het belang van de minister om de beperkte opvangcapaciteiten zo efficiënt mogelijk te benutten voor degenen die recht hebben op die opvang. Daar tegenover staat echter dat de rechtmatigheid van het besluit nog niet vaststaat en dat het voor verzoekster ingrijpende gevolgen heeft als haar verzoek wordt afgewezen. Daarbij komt dat er zowel in de gemeentelijke opvang voor RTB-beschermden als in de opvang voor “reguliere” asielzoekers tekorten bestaan.

17. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding het verzoek toe te wijzen en te bepalen dat verzoekster dient te worden behandeld als een vreemdeling die onder de werking van Richtlijn 2001/55/EG valt.

Conclusie en gevolgen

18. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat verzoekster dient te worden behandeld als een vreemdeling die onder de werking van Richtlijn 2001/55/EG valt, tot twee weken na de dag dat het besluit op bezwaar bekendgemaakt wordt.

19. Er bestaat in dit geval aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal

€ 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.J.T. Twijnstra, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

19 augustus 2026

____________________________________________________________

1. Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.

2 ECLI:EU:C:2025:133, overweging 30.

3 WI 2025/6 Oekraïne en de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. W.J.T. Twijnstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand