ECLI:NL:RBDHA:2026:24326

ECLI:NL:RBDHA:2026:24326

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer 26.46386
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Grensdetentie ogv 6, eerste en tweede lid van de Vw. Rechtsgeldige toegangsweigering want er is onduidelijk en tegenstrijdig verklaard over het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf. Lichter middel kon niet worden toegepast zonder het grensbewakingsbelang prijs te geven. Eindhoven Airport is niet geschikt voor het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel. De minister is verantwoordelijk voor het bewaken van het grensbewakingsbelang maar het is niet de taak van de minister om zich te bemoeien met de openingstijden van Eindhoven Airport of de binnenkomende- en uitgaande vluchten. Beroepen ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.46386

(gemachtigde: mr. A.D. Kupelian),

en

(gemachtigde: mr. J. Raaijmakers).

Procesverloop

Bij besluit van 11 augustus 2026 (bestreden besluit 1) is aan eiser op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6 van de Schengengrenscode de toegang tot het Schengenbied geweigerd en bij besluit van diezelfde datum (bestreden besluit 2) is aan eiser op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

De minister heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Op grond van artikel 94, tweede lid, van de Vw 2000 wordt, indien aan de vreemdeling een besluit tot weigering van toegang tot het Schengenbied is uitgereikt, het beroep geacht mede een beroep tegen dit besluit te omvatten.

Op 13 augustus 2026 is de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven omdat eiser op die dag met een removal order naar Istanbul is gevlogen.

De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Eiser en de minister hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

Toetsingskader

1. De minister kan de vreemdeling aan wie toegang is geweigerd of op wie artikel 5 van de Screeningsverordening van toepassing is, verplichten zich op te houden in een ruimte

of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek.

De toegangsweigering (bestreden besluit 1)

2. Eiser stelt van Armeense nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1982. Op 11 augustus 2026 is eiser met een vlucht vanuit [locatie] aangekomen op Eindhoven Airport. Om 13:30 uur is er een grenscontrole uitgevoerd. Tijdens deze eerstelijnscontrole bestond er twijfel of eiser voldeed aan de voorwaarden voor toegang. Om die reden is er een tweedelijnscontrole uitgevoerd en is eiser gehoord. Vervolgens is aan eiser op 11 augustus 2026 de toegang tot het Schengengebied geweigerd.

De minister heeft eiser de toegang geweigerd omdat eiser:- het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden niet heeft kunnen staven.

Eiser voert aan dat aan hem ten onrechte de toegang is geweigerd. Hij heeft voldoende informatie over zijn reis gegeven. Uit zijn verklaringen blijkt dat hij van Nederland naar Duitsland en vervolgens naar Denemarken zou gaan. Dit is ook min of meer bevestigd door de chauffeur en een vriend. Daarnaast had eiser een geldig visum voor Litouwen.

De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft terecht aan eiser de toegang geweigerd omdat hij het doel en de omstandigheden van zijn voorgenomen verblijf niet heeft kunnen onderbouwen. Eiser kan weinig vertellen over zijn reisdoel en verblijfsomstandigheden en heeft hierover onduidelijk verklaard. Zo heeft eiser verklaard dat hij en zijn vriend een uitnodiging hebben gekregen om van 19 tot 21 augustus 2026 naar een tentoonstelling over wapens in Denemarken te gaan. Zijn vriend [naam] zou alles hebben geregeld en betaald en zijn vriend [naam] uit Duitsland zou beneden op hem wachten en hem naar Kopenhagen brengen. Na de tentoonstelling zouden ze terugreizen naar Duitsland en op 21 augustus 2026 zouden ze met het vliegtuig weer naar huis gaan. [naam] zou alles weten en eiser zou gewoon meegaan. Ook het vervoer zou door deze vriend worden geregeld. Eiser heeft geen enkel document over zijn reisdoel overgelegd. Ook over de verblijfsomstandigheden kan eiser weinig vertellen. Eiser had wel een reservering bij zich van een hotel voor de periode 10 tot en met 21 augustus 2026 maar het hotel heeft laten weten dat die reservering door eiser en/of zijn vrienden is geannuleerd. Hoelang eiser in Denemarken gaat verblijven weet hij niet.

Vervolgens heeft de Koninklijke Marechaussee (Kmar) de vrienden van eiser benaderd. [naam] gaf aan dat hij – anders dan eiser heeft verklaard – eiser en zijn vriend alleen naar [naam] in Duitsland zou brengen. Eiser zou een paar dagen bij [naam] in Duitsland verblijven en daarna zou niet hij, maar [naam] eiser en zijn vriend naar Denemarken brengen. Vervolgens zouden zij teruggaan naar Duitsland en vanuit daar terugvliegen naar Armenië. Ook [naam] heeft telefonisch verklaringen afgelegd ten overstaan van de Kmar. [naam] heeft verklaard dat eiser en zijn vriend naar Duitsland gaan voor een paar dagen en dat ze vervolgens naar Denemarken gaan en vanuit daar weer terug naar Duitsland. Volgens [naam] zou juist [naam] eiser en zijn vriend met de auto meenemen naar Denemarken. Hij heeft ook verklaard dat hij alle tickets heeft betaald en in bezit heeft, maar dat hij niet met eiser en zijn vriend meegaat naar Denemarken en dat hij ook niet precies weet wat ze in Denemarken gaan doen.

Gelet op het voorgaande heeft de minister aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij onduidelijk heeft verklaard over zijn reisdoel en verblijfsomstandigheden. Ook [naam] en [naam] hebben die onduidelijkheid niet kunnen wegnemen maar hebben zelf eveneens vaag en tegenstrijdig verklaard. Hierdoor is niet duidelijk wat het reisdoel van eiser is, waar hij gaat verblijven en voor hoelang. Eiser beschikte weliswaar over een geldig visum voor Litouwen voor de periode 10 augustus 2026 tot en met 21 augustus 2026, maar dat betekent niet dat eiser vervolgens vrij het Schengengebied mag doorreizen. Uit de verklaringen van eiser en zijn vrienden blijkt op geen enkele wijze dat hij van plan was om gebruik te maken van het visum en om naar Litouwen te gaan. De aan eiser opgelegde vrijheidsontnemende maatregel (bestreden besluit 2)

Toetsingskader

3. Aangezien de vrijheidsontnemende maatregel op 13 augustus 2026 is opgeheven omdat eiser op die dag met een removal order naar Istanbul is gevlogen, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring, kan de rechtbank aan eiser schadevergoeding toekennen.

Hiervoor is al geoordeeld dat de minister terecht de toegang van eiser tot het Schengenbied heeft geweigerd. Aan de vrijheidsontnemende maatregel ligt dus een rechtmatige toegangsweigering ten grondslag.

Had de minister moeten volstaan met een lichter middel?

Eiser voert aan dat de minister had moeten volstaan met een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel. Eindhoven Airport gaat ’s nachts op slot waardoor een loungemaatregel daar niet mogelijk is. Het opsluiten van eiser is echter een te verstrekkende maatregel. Dat Eindhoven Airport op slot gaat zodat een vrijheidsbeperkende loungemaatregel niet mogelijk is, is een praktisch probleem. Eindhoven Airport kan bijvoorbeeld ervoor kiezen om geen vluchten meer aan te nemen van landen buiten de Europese Unie of om in de nacht open te blijven. Het is aan de minister om dit beter te regelen.

In het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel staat over de toepassing van een lichter middel vermeld dat op Eindhoven Airport geen vrijheidsbeperkende loungemaatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Vw 2000 kan worden uitgevoerd. Eindhoven Airport sluit in de nacht haar deuren en niemand zal kunnen verblijven aan de air-side. Daarnaast is in de maatregel vermeld dat eiser pas op 13 augustus 2026 om 14:15 uur kan terugvliegen naar Istanbul. Verder staat in de maatregel vermeld dat eiser geen redenen of omstandigheden heeft aangevoerd waarom van de vrijheidsontnemende maatregel zou moeten worden afgezien.

De minister stelt zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast zonder dat het grensbewakingsbelang daarbij zou worden prijsgegeven. Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat aan eiser is gevraagd of er (bijzondere medische) omstandigheden zijn op grond waarvan moet worden afgezien van het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel. Eiser heeft daarop verklaard dat hij medicatie gebruikt voor een hoge bloeddruk en dat hij deze ook bij zich heeft. Eiser heeft niet gesteld of onderbouwd dat hij medische klachten heeft die zo ernstig zijn dat de maatregel daarom onevenredig zwaar is of dat de medische zorg voor deze klachten ontoereikend is. Ook is niet gebleken dat eiser detentieongeschikt is of dat er andere individuele omstandigheden zijn die de maatregel onevenredig zwaar maken.

Daar komt bij dat het opleggen van een lichter middel in dit geval zou betekenen dat aan eiser toegang tot Nederland zou moeten worden verleend en de minister het grensbewakingsbelang zou moeten prijsgeven. Eindhoven Airport is namelijk niet geschikt voor het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel. Uit het dossier blijkt dat eiser pas op 13 augustus 2026 vanaf Eindhoven Airport met dezelfde luchtvaartmaatschappij als waarmee hij naar Nederland is gevlogen kon terugvliegen naar Istanbul. Dat betekent dat eiser twee nachten moest overbruggen en dat de minister terecht de vrijheidsontnemende maatregel heeft opgelegd en eiser heeft overgebracht naar het Justitieel Complex Schiphol. De minister heeft ter zitting terecht gesteld dat hij weliswaar verantwoordelijk is voor het bewaken van het grensbewakingsbelang maar dat hij geen zeggenschap heeft over de commerciële uitbating van Eindhoven Airport, waaronder de openingstijden van Eindhoven Airport of de aldaar binnenkomende- en uitgaande vluchten.

Gelet op de rechtmatige toegangsweigering en het ontbreken van bijzondere, individuele omstandigheden heeft de minister terecht gesteld dat het grensbewakingsbelang aan het opleggen van een lichter middel in de weg stond.Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

4. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

5. De beroepen zijn ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. de Jong - Nibourg, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H.S. Abbing, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 25 augustus 2026

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 2 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 1 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.H.S. Abbing

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand