ECLI:NL:RBDHA:2026:24382

ECLI:NL:RBDHA:2026:24382

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer NL24.47292 en AWB 26/8202
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Regulier, aanvraag mvv op grond van 8 EVRM, gezin in Nederland eiseres nog in Suriname. Jongvolwassenenbeleid, geen familie-/gezinsleven. Beroep gegrond, minister heeft de belangen van de minderjarige kinderen (broertje en zusje van eiseres) onvoldoende kenbaar bij beoordeling betrokken. Ook schending hoorplicht, bezwaar niet kennelijk ongegrond gelet op de feiten en bijzondere omstandigheden van het geval.

Uitspraak

[eiseres] ,

geboren op [geboortedatum] 2002, van Surinaamse nationaliteit, eiseres

(gemachtigde: mr. G.P. Dayala),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovács).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvragen van 28 juni 2023 en van 15 juli 2025 om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van artikel 8 van het EVRM.

De minister heeft de eerste aanvraag met het besluit van 12 februari 2024 afgewezen (het eerste primaire besluit). Op 14 maart 2024 heeft eiseres daartegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit op het bezwaar van 5 november 2024 (het eerste bestreden besluit) is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft tegen het eerste bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer NL24.47292).

Op 5 maart 2026 heeft de minister een verweerschrift ingediend.

2. Op 15 juli 2025 heeft eiseres opnieuw een mvv-aanvraag ingediend met als doel verblijf bij familie en gezin. De minister heeft deze tweede aanvraag met het besluit van 12 december 2025 afgewezen (het tweede primaire besluit). Op 9 januari 2026 heeft eiseres daartegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit op het bezwaar van 22 april 2026 (het tweede bestreden besluit) is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft ook tegen het tweede bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer AWB 26/8202).

3. Eiseres heeft een jongere broer en zus: [minderjarige 1] (roepnaam [minderjarige 1] ) [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (roepnaam [minderjarige 2] ) Joan Power, beiden geboren op 3 augustus 2012, dus ten tijde van de zitting dertien jaar oud. De rechtbank heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken over deze procedure. Voorafgaand aan de zitting op 30 juli 2026 heeft de rechter in aanwezigheid van de griffier met hen kindgesprekken gehouden.

4. De rechtbank heeft de zaken op 30 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van eiseres deelgenomen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ook waren aanwezig de heer [referent] (referent) en zijn partner, de moeder van eiseres, mevrouw [persoon] .

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank stelt vast dat eiseres in de zaak met zaaknummer NL24.47292 het griffierecht van € 187,- heeft betaald.

6. In de zaak met zaaknummer AWB 26/8202 heeft eiseres verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Daartoe heeft zij een verklaring omtrent inkomen en vermogen overgelegd waarin zij heeft aangegeven dat zij geen inkomen geniet. De rechtbank ziet daarom aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Zij hoeft in deze zaak dus geen griffierecht te betalen.

7. De rechtbank beoordeelt in deze zaak of de minister de twee aanvragen voor een mvv op goede gronden heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

8. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep tegen zowel het eerste bestreden besluit als tegen het tweede bestreden besluit gegrond is. Eiseres krijgt dus gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten en omstandigheden

9. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres woonde vanaf haar geboorte, in 2002, met haar moeder en haar broertje en zusje in Suriname. De partner van de moeder van eiseres (referent), heeft in 2016 en 2017 voor een periode van acht maanden bij hen gewoond. In 2019 zijn referent en de moeder van eiseres in Suriname met elkaar getrouwd en heeft referent drie weken met het gezin samengewoond. Referent heeft toen ook eiseres en haar broertje en zusje erkend als zijn kinderen. In 2021 of 2022 is de moeder van eiseres naar Nederland geëmigreerd om zich te voegen bij haar partner (referent). Eiseres is toen in Suriname gebleven.

Eiseres beoogt met haar aanvragen verblijf bij haar gezin in Nederland.

De kindgesprekken

10. Aangezien de procedure ook invloed heeft op het belang van het minderjarige broertje en zusje van eiseres, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , heeft de rechtbank zoals gezegd kindgesprekken met hen gevoerd. De rechtbank heeft daar op de zitting een samenvatting van gegeven. De samenvatting is ook aan het digitale dossier toegevoegd. Wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tijdens deze kindgesprekken hebben verteld, zal de rechtbank – voor zover van belang – bij de beoordeling betrekken.

Standpunt van de minister

11. De minister stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van familie- en gezinsleven op basis van het jongvolwassenenbeleid tussen referent en eiseres. Allereerst is niet gebleken van een feitelijke gezinsband. Daarnaast heeft de scheiding tussen eiseres en haar gezin een vrijwillig karakter. Verder is volgens de minister ook geen sprake van bijzondere elementen van afhankelijkheid. Daarbij overweegt de minister dat niet is gebleken van een zodanige medische situatie dat eiseres niet zonder referent kan functioneren. Ook is eiseres niet financieel afhankelijk van referent. De woonomstandigheden van eiseres maken daarnaast ook niet dat sprake is van een bijzondere afhankelijkheidsrelatie. Tot slot stelt de minister dat de gevoelens van de familie van eiseres en het contact niet de normale emotionele banden overstijgen.

Standpunt van eiseres

12. Eiseres voert aan dat de minister haar en haar ouders ten onrechte niet heeft gehoord. Daarnaast heeft de minister het jongvolwassenenbeleid onjuist toegepast door geen individuele en integrale beoordeling te verrichten. Die verplichting volgt uit recente uitspraken van de Afdeling. Zo heeft de minister de relatie van eiseres met haar moeder ten onrechte niet betrokken. Ook gaat de minister voorbij aan het feit dat de woning waar zij woonde haar ouderlijk huis was. Tot slot is wel degelijk sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid gelet op haar financiële afhankelijkheid, haar medische situatie, haar ontwikkelingsachterstand en de emotionele band. Ten onrechte wordt doorslaggevend gewicht toegekend aan het vrijwillige vertrek van de moeder en aan de vraag of de grootouders de door eiseres benodigde zorg kunnen bieden.

Oordeel van de rechtbank

Belangen van de kinderen

13. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de belangen van het minderjarige broertje en zusje van eiseres onvoldoende kenbaar bij zijn beoordeling betrokken. De rechtbank stelt voorop dat bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het kind voorop moeten staan en een eerste overweging vormen. Dit is ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen. Ook volgens het beleid van de minister vormt in iedere beslissing het belang van het kind een eerste overweging waaraan aanzienlijk gewicht toekomt. De minister heeft op de zitting desgevraagd verklaard dat hij had mogen verwachten dat eiseres de belangen van haar minderjarige broertje en zusje als bijzondere omstandigheden op het aanvraagformulier had ingevuld omdat het gaat om een aanvraagsituatie. De rechtbank volgt de minister hierin niet. Zoals volgt uit het IVRK en het Handvest en de jurisprudentie van het HvJEU en het EHRM spelen de belangen van minderjarige kinderen een belangrijke rol en dient de minister deze belangen expliciet en nadrukkelijk bij zijn beoordeling te betrekken. In de bestreden besluiten leest de rechtbank niet terug dat de belangen van het broertje en het zusje van het eiseres zijn geïnventariseerd en bij de beoordeling zijn betrokken. De minister had bij zijn beoordeling dienen te betrekken wat het voor de minderjarige kinderen betekent om op afstand van hun zus te zijn, temeer nu zij altijd in Suriname hebben samengewoond met eiseres, haar vanuit Nederland dagelijks spreken en er op 5 maart 2026 verklaringen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn overgelegd waarin zij stellen hoe het voor hen is dat zij niet samen zijn met hun zus. Door dit na te laten is het besluit onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd.

Hoorplicht

14. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat het horen in bezwaar als uitgangspunt moet worden genomen. Het horen in bezwaar vormt een essentieel onderdeel van de procedure. Dit uitgangspunt geldt temeer in zaken waarin er beslissingsruimte is, de beslissing sterk afhankelijk is van de omstandigheden van het geval en waarbij een individuele belangenafweging moet worden gemaakt. De hoogste bestuursrechter wijst daarbij expliciet op zaken waarin artikel 8 van het EVRM een rol speelt. De rechtbank stelt vast dat het hier om een dergelijke zaak gaat. Op bovengenoemd uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat het in bezwaar aangevoerde niet tot een ander standpunt kan leiden dan in het primaire besluit.

15. De minister heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat hij van horen heeft kunnen afzien omdat het bezwaarschrift kennelijk ongegrond is. Daarom is op grond van artikel 7:3, onder b, van de Awb afgezien van het horen als bedoeld in artikel 7:2 van de Awb. Omdat er in de bezwaarprocedure van de eerste aanvraag weinig is aangevoerd en tijdens de tweede aanvraag pas na het primaire besluit documenten zijn overgelegd, heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat beide bezwaren niet konden leiden tot een andere uitkomst dan die van de primaire besluiten.

16. De rechtbank is het tot op zekere hoogte eens met de minister dat eiseres actiever stukken had kunnen overleggen om haar aanvraag te onderbouwen, met name tijdens de eerste procedure waarbij eiseres nog werd bijgestaan door een andere gemachtigde. Desondanks heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank in deze specifieke zaak van eiseres een hoorzitting niet achterwege kunnen laten, gelet op de feiten en bijzondere omstandigheden van het geval. Het gaat hier om een aanvraag in het kader van artikel 8 van het EVRM van een kwetsbare jongvolwassene waarbij ook twee minderjarige kinderen betrokken zijn. Bovendien is in bezwaar in de eerste procedure expliciet verzocht om een hoorzitting, waarbij ook het belang daarvan duidelijk is gemaakt, en een beroep is gedaan op schrijnendheid. Daarnaast heeft de minister de ouders van eiseres in de eerste procedure telefonisch gesproken zonder de aanwezigheid van een advocaat en zonder dat zij daar dus op voorbereid waren. Een verslag van dit telefoongesprek ontbreekt. Dit telefoongesprek kan dan ook niet kwalificeren als een hoorzitting. In het primaire besluit heeft de minister vervolgens wel tegenstrijdigheden geconstateerd en tegengeworpen. Ook in de tweede procedure heeft eiseres in bezwaar expliciet aangevoerd dat de hoorplicht is geschonden.

Dat in deze procedures niet is gehoord klemt temeer vanwege het volgende. De ouders van eiseres hebben zich te allen tijde op het standpunt gesteld dat zij structureel zorgdragen voor eiseres, in praktische, medische en financiële zin. Zij voorzien haar in haar levensonderhoud door het sturen van geld en voedselpakketten met onder andere kleding en verzorgingsproducten en zij geven haar advies en hulp over medische klachten en regelen zorgkwesties zoals het verlengen van haar verzekering(spas), het betalen van premie, het maken van afspraken met de tandarts en het ziekenhuis, het bekostigen van haar medicatie en het vervoer naar de stad en weer terug. De minister neemt dit ook aan, dit is op de zitting uitdrukkelijk bevestigd. De ouders hebben ook verklaard dat de gezinsband – ondanks de fysieke afstand – nimmer verbroken is geweest. Ook de minderjarige kinderen hebben verklaard dat eiseres deel uitmaakt van hun gezin, ook al woont ze fysiek niet meer bij hen. Het gezin heeft dagelijks contact met eiseres door middel van videobellen. Een hoorzitting had bij uitstek meer informatie kunnen geven over de impact hiervan voor eiseres, haar ouders en haar broertje en zusje en zodoende over de emotionele afhankelijkheid. Tijdens de kindgesprekken is goed naar voren gekomen hoe belangrijk deze videogesprekken zijn voor de persoonlijke en hechte banden tussen eiseres en haar broertje en zusje.

Ook had in een hoorzitting meer duidelijkheid kunnen worden verkregen over de mentale gezondheid van eiseres en haar ontwikkelachterstand, zoals benoemd in de overgelegde medische verklaring, nu dit relevant is voor zowel het jongvolwassenenbeleid, artikel 8 van het EVRM als ook het beroep op bijzondere omstandigheden dan wel schrijnendheid. Eiseres heeft deze kans nu niet gekregen.

Op de zitting heeft de minister benadrukt dat twee elementen zwaar gewicht hebben in de besluitvorming: de lange tijd tussen het vertrek van de moeder en de mvv-aanvraag en de vrijwilligheid van de scheiding. Met betrekking tot periode tussen het vertrek van de moeder en de aanvraag wordt in het eerste primaire besluit uitgegaan van november 2022 als vertrekdatum. Op de zitting heeft de minister echter gerefereerd aan november 2021. Wat daar ook van zij, een hoorzitting biedt bij uitstek de gelegenheid om uit te leggen welke omstandigheden hieraan ten grondslag hebben gelegen en waarom de aanvraag pas later is ingediend. Met betrekking tot de vrijwilligheid van het vertrek van de moeder naar Nederland overweegt de rechtbank als volgt. Op basis van de beschikbare informatie is de rechtbank van oordeel dat het vrijwillige karakter van het vertrek naar Nederland genuanceerd moet worden. De toelichting van eiseres komt erop neer dat haar ouders – ook zorgdragend voor twee jonge kinderen – niet in hun levensonderhoud konden voorzien vanwege de slechte economische omstandigheden in Suriname en daar geen betaalde baan konden vinden. Zij hebben noodgedwongen de keuze gemaakt om naar Nederland te vertrekken nu de vader immers de Nederlandse nationaliteit heeft en Nederland in economisch opzicht meer kansen zou bieden. Het gezin heeft nimmer beoogd om uiteen te vallen, het is altijd de bedoeling geweest om de oudste dochter eveneens naar Nederland te halen. Een hoorzitting biedt bij uitstek de gelegenheid om deze keuze nader toe te lichten. Nog afgezien van deze nuancering op het vrijwillige karakter van het vertrek valt naar het oordeel van de rechtbank niet in te zien dat de keuze die haar ouders meenden te moeten maken, een jongvolwassen dochter kan worden tegengeworpen.

In de besluitvorming wordt door de minister ook veel waarde gehecht aan de leefomstandigheden van eiseres en het gegeven dat zij bij haar grootouders woont. Tijdens het telefoongesprek met de ouders zouden zij daarover tegenstrijdige informatie hebben aangeleverd. Nog los van de vraag wat dat zegt over de band tussen eiseres en haar ouders, volgt uit de stukken echter, en op de zitting is dit nader toelicht, dat eiseres weliswaar in de nabijheid van haar grootouders woont, maar niet in hun woning. Eiseres is achtergebleven in de woning van moeder waar zij daarvoor met het gezin heeft gewoond – en daar is weinig van overgebleven. De grootouders wonen daarnaast in een aparte (volle) woning met het gezin van de tante en haar kinderen. De ouders hebben meermalen toegelicht dat zij altijd degenen zijn geweest die voor eiseres hebben zorggedragen. Ook hebben zij verklaard dat de grootouders, die al op leeftijd zijn, en de tante van eiseres dat niet (kunnen) doen. Ook deze situatie kan bij uitstek tijdens een hoorzitting nader worden toegelicht.

17. Kortom, een hoorzitting kan dus duidelijkheid bieden over de keuze om te vertrekken zonder eiseres, de periode tussen het vertrek en de aanvraag, de feitelijke woon- en leefsituatie van eiseres en de aanwezigheid en rol van de familie in Suriname, de mentale gezondheid van eiseres en haar ontwikkelingsniveau en de emotionele afhankelijkheid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de twee bezwaren ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard, omdat niet op voorhand redelijkerwijs kan worden uitgesloten dat het in bezwaar aangevoerde niet tot een ander standpunt kan leiden. De minister had daarom dus niet mogen afzien van het horen.

Conclusie en gevolgen

18. Het beroep is gegrond omdat de minister de hoorplicht heeft geschonden en geen deugdelijk onderzoek heeft gedaan naar de belangen van de minderjarige kinderen en deze niet kenbaar bij de beoordeling heeft betrokken. Beide bestreden besluiten zijn dan ook niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten. Dit betekent dat de beide zaken weer in de bezwaarfase terechtkomen en dat de minister de ouders van eiseres alsnog moet horen. Het ligt in de rede om in elk geval ook eiseres te horen, mede gezien op het beroep op schrijnendheid.

19. De rechtbank draagt de minister op om opnieuw op de bezwaren van eiseres te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken. De rechtbank acht daarbij het niet onlogisch dat de minister, gelet op de overlap, met één nieuw besluit op beide bezwaren beslist. Bij het nieuw te nemen besluit dient de minister de belangen van de kinderen voorop te stellen en uitdrukkelijk in te gaan op de persoonlijke en hechte banden met de kinderen.

20. De rechtbank overweegt voorts ook nog het volgende. Op de zitting heeft de minister gesteld dat ook indien de rechtbank zou oordelen dat sprake is van schending van de hoorplicht, dat “niet tot een andere conclusie zal leiden” in deze procedure. De rechtbank hecht eraan op te merken dat bij het nader te verrichten onderzoek eiseres wel een eerlijke kans moet krijgen en dat de minister zich vanzelfsprekend dient te houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat houdt in dat ook bij een het nieuw gehoor en het nieuw te nemen besluit nog steeds het verbod van vooringenomenheid geldt.

21. Omdat het beroep gegrond is, moet de minister het griffierecht aan eiseres vergoeden wat zij in de eerste zaak heeft betaald en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De rechtbank stelt deze vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2.802,-.

Beslissing

De rechtbank, in de zaken NL24.47292 en AWB 26/8202:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van mr.L.C.C. Bakx, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: terugkoppeling van de uitspraak aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,

Op 30 juli 2026 hebben wij met elkaar gesproken bij de rechtbank Amsterdam. Jullie hebben mij toen verteld dat jullie graag willen dat [eiseres] , zo noemen jullie jullie zus, naar Nederland komt. Toen jullie samen met jullie ouders naar Nederland zijn gekomen, kon [eiseres] niet met jullie mee. Jullie hebben vaak contact met haar en missen haar erg. Jullie vinden het heel verdrietig dat de minister heeft besloten dat [eiseres] niet naar Nederland mag komen.

Aan het eind van het gesprek hebben we samen afgesproken wat ik uit ons gesprek mocht vertellen op de rechtszitting. Ook hebben we toen samen afgesproken dat ik jullie zou laten weten wat mijn beslissing zou zijn. Daarom schrijf ik jullie nu deze brief.

Vlak na ons gesprek was de zitting. Daarwaren jullie niet bij aanwezig. Ik heb toen gepraat met jullie moeder, jullie vader en jullie advocaat. Verder heb ik gesproken met de meneer die namens de minister van Asiel en Migratie kwam. Na de zitting heb ik nagedacht over mijn beslissing.

Ik heb besloten dat de minister zijn werk niet goed heeft gedaan en beter naar de situatie van [eiseres] moet kijken. Dit betekent ook dat de minister beter moet kijken naar de situatie van jullie hele familie en naar de band die [eiseres] met jullie heeft. Ook heeft de minister jullie ouders en [eiseres] niet gehoord en ik vind dat de minister dat wel moet doen. De minister moet nu eerst jullie ouders en ook [eiseres] horen. Als de minister dat heeft gedaan, dan moet de minister nog een keer goed kijken naar jullie situatie en een nieuwe beslissing nemen. De minister moet dan rekening houden met mijn aanwijzingen.

Mijn beslissing betekent niet dat [eiseres] nu naar Nederland mag komen. De rechtbank kan namelijk niet zelf een verblijfsvergunning verlenen aan [eiseres] . Dat is de bevoegdheid van de minister. De rechtbank controleert alleen of het besluit van de minister zorgvuldig is genomen en goed is uitgelegd. De minister moet nu eerst opnieuw naar de situatie kijken en dan een nieuwe beslissing nemen. Ik heb de minister daarvoor een termijn van acht weken gegeven. Het is de bedoeling dat jullie binnen deze termijn een nieuw besluit krijgen.

Als jullie familie of de minister het niet eens is met mijn beslissing, dan kan die binnen

vier weken in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat is een hogere rechter, die dan nog eens naar de situatie gaat kijken. Als er geen hoger beroep komt, dan is de rechterlijke procedure na mijn beslissing klaar en moet de minister een nieuw besluit nemen.

Ik vind het heel goed van jullie dat jullie bij mij langs zijn gekomen om mij te vertellen wat jullie ervan vinden. Ik hoop dat het zo duidelijk is wat ik heb beslist, en waarom ik deze beslissing heb genomen.

Groetjes,

De rechter en de assistent van de rechter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand