ECLI:NL:RBDHA:2026:24347

ECLI:NL:RBDHA:2026:24347

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer NL25.58968
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Er mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de (hogere) Italiaanse autoriteiten haar als statushouder niet willen of kunnen helpen dan wel dat dit bij voorbaat kansloos is. De medische aandoening van eiseres (hiv-infectie) is op zichzelf niet voldoende om haar als bijzonder kwetsbaar aan te merken. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij met haar medische klachten en individuele situatie de drempel uit het arrest Ibrahim haalt. Verder is niet gesteld of gebleken dat eiseres heeft geprobeerd via maatschappelijke organisaties of andere vangnetten de voor haar medisch noodzakelijke zorg te verkrijgen. Een BMA-onderzoek is niet nodig. Verweerder heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.58968

(gemachtigde: mr. M.J. Paffen),

en

(gemachtigde: mr. R.I. Schreinemachers).

Procesverloop

1. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 27 november 2025 de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. In het bestreden besluit is ook het bevel opgenomen dat eiseres onmiddellijk naar Italië moet gaan.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

Inleiding

2. Eiseres heeft de Nigeriaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 1997.

3. Eiseres heeft internationale bescherming in Italië tot 30 september 2029. Eiseres is eind 2025 vertrokken uit Italië en heeft op 8 oktober 2025 een asielaanvraag gedaan in Nederland.

Het bestreden besluit

4. Verweerder heeft de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres al internationale bescherming geniet in Italië. Volgens verweerder is geen sprake van een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie in Italië als bedoeld in het Ibrahim-arrest. Eiseres heeft namelijk huisvesting kunnen krijgen in Italië, ook is zij naar de middelbare school geweest en heeft zij toegang gehad tot medische zorg, waaronder medicatie. Dat eiseres door het verliezen van haar werk die medicatie niet meer kan betalen, maakt de situatie van eiseres niet anders. Uit haar verklaringen blijkt niet dat zij hulp heeft gezocht om alsnog aan de medicatie te komen. Ook is niet gebleken dat het voor eiseres niet mogelijk is om nieuw werk te vinden in Italië. Zo heeft eiseres vijf jaar bij verschillende bedrijven in Italië gewerkt. Bovendien blijkt uit het patiëntendossier van Gezondheidszorg Asielzoekers dat eiseres geen alleenstaande vrouw is, maar een partner heeft in het buitenland. Terugkeer naar Italië zal voor eiseres geen schending van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) opleveren. Eiseres is verder geen bijzonder kwetsbaar persoon en niet is gebleken dat Italië zich ten aanzien van statushouders niet houdt aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Verweerder wijst hierbij op een aantal arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Eiseres kan bij voorkomende problemen in Italië contact opnemen met de daartoe aangewezen (hogere) autoriteiten van Italië, dan wel geëigende instanties. Niet is gebleken dat de autoriteiten van Italië eiseres niet zouden kunnen of willen helpen. Eiseres heeft onvoldoende inspanningen verricht om de aan haar toekomende rechten in Italië te effectueren. Gelet op het voorgaande is het niet noodzakelijk om het Bureau Medische Advisering (BMA) onderzoek te laten doen.

Beoordeling van de beroepsgronden

Herhaling van wat eerder naar voren is gebracht

5. Eiseres stelt in haar beroepschrift dat de inhoud van de daar vermelde stukken als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd.

6. Voor zover eiseres hiermee herhaalt wat zij in haar zienswijze heeft aangevoerd, overweegt de rechtbank dat verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is ingegaan op wat eiseres eerder naar voren heeft gebracht. Voor zover eiseres in beroep niet heeft geconcretiseerd op welk(e) punt(en) de motivering van het bestreden besluit ontoereikend is, kan de enkele verwijzing naar wat zij eerder heeft aangevoerd, in beroep niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank zal zich hierna dan ook uitsluitend richten op wat eiseres in beroep heeft aangevoerd.

7. Eiseres voert aan dat zij niet kan terugkeren naar Italië, omdat zij door haar huisbaas uit de woning is gezet waar ze illegaal verbleef, werkloos is en de medicatie voor haar hiv-infectie niet kan betalen. Ze kan geen werk krijgen omdat ze geen vast adres heeft. Ze is bij de gemeente geweest om hulp te vragen voor een adres, maar voor het verkrijgen van een vast adres geldt een wachtlijst. Eiseres kan echter niet zo lang wachten, omdat zonder die medicatie een medische noodsituatie ontstaat. Haar situatie is dan ook anders dan die van andere statushouders. Het standpunt van verweerder dat ze dan maar moet klagen bij de Italiaanse autoriteiten is te kort door de bocht. Verweerder heeft geen beoordeling gemaakt van de bijzondere feiten en omstandigheden van de situatie van eiseres.

8. Een asielaanvraag kan niet-ontvankelijk worden verklaard als een vreemdeling in een andere lidstaat van de Europese Unie internationale bescherming heeft. De aanvraag wordt alleen niet-ontvankelijk verklaard als die lidstaat de internationale verplichtingen van het Vluchtelingenverdrag, artikel 3 van het EVRM en artikel 3 van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing nakomt en de vreemdeling een zodanige band heeft met die lidstaat dat het voor haar redelijk zou zijn naar dat land te gaan.

9. Het uitgangspunt is dat verweerder in het algemeen mag uitgaan van het vermoeden dat de behandeling van een vreemdeling in de lidstaat waar zij internationale bescherming geniet, in overeenstemming is met de bepalingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (EU-Handvest), het Vluchtelingenverdrag, en het EVRM (het interstatelijk vertrouwensbeginsel). Het is dan aan de vreemdeling om dit vermoeden te weerleggen.

10. De rechtbank oordeelt dat de persoonlijke ervaringen van eiseres niet maken dat niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Uit de verklaringen van eiseres blijkt immers – zoals verweerder terecht stelt – dat zij eerder in Italië de beschikking had over woonruimte, heeft gewerkt en toegang had tot (noodzakelijke) medische zorg. Zij heeft acht jaar in Italië verbleven en gedurende al die jaren woonruimte gehad en gedurende vijf jaar gewerkt. Ook heeft zij medische controles, een operatie en medicijnen gehad. Als eiseres van mening is dat haar ten onrechte toereikende medische zorg werd onthouden, mag – zoals verweerder terecht stelt – van eiseres worden verwacht dat zij zich tot de Italiaanse autoriteiten wendt om de rechten die zij heeft als statushouder te effectueren. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de (hogere) Italiaanse autoriteiten haar als statushouder niet willen of kunnen helpen dan wel dat dit bij voorbaat kansloos is. Eiseres heeft verklaard dat de autoriteiten hebben aangegeven haar wel te kunnen helpen bij het verkrijgen van een vast adres (maar dat een wachtlijst geldt). Niet gesteld of gebleken is dat eiseres om hulp heeft gevraagd bij het verkrijgen van medische behandeling omdat zij zelf niet meer in staat is haar medicatie te betalen. Zij heeft ook geen documenten verstrekt waaruit blijkt dat zij (vergeefs) inspanningen heeft verricht om de benodigde hulp te verkrijgen in Italië. Verder heeft eiseres niet geconcretiseerd welke bijzondere feiten en omstandigheden verweerder in het bestreden besluit niet heeft beoordeeld. De beroepsgrond faalt dan ook.

Bijzondere kwetsbaarheid en het arrest Ibrahim

11. Het bestreden besluit is volgens eiseres in strijd met artikel 4 van het EU-Handvest. Eiseres stelt dat zij gelet op het Informatiebericht (IB) 2021/56 aan te merken is als bijzonder kwetsbaar in de zin van het arrest Ibrahim. Uit het ingediende patiëntendossier van 26 november 2025 blijkt namelijk dat zij hiv-positief is en uit IB 2021/56 volgt dat sprake is van bijzondere kwetsbaarheid indien bij uitblijven van een medische behandeling een noodsituatie zal optreden. Verder is zij een jonge vrouw en heeft zij inmiddels geen partner meer. Zij stond weliswaar onder medische behandeling in Italië, maar is in een negatieve spiraal terecht gekomen waardoor ze geen medicatie kon krijgen. Zonder haar medicatie tegen hiv loopt zij ernstig risico op overlijden. Dit is door verweerder in het geheel niet meegewogen. De bijzondere kwetsbaarheid van eiseres kan, gelet op het arrest Ibrahim, ertoe leiden dat eiseres bij terugkeer naar Italië, buiten haar eigen wil en keuzes om, terecht zal komen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie. Eiseres wijst op uitspraken van de rechtbank Haarlem, de rechtbank Zwolle en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Zij voert daarnaast aan dat haar persoonlijke omstandigheden in het geheel niet zijn meegewogen door verweerder in het bestreden besluit, waardoor sprake is van een motiveringsgebrek.

12. Uit het arrest Ibrahim volgt dat de bijzondere kwetsbaarheid van individuele statushouders ertoe kan leiden dat zij bij terugkeer naar de lidstaat waar zij een asielvergunning hebben gekregen, buiten hun eigen wil en keuzes om, terecht zullen komen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie. Deze toestand moet bovendien zijn veroorzaakt door onverschilligheid van de autoriteiten van het land die de status heeft verleend en geheel buiten de schuld van de vreemdeling liggen. De medische situatie van een statushouder kan hem bijzonder kwetsbaar maken.

13. Niet in geschil is dat eiseres een hiv-infectie heeft en dat zij daarvoor behandeling krijgt. Uit IB 2021/56 volgt dat de aanwezigheid van medische problematiek niet zonder meer leidt tot het aanmerken van een betrokkene als bijzonder kwetsbaar. Of er sprake is van bijzondere kwetsbaarheid hangt af van de individuele omstandigheden van het geval. Daarbij is zelfredzaamheid of een gebrek daaraan een essentieel aandachtspunt. De bewijslast dat er sprake is van een bijzondere kwetsbaarheid ligt bij de vreemdeling. In het individuele geval dient de ernst van de medische problemen gewogen te worden samen met de noodzaak van het kunnen beschikken over medicatie en de vraag of de medische problematiek invloed had op de mogelijkheden om zelf rechten te effectueren. Ook voor medische problematiek geldt dat beoordeeld moet worden in hoeverre betrokkene zelfstandig – al dan niet met hulp van vangnetten – een bestaan kan opbouwen en in zijn of haar levensonderhoud kan voorzien.

14. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank op het standpunt kunnen stellen dat eiseres niet bijzonder kwetsbaar is. Eiseres heeft weliswaar een ernstige medische aandoening die – naar algemeen bekend is – bij het uitblijven van behandeling (medicatie) uiteindelijk tot overlijden leidt, maar dat is op zichzelf niet voldoende om haar als bijzonder kwetsbaar aan te merken. Uit IB 2021/56 volgt ook niet dat zonder meer sprake is van bijzondere kwetsbaarheid indien bij uitblijven van een medische behandeling een noodsituatie zal optreden, maar dat dat ‘in de regel’ het geval is. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar medische problematiek invloed heeft op de mogelijkheden om zelf haar rechten te effectueren. Uit wat eiseres naar voren brengt volgt niet dat haar medische problematiek maakt dat zij niet of verminderd zelfredzaam is (bijvoorbeeld doordat zij arbeidsongeschikt is), maar dat haar financiële situatie door het verlies van haar woning en werk haar zou belemmeren de medische behandeling voort te zetten. Verweerder heeft erop kunnen wijzen dat het eiseres in het verleden ook (meermalen) is gelukt in Italië huisvesting en werk te vinden en haar medicatie te betalen. De door eiseres genoemde uitspraken, waarin de betreffende vreemdelingen als bijzonder kwetsbaar zijn aangemerkt, baten haar niet. In die uitspraken gaat het namelijk over gezinnen met een minderjarig kind dat medische problemen heeft. Dat is een andere situatie dan die van eiseres. Zoals in rechtsoverweging 10 is overwogen, kan in ieder geval van eiseres verwacht worden dat zij bij ontoereikende medische behandeling in Italië, daarover klaagt bij de (hogere) Italiaanse autoriteiten of hulp zoekt. Verder is niet gesteld of gebleken dat eiseres heeft geprobeerd via maatschappelijke organisaties of andere vangnetten de voor haar medisch noodzakelijke zorg te verkrijgen. Zij heeft ook geen stukken overgelegd die aanleiding geven om te oordelen dat zij bij terugkeer naar Italië in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie terecht zal komen. Eiseres heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat haar medische klachten en individuele situatie dusdanig zijn dat de (hoge) drempel uit het arrest Ibrahim wordt gehaald. Het bestreden besluit bevat geen motiveringsgebrek. De beroepsgrond slaagt niet.

BMA-onderzoek en individuele garanties

15. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder een BMA-onderzoek had moeten laten uitvoeren omdat zij hiv-positief is en bij de Italiaanse autoriteiten individuele garanties moet vragen inzake haar medicatie. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat het niet behandelen van een hiv-infectie kan leiden tot het overlijden van een hiv-patiënt en aldus een medische omstandigheid van een zekere ernst is in de zin van het IB 2021/56. Verweerder heeft zich niet gehouden aan zijn eigen beleid en het besluit is op onzorgvuldige wijze tot stand gekomen. Verder is het niet redelijk voor eiseres om (onmiddellijk) naar Italië te moeten vertrekken, zonder enige hulp of daaraan te stellen voorwaarden. Gelet op het ziektebeeld van eiseres had verweerder onderzoek moeten doen naar de (on)mogelijkheid voor eiseres om zelfstandig te vertrekken en hierover contact moeten opnemen met de Italiaanse autoriteiten. Het bestreden besluit is daarom ook onvoldoende gemotiveerd.

16. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat Italië medische behandeling biedt aan personen met een hiv-infectie en dat de daarvoor benodigde medicatie voorhanden is. In geschil is of eiseres daar feitelijke toegang toe heeft. Mede gelet op wat in rechtsoverweging 14 is overwogen, volgt de rechtbank het standpunt van verweerder dat een BMA-onderzoek niet nodig is. Een BMA-onderzoek ziet bovendien niet op de feitelijke toegankelijkheid van medicatie en voegt uit dat oogpunt dus niets toe. Zoals hiervoor onder 14 is overwogen, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij bijzonder kwetsbaar is en dat zij bij terugkeer in een situatie komt van verregaande materiële deprivatie. Verweerder is daarom ook niet gehouden individuele garanties te vragenof verder onderzoek te doen naar de (on)mogelijkheid voor eiseres om zelfstandig te vertrekken naar Italië. Het bestreden besluit is aldus deugdelijk gemotiveerd en zorgvuldig tot stand gekomen.

Conclusie en gevolgen

17. Verweerder heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Ben Larbi, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand