RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,geboren op [geboortedatum] ,van Ethiopische nationaliteit,
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57173
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
(gemachtigde: mr. J.H.A. van Eijk).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek kent. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit, maar ziet aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 24 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Ook was er een tolk aanwezig. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft verklaard dat hij tot de Tigrinja bevolkingsgroep behoort en dat hij afkomstig is uit Chila, een plaats in de regio Tigray. Eiser heeft verder aangegeven dat hij als Buda gezien wordt en dat hij hierdoor uitsluiting van de samenleving ervaart. Ook heeft hij aangegeven dat hij vreest voor wraakacties vanwege zijn broer.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
De minister stelt zich op het standpunt dat eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. Nu eiser bij de zienswijze een kopie van zijn identiteitsbewijs en twee doopaktes heeft overgelegd, wordt de identiteit van eiser vooralsnog geloofwaardig geacht. De minister acht het gezien worden als Buda en de daaruit volgende problemen niet geloofwaardig. Hiertoe overweegt de minister dat de door eiser gegeven verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Ook de problemen vanwege eisers broer zijn om dezelfde reden niet geloofwaardig geacht.Het toetsingskader
5. In het arrest van 4 juni 2026 in de zaak Ebilum heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie overwogen dat de terughoudende toets, zoals door de Nederlandse rechter nu in asielzaken wordt verricht, niet verenigbaar is met het Europese recht. In lijn met deze rechtspraak toetst de rechtbank het besluit daarom nu vol.
Heeft de minister voldoende rekening gehouden met het referentiekader?
6. Eiser voert aan dat het hem niet kan worden aangerekend dat hij niet op alle punten even gedetailleerd kan verklaren. Eiser is van eenvoudige komaf en het is voor hem moeilijk om gedetailleerd en chronologisch te verklaren. Ook hebben bepaalde gebeurtenissen lang geleden plaatsgevonden. Eiser kan hierdoor niet duidelijk verklaren in tijd en plaats. De onduidelijkheid werkt verder door in al eisers verklaringen.
7. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. In het bestreden besluit is overwogen dat eiser 38 jaar is, Tigrinja, Amhaars en een beetje Arabisch spreekt. Eiser heeft nagenoeg geen onderwijs genoten en is van eenvoudige komaf. Uit de gehoren volgt daarnaast dat er eenvoudige vragen aan eiser zijn gesteld. Verder volgt uit de besluitvorming dat eiser met name is tegengeworpen dat hij op verschillende punten beperkt, wisselend, ongerijmd en tegenstrijdig heeft verklaard. Dat eiser bijvoorbeeld geen data of tijdstippen zou hebben genoemd, is hem niet tegengeworpen. De rechtbank ziet in de aard van de tegenwerpingen geen aanleiding voor het oordeel dat onvoldoende rekening zou zijn gehouden met het referentiekader van eiser. Het feit dat de gebeurtenissen lang geleden hebben plaatsgevonden leidt, gelet op het voorgaande, evenmin tot een ander oordeel.
Heeft de minister het gezien worden als Buda en de daaruit voortvloeiende problemen terecht ongeloofwaardig geacht?
8. Eiser voert aan dat de problemen die hij ondervindt omdat hij als Buda wordt gezien, ten onrechte ongeloofwaardig zijn geacht. Eiser stelt dat hij meer over Buda kan verklaren. De minister heeft eiser ten onrechte niet aanvullend gehoord en heeft hiermee in strijd met de samenwerkingsverplichting gehandeld. Eiser stelt verder in de aanvullende gronden dat hij zoveel mogelijk heeft verklaard over het zijn van Buda en de gevolgen daarvan. Van eiser kan niet meer worden verwacht, nu het zijn van Buda een taboe is. Dat er niet gedetailleerd over wordt gepraat blijkt uit de e-mails van 12 mei 2026 en 1 juni 2026 van een specialist op dit gebied, de heer Tom Boylston, docent aan de Universiteit van Edinburg. Gelet op voornoemde e-mails kan van eiser dan ook niet meer worden verwacht. Eiser stelt verder dat hem ten onrechte is tegengeworpen dat hij niet direct “het boze oog” heeft genoemd, nu hij tijdens het aanvullend gehoor hierover heeft verklaard. Eiser is eveneens ten onrechte tegengeworpen dat het ongerijmd zou zijn dat hij en zijn familie op het land werkten en daarom als Buda gezien werden. Zij werden immers niet enkel als Buda gezien omdat ze op het land werkten, maar ook omdat zijn grootvader met zijn handen werkten en afkomstig was uit een plaats waar Buda’s vandaan komen. Verder stelt eiser dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over waar hij en zijn familie naartoe verhuisd zijn na het incident met de buurman. Eisers moeder is naar eisers zus gegaan buiten het dorp, terwijl eiser met zijn zus en zijn vader naar een andere plaats is gegaan. Het hele gezin is dus wel degelijk uit het dorp vertrokken. De minister heeft ook ten onrechte tegengeworpen dat het ongerijmd zou zijn dat eiser is verhuisd naar een plek waar hij opnieuw als Buda zou worden gezien. Meerdere familieleden woonden immers in deze plaats, waardoor eiser meer een gevoel van veiligheid had. Het is dan ook begrijpelijk dat eiser hierheen is verhuisd. Ook wordt eiser ten onrechte tegengeworpen dat zijn stelling dat hij werd uitgesloten van de maatschappij geen onderbouwing vindt in zijn verklaringen. Eiser kon immers ieder moment worden uitgescholden en mishandeld, zonder door de autoriteiten te worden beschermd. Eiser kon verder niet trouwen met de vrouw van zijn keuze en de oogst kon ieder moment worden vernield. Eiser wijst hierbij op de e-mail van de heer Boylston waaruit volgt dat Buda’s regelmatig worden vervolgd en dat de vervolging onder meer kan bestaan uit de weigering om te trouwen of het toepassen van geweld. Het aanvullend horen
9. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat de minister eiser aanvullend had moeten horen en dat de minister in strijd met de samenwerkingsverplichting zou hebben gehandeld. Niet valt in te zien waarom eiser nogmaals gehoord had moeten worden, nu er een nader gehoor en een aanvullend gehoor heeft plaatsgevonden en eiser meerdere malen in de gelegenheid is gesteld om te verklaren over het zijn van Buda. Bovendien heeft eiser ook de gelegenheid gehad om zijn verklaringen aan te vullen of te verhelderen in de correcties en aanvullingen. De rechtbank overweegt verder dat het standpunt dat eiser meer zou kunnen verklaren niet strookt met hetgeen eiser in de aanvullende gronden van beroep heeft aangevoerd, namelijk dat van eiser niet kan worden verwacht dat hij meer verklaart. De beroepsgrond slaagt niet.
Het gezien worden als Buda
10. De rechtbank stelt vast dat eiser verschillende verklaringen heeft afgelegd die enerzijds zien op het gezien worden als Buda en anderzijds op de problemen die eiser hierdoor zou hebben ervaren. De rechtbank stelt verder vast dat eiser in beroep twee e-mails heeft overgelegd van de heer Boylston van 12 mei 2016 en 1 juni 2026. Uit de e-mails volgt -samengevat- het volgende. Het concept Buda wordt vertaald als heks of boze oog en men gelooft dat een Buda op een supernatuurlijke wijze schade aan anderen toebrengt. Het zijn van Buda wordt geërfd en het stigma is vaak gekoppeld aan families die ambachtelijk werk verrichten. Als het stigma op je rust, is het moeilijk van dit stigma af te komen. De enige optie is om de gemeenschap te verlaten. Hierdoor worden nieuwkomers in een gemeenschap, die binnen de gemeenschap onbekend zijn, vaak ook verdacht van het zijn van Buda. Vervolging kan plaatsvinden doordat Buda’s niet mogen trouwen of door middel van geweld. Het stigma dat op Buda’s rust is extreem schaamtevol en draagt bij aan een soort sociale dood. Er wordt zelden over Buda’s gesproken, gesprekken gaan door middel van gefluister. Verder stelt de heer Boylston dat eiser verklaringen over het gezien worden als Buda en de problemen die hij hierdoor heeft ervaren erg consistent zijn met hetgeen hierover bekend is.
10. De rechtbank volgt de minister niet in het standpunt op zitting dat de verklaring van de heer Boylston niet afdoet aan de tegenwerping dat eiser beperkt heeft verklaard over het zijn van Buda. De rechtbank stelt voorop dat eiser enkele verklaringen heeft afgelegd over wat een Buda is en waarom hij en zijn familie gezien worden als Buda. In dit kader heeft eiser onder meer verklaard dat men denkt dat een Buda slechte dingen doet, dat ze mensen opeten net als wolven, dat zij mensen doodmaken en dat zij veranderen van mensen naar wolf. Daarnaast werd tegen eiser gezegd dat hij het boze oog heeft. Verder heeft eiser verklaard dat een Buda iemand is die met goud werkt, bijvoorbeeld een goudsmid of handig is, dat mensen uit Aksum worden bestempeld als Buda omdat zij in goudmijnen werken en ook op het land, dat het van zijn ouders is overgegaan op hem en dat het gestart is bij zijn grootvader. Verder heeft eiser verklaard dat hij meerdere keren aan zijn ouders heeft gevraagd waarom zij zo genoemd werden, maar dat hij hierop geen antwoord heeft gekregen. De rechtbank onderkent dat de verklaringen van eiser weliswaar niet heel uitgebreid zijn, maar stelt eveneens vast dat eiser wel degelijk verklaringen heeft afgelegd en acht de e-mails van de heer Boylston van belang bij de beoordeling ervan. De rechtbank betrekt hierbij in het bijzonder dat uit de e-mails volgt dat het begrip Buda extreem schaamtevol is, dat dit door middel van gefluister rondgaat en dat het begrijpelijk is dat er niet veel over gesproken wordt, hetgeen eisers verklaringen ondersteunt. Daarnaast volgt uit de e-mails dat de verklaringen van eiser erg consistent zijn met hetgeen bekend is over Buda’s. De rechtbank is in het licht van het voorgaande dan ook van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er, gelet op voornoemde informatie en de reeds afgelegde verklaringen door eiser, desondanks van eiser kan worden verwacht dat hij meer verklaart over het gezien worden als Buda. De rechtbank acht verder van belang dat de gemachtigde van de minister desgevraagd op zitting heeft aangegeven dat het lastig is om aan te geven wat eiser nog meer had kunnen verklaren. De enkele overweging van de gemachtigde van de minister dat het veranderen in een wolf niet uit openbare informatie zou volgen en dat eiser niet direct over het ‘boze oog’ zou hebben verklaard kan hieraan, in het licht van het voorgaande, niet afdoen.
12. De rechtbank stelt verder vast dat de tegenwerping dat het ongerijmd is dat eiser en zijn familie op het land werkten en daarom als Buda gezien werden, is genuanceerd in het bestreden besluit. De minister heeft in dit kader overwogen dat uit de door eiser overgelegde informatie niet direct volgt dat Buda’s land bezitten, maar dat hieruit wel volgt dat niet uit te sluiten valt dat er lokale verschillen zijn of dat Buda’s in latere tijden soms ook het land konden bezitten. Nu blijkt dat Buda’s doorgaans geen land bezitten, en eiser en zijn vader wel land bezitten, is dit volgens de minister op zijn minst sterk opvallend, maar de kern van de afwijzing van de asielaanvraag is niet in dit punt gelegen. Uit het voorgaande volgt dan ook dat in het bestreden besluit niet langer is tegengeworpen dat eiser ongerijmd heeft verklaard, maar in plaats daarvan dat eisers verklaring sterk opvallend is, zodat de rechtbank eiser niet volgt in de stelling dat de ongerijmdheid ten onrechte is tegengeworpen. De rechtbank volgt eiser echter wel in zijn standpunt dat hij niet heeft verklaard dat hij enkel als Buda werd gezien omdat ze op het land werkten, maar ook omdat zijn grootvader met zijn handen werkte en afkomstig was uit een plaats waar Buda’s vandaan komen. Dit laatste is door de minister niet betwist. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaring over het werken op land, in het licht van de overige verklaringen, afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van eisers verklaringen dat hij als Buda werd gezien.
12. De rechtbank is, gelet op hetgeen onder 11 en 12 is overwogen, van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat het ongeloofwaardig is dat eiser als Buda gezien werd, zodat sprake is van een motiveringsgebrek. Het bestreden besluit komt daarom in aanmerking voor vernietiging. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is en overweegt hiertoe als volgt. De problemen als gevolg van het gezien worden als Buda
12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende gemotiveerd dat eisers problemen als gevolg van het gezien worden als Buda ongeloofwaardig zijn. In dit kader heeft de minister terecht overwogen dat eiser wisselend en ongerijmd heeft verklaard over waar hij en zijn familie na het incident met de buurman heen verhuisd zijn. Eiser heeft verklaard dat zijn familie zou zijn verhuisd en dat eiser naar Chila zou zijn gegaan. Uit de verdere verklaringen van eiser volgt dat hij met zijn familie naar Chila zou zijn gegaan. Later heeft eiser verklaard dat zijn moeder naar Rama is verhuisd en dat eiser met zijn zus naar Chila is gegaan. Zijn vader zou niet zijn verhuisd, maar nog in Tahtawy wonen. De rechtbank ziet in de toelichting in beroep over wie waar naartoe zou zijn verhuisd geen aanleiding voor het oordeel dat eiser niet tegenstrijdig zou hebben verklaard. Daarbij komt dat eiser in beroep heeft aangevoerd dat eisers vader eveneens zou zijn verhuisd, terwijl eiser tijdens het aanvullend gehoor heeft verklaard dat zijn vader niet zou zijn verhuisd, hetgeen niet met elkaar strookt. De minister heeft verder terecht overwogen dat het ongerijmd is dat eisers vader niet zou zijn vertrokken uit Tahtawy, nu de problemen met de vader de aanleiding voor de verhuizing zouden zijn geweest. De rechtbank overweegt verder dat de minister in dit verband meerdere ongerijmdheden en wisselende verklaringen heeft tegengeworpen, die door eiser niet zijn betwist.
15. Verder heeft de minister terecht tegengeworpen dat het ongerijmd is dat eiser verhuist van een plek waar hij als Buda gezien wordt naar een plek waar hij opnieuw als Buda gezien wordt. Eiser heeft immers aangegeven dat hij door de problemen vanwege het gezien worden als Buda is verhuisd, zodat niet in te zien valt dat eiser vertrekt naar een plaats waar hij opnieuw met problemen geconfronteerd zou kunnen worden. Dat eiser is verhuisd naar een plek waar meerdere familieleden woonden en hij hier meer een gevoel van veiligheid had, kan hieraan, gelet op eisers reden van vertrek, niet af doen. De minister heeft in dit kader verder terecht overwogen dat eisers verklaring dat hij in Chila een beetje bescherming kan krijgen ongerijmd is, gezien eisers verklaringen dat hij daar ook als Buda werd gezien en ook daar niet van zijn problemen af was.
16. De minister heeft verder terecht overwogen dat eisers verklaring dat hij van de maatschappij werd uitgesloten, niet onderbouwd wordt door zijn overige verklaringen. De minister merkt hierbij terecht op dat eiser niet naar school is gegaan omdat hij werd gepest en zich hierdoor niet op school kon concentreren, maar dat uit eisers verklaringen niet volgt dat hij geen onderwijs mocht volgen. Daarnaast heeft eisers broer vier jaar onderwijs gehad en kunnen eisers kinderen ook naar school. Verder heeft eiser verklaard dat hij een woning had, dat hij vrienden had en dat hij relaties heeft gehad. De minister heeft verder terecht overwogen dat eiser wisselende verklaringen heeft afgelegd over of hij getrouwd is geweest. Eiser heeft hierover verklaard dat hij een tatoeage heeft van de naam van zijn ex-vrouw, dat hij getrouwd was maar gedwongen moest scheiden, terwijl hij later heeft verklaard dat hij niet officieel getrouwd is geweest. Laatstgenoemde verklaring heeft de minister terecht ongerijmd gevonden ten opzichte van eisers verklaring dat hij gedwongen werd om te scheiden. Dat eiser werd uitgescholden, maakt verder nog niet dat hij werd uitgesloten van de maatschappij. Dat eiser persoonlijk mishandeld zou zijn vanwege het gegeven dat mensen hem als Buda zouden zien, volgt evenmin uit eisers verklaringen. De rechtbank ziet in de e-mail van de heer Boylston, gelet op het voorgaande, evenmin aanleiding voor een ander oordeel. Heeft de minister de problemen vanwege eisers broer terecht ongeloofwaardig geacht?
17. Eiser stelt dat de minister de problemen vanwege zijn broer ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Eisers broer wordt in de schoenen geschoven dat hij iemand tijdens zijn werkzaamheden heeft gedood. Eisers broer is verdwenen en daarom is eiser lastiggevallen door de familie van het slachtoffer. Eiser is bij terugkeer bang dat hij slachtoffer wordt van bloedwraak. Verder is een andere broer van eiser vanwege zijn etnische afkomst gedood door het Ethiopische leger.
17. De rechtbank is van oordeel dat de minister de problemen vanwege zijn broer terecht niet geloofwaardig heeft gevonden. Hierbij is terecht overwogen dat eiser verwarrend, wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over zijn broer. Eiser heeft bij de AVIM verklaard dat hij naar Libië is vertrokken aangezien zijn broer per ongeluk iemand heeft doodgeschoten en eiser vreest voor vervolging. Tijdens het aanmeldgehoor heeft eiser verklaard dat zijn broer is verongelukt en dat dat veel invloed heeft gehad op eisers leven. Tijdens het nader gehoor heeft eiser dit punt gecorrigeerd en verklaard dat zijn oude broer een ongeluk heeft gehad en dat er een dreiging is dat eiser als wraak afgemaakt zou worden. Eiser heeft ook verklaard dat hij enkel één (half)broer heeft (gehad) en dat hij geen andere (half)broers heeft. Verder heeft eiser verklaard dat zijn broer een dak aan het bouwen was en een groot voorwerp naar beneden was gevallen, op een persoon. Eisers broer zat vast en is vrijgesproken. Later heeft eiser verklaard dat hij een volle broer heeft die soldaat was en in het militaire kamp is overleden en dat hij een halfbroer heeft die aan het werk was en toen is beschuldigd van een boom die op een huis is gevallen, waardoor iemand is overleden. De rechtbank is van oordeel dat de toelichting in beroep niet af doet aan de verwarrende, wisselende en tegenstrijdige verklaringen over het aantal broers en de problemen die zij hebben ervaren. Loopt eiser bij terugkeer een reëel risico op vervolging dan wel ernstige schade?
19. Eiser stelt dat de situatie in de provincie van eiser fragiel is. Eiser verwijst hiervoor naar een brief van VluchtelingenWerk Nederland van 3 juni 2026. Eiser stelt verder dat hij al geruime tijd buiten zijn land van herkomst verblijft en dat de banden met zijn land zijn verbroken. Gelet op de precaire situatie in zijn provincie, het gegeven dat zijn broer is gedood door het Ethiopische leger vanwege zijn etnische afkomst en eiser als Buda wordt gezien, is het aannemelijk dat eiser bij terugkeer een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM loopt. Eiser verwijst verder naar de mail van de heer Boylston waaruit volgt dat Buda’s geregeld worden vervolgd en dat de vervolging onder meer kan bestaan uit de weigering om te trouwen of simpelweg het toepassen van geweld op Buda.
19. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser, vanwege de situatie in Tigray, geen reëel risico op ernstige schade als gevolg van willekeurig geweld loopt. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraken van de Afdeling van 17 december 2025. De rechtbank ziet in de verwijzing naar de brief van VluchtelingenWerk Nederland van 3 juni 2026 en de specifieke verwijzing van eiser naar de humanitaire omstandigheden, geen aanleiding voor een ander oordeel. Ook voor het overige heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van omstandigheden op grond waarvan hij bij terugkeer naar Ethiopië te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag, dan wel een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De rechtbank ziet in de stelling dat de banden met het land van herkomst zouden zijn verbroken geen aanleiding voor een ander oordeel. Zoals de rechtbank verder al heeft overwogen onder 14 tot en met 18 heeft de minister de problemen als gevolg van het gezien worden als Buda en de problemen vanwege eisers broer terecht ongeloofwaardig heeft geacht, zodat eiser evenmin om die reden een reëel risico op vervolging dan wel ernstige schade loopt. De rechtbank ziet in de e-mails van de heer Boylston eveneens geen aanleiding voor een ander oordeel, nu uit de verklaringen van eiser niet volgt dat eiser dusdanig werd beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat het voor hem onmogelijk was om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren.
Conclusie en gevolgen
21. De rechtbank verklaart het beroep van eiser gegrond en vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet, zoals overwogen onder 14 t/m 16, wel aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.
21. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;- vernietigt het bestreden besluit;- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Dijkstra, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.